Eerst leesvertellen en luisterkijken

Dove kleuters moeten goed worden in gebarentaal om daarna goed te worden in Nederlands.

Dove kleuters krijgen les in gebarentaal op de speciale basisschool Viataal-Talent in Vught. Foto Joyce van Belkom Vught, 09-05-2006 Kleuters praten in gebarentaal op Talent, de school voor doven en slechthorenden in Vught. © Joyce van Belkom

Met grote ogen luisterkijken acht kleutertjes naar meester Martijn Kamphuis, vakleerkracht Nederlandse Gebarentaal (NGT) op speciale basisschool Viataal-Talent in Vught. Hij leesvertelt over een reus die zijn ring heeft verloren. Meester Martijn heeft zijn kleuters betoverd tot kabouters. Kabouters met een missie. Want de reuzenring is opgedoken in het kabouterbos. Maar hoe moeten ze die ring terugbezorgen? Meester Martijn vraagt de kinderen om hulp. Een brief sturen? Maar hoe komt die brief bij de reus? Ik durf er niet heen', gebaart meester Martijn, met een angstig gezicht. Bart (6) heeft een idee: met zijn handen maakt hij draai- en grijpgebaren. Het duurt even voor meester Martijn snapt wat de jongen bedoelt, maar dan valt het kwartje: Bart wil een hijskraan inschakelen, die de brief vanaf een veilige afstand bij de reus voor de deur legt. Heel slim!', prijst meester Martijn.

Deze les komt uit de taalmethode Ik & Ko, die vorig jaar uitkwam in een voor dove en ernstig-slechthorende kleuters bewerkte versie. Onlangs verscheen voor de groepen 3 en 4 een bewerkte versie van Taal op Maat. Aan materiaal voor de bovenbouw wordt gewerkt. Naar verwachting zal in 2008 een complete lesmethode klaar zijn. En dat is uniek. Want deze doelgroep is zo klein dat educatieve uitgevers er geen interesse voor hadden. Er was alleen doe-het-zelf lesmateriaal in omloop, van wisselende kwaliteit. Dankzij subsidie van de overheid was er voor het eerst geld voor een landelijke aanpak. De subsidiegelden vloeien voort uit een convenant dat de doveninstituten in 1998 met het ministerie van Onderwijs sloten over de invoering van tweetalig onderwijs (NGT en Nederlands) op dovenscholen.

Voor deze vorm van onderwijs moest tweetalig lesmateriaal ontwikkeld worden. Kern is dat de lessen NGT en Nederlands op elkaar aansluiten. Het verhaal van de reus en de ring komt eerst in NGT aan de orde en wordt een paar dagen later behandeld in het Nederlands. NGT is dus niet ondersteunend, maar een volwaardig vak', zegt Annet de Klerk, teamleider bij Viataal-Talent. NGT is een taal met een eigen grammatica en gebarenschat. Het is de eerste taal van veel dove en ernstig-slechthorende kinderen. Nieuwe lesstof is dus goed uit te leggen in de NGT.'

Niet alle kinderen beheersen NGT even goed als ze op school komen. Dat merk je aan de vloeiendheid van de gebaren, de gebarenschat, de mimiek en de nuancering die de kinderen kunnen aanbrengen', vertelt Kamphuis. Daarom beginnen we meteen met het verder aanleren van NGT, inclusief spelenderwijs de grammatica.'

De lesmethodes zijn bewerkt door een team van taalkundigen, orthopedagogen, docenten en educatief schrijvers. Eén van hen is Annelies van der Eijk, ontwikkelaar bij het Nederlands Gebaren Centrum. Er komt heel wat bij kijken. Negentig procent van de dove kinderen heeft horende ouders. In die gezinnen is een gesproken taal de eerste taal. Maar die taal is niet toegankelijk voor dove kinderen. Ouders leren dan, opgroeiend met hun kind, gaandeweg gebarentaal als tweede taal. Dat heeft effect op de communicatie. Je moet er erg voor oppassen dat 'ga jij in de keuken even melk halen' niet 'keuken, melk' wordt. De woordenschat van deze kinderen is kleiner, net als hun kennis van taalstructuren in het Nederlands. Daarom hebben we de teksten van de gebruikte prentenboeken herschreven in eenvoudiger taal en met meer herhaling. Bij Taal op Maat worden bij een thema wel 80 nieuwe woorden aangeboden. Dat is teveel voor onze doelgroep. Een doof kind moet van ieder woord een mentale foto maken, want het kan een woord niet ontcijferen via zijn gehoor. Je kunt het vergelijken met als wij een tekst in cijfers zouden moeten lezen. Aap wordt dan bijvoorbeeld 116. Probeer zo maar eens een boek te lezen.'

Alle docenten op Viataal-Talent beheersen gebaren en gebruiken deze in hun lessen. Want kinderen kunnen soms een woord wel technisch lezen, maar begrijpen dan niet automatisch wat het betekent. Bij een les over samenstellingen in groep 3 van juf Leandra van Schaijk moeten kinderen kleuren koppelen aan voorwerpen. Er liggen plaatjes en woordjes op tafel. Fleur (9) leest hardop het woord 'kuiken' op een kaartje en moet er dan een kleur bij kiezen. Ze twijfelt zichtbaar. Vragend maakt ze met haar vingers een klein gebaar bij haar mond, als de snavel van vogeltje. Ja, goed zo, een kuiken,' zegt en gebaart juf Leandra. Opgetogen maakt Fleur 'kuikengeel'.

Een ander gevolg van de moeizame communicatie tussen dove kinderen en hun omgeving is dat ze ophouden met vragen stellen. En met hun mening te geven. Van der Eijk: Om dat weer te stimuleren nodigen we bij een thema iemand uit die de kinderen kunnen 'interviewen'. Een bakker bijvoorbeeld. Vaak gaat dat via een tolk, zodat de tegelijk kinderen leren hoe ze met een tolk moeten omgaan.'

Aardig in de methode is de aandacht voor dovencultuur. Zoals rijmen in gebarentaal: op handvormen en bewegingen van de gebaren. Kamphuis doet het voor: met zijn armen langs zijn zij flapperen zijn handen als vleugeltjes, zacht en hard in gevecht met waterdruppels. Het is een rijmpje over een eendje dat spettert in het water.

En dan is er sms. Een geweldige uitvinding waar ze heel handig in moeten worden omdat kinderen ermee per telefoon kunnen communiceren zonder tussenkomst van een derde', zegt Van der Eijk. Daarom hebben we tekstjes gemaakt met sms-berichtjes in de hoofdrol en bijpassende opdrachten.'

Een voorbeeld van zo'n tekstje voor kleuters: Roodkapje zit in de buik van de wolf. De buik ruikt niet lekker. Het is donker in de buik. Roodkapje ziet niets. Roodkapje voelt in de zak van haar rok. In de zak zit een mobiel. Roodkapje sms't naar de houthakker. Ik ben Roodkapje. Ik zit in de buik van de wolf. Wil je mij helpen?

www.sprongvooruit.nl