De Meesterproef van Rita Verdonk

Wanneer kranten als The Wall Street Journal en The Washington Post in dezelfde week hoofdartikelen aan The Netherlands wijden, belooft dat meestal weinig goeds voor de Nederlandse Leeuw. Ook nu niet. 'Het was geen concessie aan extremisme die mevrouw Hirsi Ali tot haar aankondiging bracht, maar toegeven aan vooroordelen', schreef de Post, doelend op de motieven van minister Rita Verdonk.

De minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie stond, geheel door eigen toedoen, voor de grootste meesterproef in haar korte politieke carrière. Haar falen op alle fronten stemt niet vreugdevol, vooral omdat de gang van zaken deze week de broosheid van het huidige Nederlandse politiek en bestuurlijk bestel blootlegde.

Overzie de score: een minister die handelde en redeneerde als een kip zonder kop, een Kamer die verdronk in een etmaal emotie-tv, een minister-president en een vice-minister-president die nadat het onheil was geschied druk waren met wat in Hirsi Ali's toekomstige woonplaats heet 'covering their asses', dit alles overgoten met een saus van amateur-jurisme.

Verdonk heeft niet duidelijk gemaakt waarom de tv-uitzending van Zembla haar eerst niet en daarna wel tot actie dwong. De Kamervraag van het lid Nawijn moest worden beantwoord, maar daar gaan gewoonlijk eerder weken dan dagen overheen. En ook dan zijn er voorbeelden te vinden van informatie-arme antwoorden. Het was dus een beslissing van de minister om maandagmiddag, nadat zij van de Achmea Kennisquiz terugkwam, het dossier Hirsi Ali te bekijken en de knoop door te hakken.

Zij belde het bevriende Kamerlid niet op maar liet de brief met haar vonnis tegen het eind van de maandagmiddag door een beveiliger overhandigen. Charmant, tactvol, zakelijk. Je neemt een lid van de Staten-Generaal haar paspoort af, spreekt de voicemail van de premier in en zet je daadkrachtcampagne voort. Zonder enig benul van het collegiaal bestuur dat het Nederlandse bestel kenmerkt, zonder enig besef van de voorspelbare schade aan de reputatie van het land in de rest van de wereld.

En dan komt dinsdag het debat in de Tweede Kamer. De minister heeft maar één antwoord, ongeacht de vragen. Het arrest van de Hoge Raad van 11 november 2005 in een vergelijkbare zaak laat haar geen ruimte iets anders te doen dan vast te stellen: Hirsi Ali is door een onjuiste naam en geboortedatum op te geven nooit Nederlandse geworden. Regels zijn regels. Gelijke monniken gelijke kappen.

Als functionaris faalde Verdonk doordat zij geen onderscheid kon maken tussen zichzelf als persoon en als bewindsvrouw. Het gaat er niet om of de mens Rita Verdonk pas in Zembla hoorde dat Hirsi Ali haar vluchtverhaal heeft opgepoetst. Nog los van al die eerdere Hirsi Ali-ontboezemingen, het Taïda Pasic-telefoongesprek en een eerder stuk in Propria Cures, dat zij volgens de auteur op haar ministerie besprak, de vraag is of zij als ambtsdrager (bijgestaan door haar ambtenaren) kon weten dat Hirsi Ali in zekere zin een artiestennaam is. Het antwoord daarop moet Ja luiden. Weinig of niets blijft echt geheim in Den Haag.

Als jurist faalde Verdonk, doordat zij het arrest van de Hoge Raad las als zo'n computervertaalprogramma: woord erin woord eruit. Op geen enkele manier gaf zij er blijk van te beseffen dat een goede toepassing van het recht streeft naar redelijkheid en billijkheid. Ook de uitspraak die zij tot gekmakens toe herhaalde, biedt die ruimte, sommigen zeggen: die verplichting. Over de identiteit van de vrouw die bekend werd als Hirsi Ali bestond in werkelijkheid geen twijfel. Haar afkomst was bekend, haar familie bereikbaar. Als Hirsi Ali kon aantonen dat zij zich al eerder zo noemde, of dat het voeren van haar moeders naam voor haar normaal was, is er niets aan de hand. Er was ook weinig aanleiding te vermoeden dat zij agente van een vijandige natie was - een andere reden voor de identiteitseis.

Als minister en jurist gedroeg Verdonk zich als een stagiaire door met dat arrest te zwaaien zonder ook maar aan te geven dat zij weet dat het laatste woord niet aan de rechter is, maar aan de wetgever. Als zij vaststelt dat een recente uitspraak van de Hoge Raad haar niet zint, kan zij een reparatiewet indienen en de Kamer vragen die met spoed te behandelen. De wetgever heeft het laatste woord. De meeste Kamerleden die dinsdag het woord voerden, liepen ook niet te koop met dit inzicht.

De vooraanstaande jurist, die Verdonks voordeurdeler op het ministerie van Justitie is, zat naast haar in de Tweede Kamer en liet de collega de hele avond spartelen. Misschien heeft Donner door schade en schande geleerd dat Verdonk niet vatbaar is voor geïnformeerd advies. Blijft de vraag wat nominaal partijleider Zalm bewoog om partijgenoot Verdonk zaterdag, zondag en maandag te laten begaan en pas dinsdag, toen het kalf verdronken was, met een moeilijk te duiden boosheid op de Arme Ayaan-trein te springen. En waar was regisseur Balkenende voordat hij via Netwerk en een ingelaste uitzending van Wie Komt er in mijn Torentje? de schijn van leiding herstelde?

Vaak wordt in rechterlijke kring verzucht dat de politiek de moeilijke beslissingen graag aan de rechter overlaat. Wel, de beslissing van het Gerechtshof te 's Gravenhage van 27 april 2006, die Hirsi Ali haar extra beveiligde woning ontnam op verzoek van de omwonenden, mag gelden als een voorbeeld van het tegendeel. Zelden leverde een onnodige en in zijn uitwerking schandelijke uitspraak het gezag van de democratische rechtsstaat zoveel schade op.

O ja, er zijn verkiezingen voor het lijsttrekkkerschap van de VVD. Minister Verdonk verklaarde bij hoog en bij laag dat zij die zaken volstrekt uit elkaar houdt. De eenheid van de partij kan zij moeilijk op het oog hebben gehad met die fatale brief. Laten we haar op haar woord geloven. Dat maakt het voorgaande des te erger. Het was geen opportunisme dat haar dreef. Dit is de politicus en bestuurder die bij een deel van de VVD-achterban en het van ongenoegen broeiende kiezersvolk het meest populair is. De Nederlandse democratie verdiende veel van die commentaren uit het buitenland.

opklaringen@nrc.nl
    • Marc Chavannes