Dixit Hirsi Ali

Begin vorige week ontving ik een verzoek om na te denken over de vraag of ik mij beschikbaar wilde stellen voor het belangrijkste podium waarop ik voor de goede zaak kan strijden, het parlement. Dat verzoek kwam van de partij die de drager is van de liberale traditie in ons land, de VVD.

Ik realiseerde me dat ik hiermee de kans zou krijgen de thema's van mishandelde allochtone vrouwen die moeten onderduiken in blijf-van-mijn-lijfhuizen, evenals dat van de sociaal-culturele factoren die aan haar onderwerping ten grondslag liggen, uit het hulpverleningscircuit en de discussiehuizen te tillen, en rechtstreeks op de politieke agenda te plaatsen - waar ze immers thuishoren. En eigenlijk gaat dat over de fundamenten van onze rechtsstaat, dus over de vragen in welk land wij willen leven en over de kwaliteit van ons aller bestaan. (...) Ik heb mij natuurlijk afgevraagd of de VVD met overtuiging deze thema's is toegedaan en voldoende ruimte zou bieden om alle zaken, hoe gevoelig die ook liggen, bij de naam te noemen. Het antwoord is: ja.

Opiniepagina, 31 oktober 2002

Ik pleit er niet voor, en heb dat nooit gedaan, dat moslims hun geloof afzweren. Het gaat mij om inzicht in de negatieve en beperkende doorwerking van het geloof in de sexeverhoudingen. Het gaat me om het huiselijk geweld dat door het geloof min of meer is gelegitimeerd, om het verlangen naar een radicale islamitische heilstaat met een troosteloze positie van de vrouw daarin. Wat dit land nodig heeft, is een dialoog en een onderlinge discussie van moslims (...) Waarom besluiten we in de derde emancipatiegolf, met speciale aandacht voor moslima's, niet tot een doorstart van MVM, het vroegere Man Vrouw Maatschappij. De naam kunnen we gewoon blijven gebruiken; het wordt dan een inhaalslag voor de Moslim Vrouwen en Mannen.

Opiniepagina, 8 maart 2003

Islamitisch terrorisme, zowel in Nederland als daarbuiten, kan gedijen omdat het ingebed is in een grotere kring van eensgezinde medemoslims. Ik ben woedend dat dat gegeven maar niet wil doordringen tot de mensen die verantwoordelijk zijn voor onze veiligheid.

Ik voel me schuldig dat ik naar Theo ben gegaan met het script van 'Submission'. En dat hij daarom gedood is. Rationeel weet ik dat alleen de dader schuldig is aan zijn dood. Gevoelsmatig is dat verwarrend. Theo en ik hebben het uitvoerig gehad over de mogelijke consequenties voor ons beiden. Hij zei: 'Op het moment dat deze overwegingen je weerhouden van het uiten van je mening, is er toch geen vrijheid van meningsuiting? Dat is koren op de molen van de islamisten.'

Opiniepagina 3 november 2004

Westerlingen denken in een lineaire ontwikkeling van orthodoxie naar vrijzinnigheid. In een moslima met een naveltruitje en een rappende Ali B. zien zij moslims die de orthodoxie achter zich hebben gelaten. Maar die moslima en die rapper hebben de orthodoxie juist nog voor zich. Ze hebben de strijd met de orthodoxie uitgesteld.

Moslims zullen alleen onze kant kiezen, als we ze ervan overtuigen om de strijd aan te gaan met de absolute Allah en de absolute Mohammed. Dat is een strijd die de christenen al gestreden hebben. We moeten de pijn van de moslims zien en hun voorhouden dat ze die strijd moeten aangaan. En daarvoor is het noodzakelijk dat we de dingen bij de naam noemen.

Opiniepagina 8 november 2005

In de eerste plaats zijn wij vrouwen op geen enkele wijze georganiseerd of verenigd. Vrouwen in rijke landen, die gelijkheid voor de wet hebben afgedwongen, zijn het aan zichzelf verplicht in het geweer te komen om onze seksegenoten te helpen. Slechts onze verontwaardiging en onze politieke druk kunnen tot veranderingen leiden.

In de tweede plaats zijn er de krachten van het obscurantisme. De radicale islamieten zijn bezig met het doen herleven en verspreiden van een wrede en reactionaire reeks wetten. (...)

In de derde plaats ondermijnen cultuurrelativisten onze morele verontwaardiging door het standpunt te verdedigen dat de mensenrechten een westerse uitvinding zijn. (...)

Opiniepagina 9 maart 2006