De vreemdelingenrechtbank moet hard zijn

Verdienste telt te weinig en zieligheid te veel, concludeert Maarten Huygen

Twee dingen worden duidelijk na een vermoeiende woensdag bij de Vreemdelingenkamer van de Amsterdamse rechtbank. Verreweg de meeste gevallen van immigranten die tot Nederland willen worden toegelaten, zijn schrijnend. Ze zijn niet de klaplopers en criminelen voor wie ze nu worden gehouden. Dat geldt ook voor de tallozen die zich, zoals Ayaan Hirsi Ali, een leugentje om bestwil veroorloven. Dat is smeergeld voor een toelatingsbureaucratie die alleen bepaalde antwoorden accepteert. Het ene soort leed is nu eenmaal juridisch relevant, het andere niet.

Omdat geen minister voor Vreemdelingenzaken iedere aanvrager kan toelaten, is het een illusie dat zich met een ander beleid geen meelijwekkende taferelen in de rechtszaal zullen afspelen. Ministers kunnen zich milder voordoen en democratischer gezind zijn dan Rita Verdonk, maar dan nog moeten ze harde keuzes maken en veel aanvragers afwijzen. Ook onder PvdA-staatssecretaris Job Cohen werden paspoorten van genaturaliseerde burgers onbarmhartig afgenomen wegens leugens in het verleden.

Neem de grof gebouwde Jamaïcaanse vrouw die 's morgens met tranen in de ogen officiële toelating vroeg om samen te zijn met een partner die achterin de zaal zat. Het is onduidelijk hoe ze het land is binnengekomen, maar nu lijdt ze mede door de immigratieperikelen aan psychische kwalen en hoge bloeddruk. Daar wordt ze voor behandeld. Een reis terug naar Jamaïca om daar een aanvraag te doen tot verblijf in Nederland met onzekere afloop, is te belastend voor haar, vindt de advocaat, en bovendien is haar neef vermoord door de drugsmaffia en nu zitten ze ook achter haar aan om geld op te eisen dat ze niet heeft.

'Kunt u dan niet naar een ander deel van Jamaïca?' wordt haar gevraagd. Daar woont geen familie, antwoordt ze en bovendien zal de lange arm van de maffia haar daar ook vinden. Haar partner heeft het nog over het geweervuur dat hij bij een telefoontje naar haar zus in Jamaïca op de achtergrond kon horen.

Toch is geweervuur op straat geen grond tot verblijf in Nederland. De arme wijken van Jamaïca zijn gevaarlijk, maar de oplossing van het probleem bestaat niet uit de verhuizing van alle arme Jamaïcanen naar Nederland, met schutters en al. Er moet een keuze worden gemaakt.

In zijn memoires Die Welt von gestern herinnert de Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig zich met nostalgie de vrijheid om grenzen te passeren voor de Eerste Wereldoorlog. Je had toen niet eens een paspoort nodig. Maar toen reisde slechts een kleine elite. Nu verplaatsen zich vele miljoenen mensen naar rijkere oorden. Met de massa's zijn ook de aantallen fouilleerpoortjes, prikkeldraadhekken en grenswachten toegenomen. De entreeprocedures lijken kafkaësk maar zijn onvermijdelijk met zoveel aanvragers.

In de Vreemdelingenkamer, die de meeste beroepen tegen de Immigratie- en Naturalisatiedienst behandelt, vertalen advocaten het kleine en grote leed in juridische argumenten. Ik zag een Nederlands sprekende Marokkaan die verzuimd had gebruik te maken van een regeling tot legalisering, nadat hij zeventien jaar in Nederland illegaal had gewerkt. Als verzachtende omstandigheid werden zijn ongeneselijke spataderen aangevoerd. 'Schrijnend', zei de advocaat.

Ook als de aanvragers Nederlands verstaan, staren ze meestal niet begrijpend voor zich uit bij juridische termen, verwijzingen naar andere gevallen, nummers van richtlijnen en wetten. Elke zaak is een routineus, vriendelijk gesprek tussen specialisten die elkaar goed kennen, de rechter, de advocaat en de gemachtigde van de minister. Het lijkt op een discussie aan het ziekenhuisbed tussen behandelende artsen. Zo nu en dan wordt de aanvrager vriendelijk en empathisch toegesproken en bevraagd, als een patiënt voor de operatie.

Teleurstellend is dat verdienste een geringe rol speelt bij de toelatingsprocedure. Het gelijkheidsbeginsel heeft alle prestaties weggedefinieerd. Dat betekent dat van het Kamerlid Ayaan Hirsi Ali net zo goed het paspoort kan worden ontnomen wegens geconstateerde leugens bij de toelating als van de eerste de beste dief.

Voor mijn ogen zag ik het geval van de familie H., vader, moeder en twee zoons uit Rusland. Vader was al toegelaten als asielzoeker maar de twee zoons moesten terug naar Rusland voor een aanvraag tot verblijf met onzekere afloop, omdat zij daar dienstplichtig zijn. Vader werkt als elektronisch ingenieur aan de ontwikkeling van beeldschermen en de twee zoons doen maar liefst twee profielen aan de middelbare school, natuur en techniek en natuur en gezondheid. De oudste, Ghaizan, begon de volgende dag aan zijn eindexamen. Mijn gezond verstand zegt: reden genoeg tot toelating. Maar schoolprestaties en de kansen in Nederland tellen niet. Daarvoor moet je bij een ander loket zijn, maar dan is het te laat. Juridisch gaat het om het zieligheidsgehalte, de psychische trauma's die in het geval van Zjian uitgebreid door een psychiater werden toegelicht. De begaafde, harde werkers in het gezin moesten dus diep bukken om te worden toegelaten. Een verblijfsvergunning lijkt dan wel een ziekte-uitkering en het is een recept voor veel mislukkingen in het verleden. 'Het gelijkheidsdenken is een vloek', zegt de ervaren immigratieadvocaat C. Everaert die steeds meer werk krijgt aan bedrijven die onmisbare werknemers niet kunnen toelaten, omdat die dezelfde vertragende behandeling krijgen als ieder ander. Regels zijn regels, ook voor mensen die hard nodig zijn.

Eerst golden alle immigranten ten onrechte als goeiige slachtoffers maar sinds het onrustige jaar 2002 worden ze gezien als aasgieren op de verzorgingsstaat. Toch maken ijverige immigranten meer kans om in Nederland te slagen. Dat is goed voor hen en voor de Nederlandse samenleving. Dan is allochtoon niet langer een eufemisme maar een eretitel.

    • Maarten Huygen