Een verrukkelijke vijg, zonder Eva

In de islam is de vijg de grootste kanshebber voor de verboden vrucht. Maarten 't Hart vervolgt zijn zoektocht naar plant en dier in heilige boeken.

'Vergeleken met de koran is de bijbel ruwer, primitiever, vrouw- onvriendelijker, achterlijker.'

Foto AFP Vijgen vijgenblad Figs w/ Fig Leaf Jupiterimages;Maximilian Stock Ltd.

'In de koran', aldus islamoloog Karel Steenbrink, 'is de natuur maar zelden de concrete context: we vinden zelfs nauwelijks kamelen.' Niettemin wordt in de koran maar liefst driemaal gerefereerd aan de Paradijsboom met de verboden vrucht. Eerst al, kort nog, in soera 2: 'Wij zeiden: 'Adam, jij en je echtgenote mogen de tuin bewonen en jullie mogen ervan in overvloed eten, maar jullie mogen deze boom niet benaderen, want dan behoren jullie tot de onrechtplegers.' (Ik citeer de koran in de prachtige vertaling van Fred Leemhuis). In soera 7 wordt het verhaal uitgebreider verteld.

'O, Adam, bewoon jij met je echtgenote de tuin en eet waarvan jullie willen, maar jullie mogen deze boom niet benaderen, want dan behoren jullie tot de overtreders.' Toen fluisterde de satan hun in om openlijk te tonen wat er van hun schaamte verborgen was en hij zei: 'Jullie Heer heeft jullie alleen maar van deze boom afgehouden opdat jullie geen engelen zouden worden of zouden behoren tot hen die altijd blijven bestaan.' En hij bezwoer hun: 'Ik ben voor jullie echt een goede raadgever.' Zo misleidde hij hen door begoocheling. Toen zij dan van de boom geproefd hadden werd hun schaamte zichtbaar voor hen en begonnen zij zich te bedekken met aaneengehechte bladeren uit de tuin. En hun Heer riep tot hen: 'Had ik jullie deze boom niet verboden en jullie niet gezegd dat de satan een verklaarde vijand van jullie is.' Zij zeiden: 'Onze Heer, wij hebben onszelf onrecht aangedaan en als u ons niet vergeeft en erbarmen met ons hebt dan behoren wij bij de verliezers.' En in soera 20 wordt het verhaal nogmaals verteld.

Uiteraard hebben ook islamitische theologen zich niet alleen afgevraagd: waar lag die tuin, maar vooral ook: welke vruchtboom is hier in het geding. Op de eerste vraag heeft het islamitische antwoord soms geluid: Ceylon. In een stokoude koranvertaling vond ik ten aanzien van de tweede vraag de volgende noot: 'Omtrent deze boom, of de verboden vrucht, is de mening der Mohammedanen even als die der Christenen verschillend. Sommigen zeggen, dat het een korenaar was; anderen willen, dat het een vijgeboom moet zijn geweest, en anderen weder een wijnstok.' Zoek je verder in de vele becommentarieerde koranvertalingen die in ons land, en de ons omringende landen zijn verschenen, dan blijkt al snel dat de verrukkelijke vijg in de islam de hoogste ogen gooit als de verboden vrucht. De stelling bij het proefschrift van Wouter Verkerke uit 1988: 'De vrucht van de boom der kennis is een vijg, geen appel', die briefschrijver Henk Visser aanhaalde, wordt dus geschraagd door een krachtige islamitische traditie. Of misschien komt die stelling daar zelfs vandaan. Toch waren er, met name in Indonesië, ook stemmen die de pisang betitelden als de adami ponum, zoals de botanicus Georg Rumphius (1627-1702) die op Ambon werkte ons meedeelt. Maar die pisang-traditie is waarschijnlijk eerder van oriëntaalse christenen afkomstig dan van islamieten.

In de tot driemaal toe herhaalde koranversie van het verhaal der verboden vrucht valt allereerst op dat de sprekende slang ontbreekt. Binnen de islam zou zich dus nooit een kerkscheuring hebben kunnen voordoen zoals die van 1926 in de gereformeerde kerken van Nederland. Die scheuring betrof de vraag of de slang in het paradijs het woord had genomen. Een handjevol gereformeerden dat een slanggesprek maar moeilijk kon geloven, heeft toen de kerk verlaten en is 'in hersteld verband' verder gegaan. Wat voorts opvalt is dat de naam van Adams echtgenote niet genoemd wordt, en dat zij ook nergens als hoofdschuldige wordt opgevoerd. De koranversie van de zondeval - zo'n zwaar beladen woord gebruikt de koran trouwens niet - is dus anders dan het bijbelverhaal niet vrouw-onvriendelijk. Ons wordt altijd wijsgemaakt dat de koran zo misogyn zou zijn, maar daar valt veel op af te dingen. Zeker, één keer wordt, in soera 4, gezegd: 'De deugdzame vrouwen zijn dus onderdanig en zij waken over wat verborgen is, omdat God erover waakt. Maar zij van wie jullie ongezeglijkheid vrezen, vermaant haar, laat haar alleen in de rustplaatsen en slaat haar.' Maar daar wordt dan dadelijk aan toegevoegd: 'Als zij jullie dan gehoorzamen, dan moeten jullie niet proberen haar nog iets aan te doen.' In de bijbel wordt nergens met zoveel woorden aanbevolen ongezeglijke vrouwen te slaan, maar daar staat tegenover dat ons akelig vaak wordt opgeroepen onze zonen te kastijden. Vergeleken met de koran is de bijbel ruwer, primitiever, vrouwonvriendelijker, achterlijker. Wat de bijbel onverteerbaar maakt - sprekende slangen, converserende ezels, drijvende bijlen, teruglopende zonnewijzers, heerschappen die doodgemoedereerd over water kuieren en uit de dood opstaan - ontbreekt in de koran, op één pratende mier na, maar daar zal ik mettertijd mijn licht over laten schijnen. Ben je in je jeugd met de bijbel gekweld, dan is het een verademing om de koran te lezen. Of zoals de koran zo prachtig over zichzelf zegt: 'God heeft het beste nieuws neergezonden, een boek met op elkaar lijkende herhaalde gedeelten waarvan bij hen die hun Heer vrezen de rillingen over hun huid lopen.'

    • Maarten ’t Hart