De pijn van verdraagzaamheid ´We hadden een voorbeeld kunnen zijn voor Europa´

De liberale leiding van de Turkse moskeevereniging Milli Görüs is vorige week vervangen door conservatieve geloofsgenoten. Is de modernisering van Hollandse moslims in de knop gebroken? 'Er zijn vernieuwingen in gang gezet, die niemand meer kan stoppen.' Over tolerant worden met vallen en opstaan.

De afgezette vice-voorzitter van Milli Görüs Noord-Nederland, Uzeyir Kabaktepe (rechts), tijdens een presentatie van woningbouwvereniging Het Oosten ter gelegenheid van de start van de bouw van de Westermoskee aan de Baarsjesweg in Amsterdam Foto WFA WFA37:START BOUW WESTERMOSKEE:AMSTERDAM;28FEB2006- Op dinsdag 28 februari start Het Oosten tijdens een feestelijke bijeenkomst met de bouw van de Westermoskee, aan de Baarsjesweg te Amsterdam. Nadat de Imam de grond op ceremoniele wijze heeft ingewijd, houdt minister Donner een toespraak. Als officiele handeling zetten minister Donner, wethouder Stadig, stadsdeel voorzitter Van Waveren, directeur van het Oosten Bijdendijk en de heer Kabaktepe van Milli Gorus hun handtekeningen in een granietensteen. WFA/jvdh/str. Rein van Zanen WFA WFA

In de ruimbemeten directeurskamer van zijn adviesbureau op islamitische grondslag, herinnert Uzeyir Kabaktepe zich wat hij twee jaar terug in NRC Handelsblad vertelde. 'Het uur der waarheid', zei hij toen, 'moet nog komen.' Nog altijd hadden hij en zijn vooruitstrevende medebestuurders hun volgelingen er toen niet van kunnen overtuigen dat het voor de Turkse moslims van de Milli Görüs-beweging 'van levensbelang is om te vernieuwen, te veranderen, te integrereren, en om mee te gaan doen aan het Nederlandse leven'.

In die dagen was Uzeyir Kabaktepe, vice-voorzitter, nog zeer hoopvol. Het moest en het zou lukken, dacht hij. Ooit moest het zover komen dat de aanhangers van zijn Turkse Moskeevereniging Milli Görüs geen geïsoleerd levende, op Turkije gerichte schotelantennekijkers meer waren, maar volop aan het Nederlandse leven deelnemende mannen en vrouwen, zij het met een afwijkende onchristelijke levensovertuiging.

Nu, twee jaar later, lijkt het waarheidsuur eindelijk geslagen te hebben. Maar dan wel met een heel ander soort van klokgelui dan waarop Kabaktepe en zijn vernieuwingsgezinde medebestuurders van Milli Görüs zo lang en zo vurig gehoopt hebben. Begin deze week werd, na een snelle, vanuit Duitsland georkestreerde coup, Kabaktepe's op moderniteit, openheid en integratie gerichte bestuur aan de kant geschoven en vervangen door voorgangers die wel onverkort de zegen hebben van de conservatievere geloofsbroeders uit Keulen. In die stad is het Europese hoofdkwartier van de Turkse Milli Görüsbeweging gevestigd.

De eerste krantenberichten over de Duitse ingreep hadden een verontruste toonzetting. Was er met deze bestuurswisseling c.q. machtsovername een einde gekomen aan een van de meest veelbelovende en avontuurlijke ontwikkelingen binnen de Nederlandse moslimwereld? Zouden de hartelijke contacten die de moslims van Milli Görüs dezer dagen onderhouden met gevarieerde andersdenkenden zoals daar zijn, joden, homo's, eigenzinnige vrouwen en ongelovige Hollandse stadsbestuurders, nu ruw verbroken worden? En zou de enorme Westermoskee te Amsterdam, waarvoor christenminister Donner onlangs de eerste steen had helpen leggen, een broedplaats worden van islamitische benepenheid in plaats van de oase van grootstedelijke openheid die het oude bestuur met het complex na zei te streven?

Geen krant die over de geslaagde machtswisseling berichtte liet de gelegenheid voorbijgaan om het Keulse hoofdkwartier als 'uiterst conservatief' te omschrijven en om stil te staan bij de ruime aandacht van de Duitse inlichtingendiensten voor de Oost-Germaanse tak van de Milli Görüs-beweging. In Nederland verbrak het Amsterdamse Centrum Buitenlanders alle contacten met Milli Görüs, uit vrees voor fundamentalistische besmetting. Het woord radicalisering ontsnapte aan menige pen.

Later in de week liet de nieuwbenoemde voorzitter, in het dagelijks leven treinmachinist, desgevraagd en verrassend genoeg weten dat hij als één man achter het vernieuwingsstreven van het oude bestuur stond en staat. En dat hij niets van wat bereikt is terug wilde draaien, maar dat hij juist verdere en grotere stappen wilde zetten op weg naar de totale integratie van zijn volgelingen. En dat hij te Amersfoort, waar hij woonachtig is, niet voor niets prijzen in de wacht gesleept heeft als succesvol Turks emancipator.

De nieuwe voorzitter, Oner Hamurcu, 42 jaar oud, liet ondertussen de vraag onbeantwoord waarom er dan wél vanuit Keulen ingegrepen moest worden, als het niet om een gewenste koersverandering ging.

Een rondgang langs de hoofdrolspelers leert dat er bij Milli Görüs inderdaad iets aan de hand is dat zich niet zomaar laat beplakken met etiketten als conservatief of vooruitstrevend, modern of bekrompen, fundamentalistisch of open. De nieuwe voorzitter is al even terughoudend in zijn kritiek op het oude bestuur als de oude bestuurders het voordeel van de twijfel gunnen aan degenen die hen aan de kant hebben geschoven. Een broedertwist, jazeker, maar dan een die in het openbaar met fluwelen handschoenen wordt uitgevochten.

In de woorden van van Haci Karacaer, de belangrijkste ideoloog van de afgezette vernieuwers binnen Milli Görüs, komt dat ook omdat er, denkt hij, al te veel 'points of no return' gepasseerd zijn om wat er bereikt is zomaar terug te draaien. Op het moment dat ik hem spreek legt Karacaer de laatste hand aan een uitvoerige verklaring, die hij gisteren de wereld instuurde en waarin hij uitlegde dat het Milli Görüs van na hem, ondanks de bestuurswisseling, in niets meer lijken kan en zal op het met Turkse kranten dichtgeplakte Milli Görüs, dat hij zeven jaar geleden aantrof, toen hij er als eerste directeur werd benoemd.

Twee jaar terug mocht ik, voor een portret dat ik toen van de Milli Görüs-beweging schreef voor M, het maandelijks magazine van NRC Handelsblad, enkele weken aan Haci Karacaers zijde doorbrengen. Ik keek mijn ogen uit, hier gebeurde iets ongehoords. Het was alsof de verzamelde ultraorthodoxe kerkgenootschappen van de Bible Belt een erkende vrijdenker gevraagd hadden om hen voortaan herderlijk de weg te wijzen. De trouwe bezoekers van de Milli Görüs-moskeeën - onder Karacaers directeurschap vielen 23 gebedshuizen - kon je gevoeglijk beschouwen als zwartekousenmoslims. Ze rookten geen tabak, ze dronken geen alcohol, ze zoenden niet tot hun trouwdag, ze verwierpen de euthanasie zo goed als de abortus, en ze stuurden hun kinderen naar de islamitische basisschool. Dan hoefden de jongens na de gymles niet in hun blootje onder de douche. En daar verkeerden de meisjes veilig en wel tussen louter andere hoofddoekdraagstertjes.

Maar juist onder deze conservatieve moslims voltrok zich een wondertje, een kleine revolutie. Gesteund door het bestuur dat hem benoemd had vertelde Haci Karacaer de Milli Görüs-aanhangers onophoudelijk dat ze uit hun isolement moesten kruipen. En dat ze op moesten houden met hun zielige zelfbeklag. Want dat ze zich zelf moesten ontwikkelen. En dat ze geen Turkse, maar Hollandse moslims moesten worden. En dat ze hun bruid niet langer van het Anatoolse platteland moesten halen, en hun bruidegom niet uit een buitenwijk van Istanbul. En dat ze hun kinderen naar de openbare school moesten sturen. Want dat ze, kort en goed, deel moesten gaan uitmaken, niet van de Hollandse rafelrand, maar van de Nederlandse hoofdstroom.

De vraag is nu natuurlijk of de Keulse coup te ja of te nee een einde gemaakt heeft aan een zo hoopvolle moderniseringsgeschiedenis. Het somberste daarover is de zojuist afgezette vice-voorzitter, Uzeyir Kabaktepe. Hij zegt dat het hoofdbestuur van de federatie Milli Görüs in Noord-Nederland - er is ook een federatie van Milli Görüs in Zuid-Nederland - altijd al voor een deel bestuurders gehad heeft die 'de modernisering niet konden begrijpen, er gewoon niets van snapten'. Kwestie van level, denkt Kabaktepe, van gebrekkig denkniveau. Deze mannen hebben Duitsland wel vaker te hulp geroepen als er weer eens iets moderns gebeurde dat ze niet konden bevatten. 'Alsjeblieft! Help ons! Maak er een einde aan!'. Maar tegelijk zagen ook zij dat hun Milli Görüs door de buitenwereld met steeds meer respect werd bekeken. Hun trots om die waardering streed met de pijn die het deed om verdraagzaam te moeten zijn, zelfs tegenover de verderfelijk homoseksuele medemens. En telkens als ze in Keulen hun beklag daarover deden, antwoordde Duitsland dat er maar één remedie was. Het onmiddellijke ontslag van de koranvijandige nieuwlichter waar ze directeur Haci Karacaer in Duitsland voor aanzagen. Kabaktepe: 'Daar hebben de afgezette voorzitter, mijnheer Ismail Eryigit, en ik als vice-voorzitter ons al die jaren met hand en tand tegen verzet.'

En dat zijn ze blijven doen totdat Haci Karacaer, begin dit jaar, zelf besloot om ontslag te nemen. Hij wilde na zeven tropenjaren wel eens iets anders. Wethouder worden in Rotterdam, bijvoorbeeld, een functie waarvoor hij wel gepolst werd, maar die hij niet aannam omdat hij geen trek had in de portefeuille bouwnijverheid of iets anders weinig emanciperends en integrerends.

Kort nadat hij besloten had om Milli Görüs te verlaten informeerde ik bij Haci Karacaer naar zijn mogelijke opvolger.

'Er komt geen opvolger', antwoordde hij. 'Ze willen mijn werk laten doen door vrijwilligers.'

Toen was het wel duidelijk dat het door Haci Karacaers vertrek ontstane vacuüm de langgezochte ruimte tot verandering bood aan bestuurders die altijd al moeite hadden met Karacaers revolutionaire bevliegingen.

Karacaer zelf vertelt dat hij pas na zijn vertrek als directeur begrepen heeft dat Duitsland reeds drie jaar lang op zijn onvrijwillige ontslag heeft aangedrongen. Zijn bestuur was daar wel van op de hoogte, maar nam hem al die tijd stilzwijgend in bescherming. Karacaer wist wel dat Keulen de Noord-Nederlandse tak van de beweging al die tijd statutair aan de Duitse ondergeschikt wenste te maken. En dat de Duitsers bovendien van het oude bestuur eisten dat het de eigendom van de nieuw te bouwen megamoskee in Amsterdam over moest dragen aan de Centrale Stichting die namens Milli Görüs in Europa de moskeebezittingen beheert. In Amsterdam blijkt de Westermoskee in beheer bij beleggingsfirma Manderen BV, waarvan de afgezette vice-voorzitter Kabaktepe directeur is. Het bestuur van het nog te bouwen tempelcomplex bestaat verder uit de afgezette oud-voorzitter Eryigit en de vertrokken directeur Karacaer: een constructie waar nadrukkelijk voor is gekozen om Keulen op afstand te houden. De strijd tussen oud en nieuw bij Milli Görüs Nederland gaat, kortom, niet alleen over denkbeelden, maar ook, open en bloot, over wie het straks voor het zeggen krijgt in wat de grootste islamitische gebedsruimte van Nederland en mogelijk zelfs van West-Europa moet worden.

Volgens Uzeyir Kabaktepe is de zeggenschap juridisch waterdicht te zijnen gunste geregeld. De nieuw benoemde voorzitter, Oner Hamurcu, betwist dat. Volgens hem 'zullen we nog wel eens zien hoe dit afloopt'.

Als ik Haci Karacaer vraag naar zijn oordeel over de Duitse ingreep, antwoordt hij met iets dat eerder op een zelfverdediging lijkt dan op een frontale tegenaanval. Het meeste irriteert het hem, zegt hij, dat een hoop mensen nu zeggen dat ze altijd wel gedacht hebben dat die hele moderniseringsdrift niets anders was dan een onbetrouwbaar Milli Görüs-trucje: de buitenwereld zand in de ogen strooien met praatjes die ze daar graag horen, alleen maar om de conservatieven van een geloofwaardige dekmantel te voorzien! Dat soort slechte gedachten zijn met name onder linkse Turken inderdaad tamelijk gemeengoed. Ze waren vier jaar terug sterk genoeg om te verhinderen dat Karacaer namens de PvdA een zetel in de Amsterdamse Gemeenteraad mocht gaan bezetten. Karacaer: 'Zeven jaar lang heb ik het moeten horen. Slim hoor! Iemand als jou naar voren schuiven. Maar ondertussen.Ik zeg je, die zeven jaren zijn alles geweest, behalve een trucje.'

Wat waren ze wel?

Karacaer: 'Wat er bij Milli Görüs gebeurde was uniek in Europa. Ik noem maar iets. Door ons werd het huiselijk geweld aan de orde gesteld. Maar dan door twee vrouwen die van top tot teen zwart gesluierd zijn. Wij hebben de ruimte genomen en van de Nederlandse samenleving ook gekregen om langs de weg van redelijkheid te werken aan de integratie en emancipatie van moslims. Het had een voorbeeld kunnen zijn voor veel andere moslimgemeenschappen in Nederland en in Europa. Doordat Milli Görüs is gaan bewegen, is Islamitisch Nederland gaan bewegen!

'En nu', vraag ik hem. 'Ligt nu de weg naar een nieuwe radicalisering open?'

Karacaer: 'Onzin! Ik verwacht helemaal geen radicalisering!'

Waarom moest het bestuur dan vervangen worden?

Karacaer: 'Een proces van zeven jaar draai je echt niet terug, alleen maar door een nieuw bestuur te benoemen. Er zijn bewegingen in gang gezet, die gaat niemand meer stoppen. De positie die de vrouwen nu binnen Milli Görüs hebben, die geven ze echt niet meer weg hoor. Die positie, als je het mij vraagt, zou wel eens het meest in het oog springende onderdeel van Milli Görüs kunnen worden, de komende jaren.'

Andermaal steekt Karacaer, met mate, de loftrompet van de nieuw benoemde bestuurders. Ik noem de naam van de man die de nieuwe voorzitter mij opgaf als de door hem te benoemen nieuwe directeur, Want nee, met vrijwilligers, daar kom je niet ver mee. De opvolger van Haci Karacaer heet: Yusuf Altunas. Haci Karacaer hoort die naam in dit verband voor het eerst. 'Prima keuze!', juicht hij. 'Jongen met wie ik goed heb kunnen samenwerken!' Ook over de nieuwe voorzitter heeft Karacaer een mild oordeel: 'Verdient het voordeel van de twijfel'. Amersfoort, de plaats waar Oner Hamurcu afdelingsvoorzitter van was, heeft altijd loyaal met de vernieuwingen meegewerkt. Haci Karacaer: 'Maar Hamurcu is nooit opgestaan als het proces bedreigd werd. Als het goed ging hadden we een goede relatie. Maar als er discussie was, is hij nooit opgestaan en heeft hij nooit gezegd 'ik ben het met Haci eens, wat hij wil, daar is niets mis mee'.' Haci Karacaer maakt zich zorgen, zegt hij. Met hem is Milli Görüs haar boegbeeld kwijt, de man die zijn nek uit durft te steken. Er is geen gevaar voor fundamentalisme. Maar er is wel een breuk in leiderschap. 'Er is nu geen man meer die naar voren treedt en die ook dingen gaat zeggen die de aanhangers niet leuk vinden. De nieuwe voorzitter is geen bange man. Maar wel een tamelijk conformistische.'

Karacaer: 'Heel slim van Duitsland. Ze hebben geen erkende conservatieveling gekozen, ze hebben niet aangedrongen op een totale omslag. Ze hebben iemand gevonden die geen breuk met ons verleden teweeg zal brengen. Maar iemand die wel gevoelig is voor influisteringen en die geen oorlog met Keulen zal maken.'

Als ik de nieuwe voorzitter Oner Hamurcu zelf spreek, probeert hij op zijn beurt voldoende gloed in zijn woorden te leggen om de afgezette oude bestuurders postuum te prijzen. De aan de kant geschoven oud-voorzitter Ismail Eryigit noemt hij 'mijn tweede vader'. De vertrokken Kabaktepe en Karacaer noemt hij 'mijn broeders'. En de lijn van Karacaer, zegt hij, is nergens met meer warmte onthaald dan in zijn Amersfoort. 'Er is totaal geen reden voor paniek. Er is geen sprake van een koerswijziging.'

Hij klinkt bijna boos.

'Ik radicaal?', zegt hij. 'Ja, ik ben radicaal. Tegen het radicalisme'.'

En dan begrijp ik het, denk ik, een beetje.

Toen ik twee jaar terug een tijdje met leden van Milli Görüs optrok, mocht ik een weekend te gast zijn bij een scholingsbijeenkomst in een bosrijke omgeving. Die duurde twee dagen. Op zaterdag sprak er 's ochtends een uit Ankara overgevlogen ex-burgemeester en 's middags een overkoepelende Europese jeugdvoorzitter uit Keulen. Die zaterdag is de voertaal Turks, dat zich uitstekend blijkt te lenen voor de telkens herhaalde waarschuwing tegen iedere assimilatie die van de islamiet eist dat hij zijn normen en waarden aanpast aan die van het ongelovige gastland. De zondag is de voertaal Nederlands, en in die taal vernemen de circa driehonderd aanwezige Milli Görüs-mannen dat ze best wat water bij de wijn mogen doen.

Voor mij als buitenstaander klinkt het alsof ik aanwezig ben op een bijeenkomst van schizofrenen. Maar voor de circa driehonderd gelovigen in de zaal zijn het twee boodschappen die ze allebei graag tot zich nemen. Op zaterdag de zegen van de traditie. Op zondag de zegen van de vooruitgang.

Ik vermoed dat er onder die driehonderd man heel wat waren die geregeld de wenkbrauwen fronsten als Haci Karacaer, voorzitter Eryigit of vice-voorzitter Kabaktepe, de hoofdspreker van die zondagmiddag, weer eens een lans braken voor een hartelijke omgang, zelfs met de ergste zondaars. En ik geloof het onmiddellijk wanneer een van hen, een ex-bestuurslid, anoniem tegen mij verzucht dat hij altijd vol lof geweest is voor de dappere nieuwlichterijen van Haci Karacaer en de zijnen, maar dat hij, na zeven jaar onrust, ook opgelucht adem haalt nu wat minder uitgesproken types hun taken bij Milli Görüs Noord-Nederland hebben overgenomen.