Een smaakkeurmerk past niet in onze eetcultuur

Als ik een artikel over smaak zie, wil ik het graag lezen. Bob Cramwinckel stelt in zijn artikel in Opinie & Debat (13 mei) voor een nationaal smaakkeurmerk voor de gezondheid in te voeren.

Een smaakkeurmerk is niet effectief ter bestrijding van het overgewicht en een slechte gezondheid. Het past ook niet in onze eetcultuur. Het vaststellen op nationaal niveau van wat goede smaak is, is per definitie onmogelijk. Dit zal hooguit leiden tot een soort ”goedgekeurd door de vereniging van huisvrouwen”, een basiskeurmerk waarvan we er in Nederland al genoeg hebben.

In elk land ter wereld wil de consument gezond, veilig en smakelijk voedsel. De Nederlandse eetcultuur heeft van oudsher weinig op met smaak. Er is vooral veel aandacht voor gezondheid en veiligheid. Zo dreigen rauwmelkse kazen te verdwijnen als gevolg van dete strenge hygiënische maatregelen.

In de Nederlandse eetcultuur geldt dat eten gezien wordt als een functionele bezigheid. ”Als je niet eet, ga je dood.” De Nederlander wil in principe weinig geld besteden aan eten.

De Nederlandse voedings- en genotsmiddelenindustrie is internationaal georiënteerd en sterk geconcentreerd.Deze concentratie leidt tot eenzijdige voedingsproducten met voorspelbare smaken die de gemiddelde Nederlander op prijs stelt. Ook is er geen echte lokale eetcultuur zoals in Frankrijk, Italië en Engeland. In andere delen van Europa, zoals Italië en Frankrijk, is nog zo`n tien tot twintig procent van de voedingsproductie regionaal, ambachtelijk en authentiek. Deze wordt ook wettelijk beschermd via Europese wetgeving. Men is daar ook trots op zijn regionale keuken. Toch hebben Frankrijk en Italië geen smaakkeurmerk. Wel maakt men zich daar sterk voor (Europese) wettelijke bescherming van de authentieke regionale producten. Zoals Gegarandeerde Traditionele Specialiteit (GTS). Zo heeft Frankrijk voor zo`n 45 kazen een beschermde oorsprongsbenaming aangevraagd, en Nederland, een belangrijk kaas producerend land, voor slechts vier kazen.

Veel belangrijker dan een op zichzelf staand keurmerk is het om de diversiteit aan authentieke culinair bijzondere smaken te bewaren. Daarbij denk ik aan authentieke regionale producten met bijzondere smaken zoals het Chaams Hoen, Drents Heideschaap, Naegelholt, Boeren Goudse oplegkaas, Boeren Leidse kaas met sleutels, Texelse schapenkaas, traditionele Amsterdamse ossenworst, meikaas, notarisappel en sterappel. Allemaal regionale Nederlandse producten die op het punt staan te verdwijnen. En waarvoor Slow Food zich al jaren inspant.

Laten we de goede smaakproblemen aanpakken, te beginnen met het behouden van de smaakdiversiteit, de bewustwording van het belang van smaak en de smaakopvoeding van onze kinderen. Anders valt er straks niets meer te proeven.

    • Sander Janssens
    • Voorzitter Slow Food Zwolle