De chef heeft geen gezicht, alleen een pen

De chef is er nooit als je hem nodig hebt. Dan is de chef in reunião, die nog wel even duren gaat. Of de chef is op het platteland, als je in de hoofdstad bent. De chef is soms ook in de hoofdstad, maar uitsluitend als je op het platteland bent. In een land als Angola kan de chef je dagenlang gegijzeld houden, zonder dat je de chef ooit ontmoet hebt.

Ik heb over de chef gedroomd, tien nachten lang. Zo lang als ik in Angola was. Hij had geen gezicht, de chef. Alleen een pen. Dat was de pen die de toestemming kan geven voor wat je daar allemaal dacht te doen terwijl je in Angola bent. Werken bijvoorbeeld. Filmen. Fotograferen. Interviewen. Vliegen. Of gewoon eten. Ik droomde dat de chef me met een pennenstreek zou verlossen van dat ene zinnetje waarmee elk gesprek in dit verwoeste maar adembenemend mooie land begint: não é possível. 'Dat kan zomaar niet.'

De chef is er alleen als je hem niet wil zien. Als je snel even twee cola, een fles water en twee broden in de supermarkt wilt kopen bijvoorbeeld. En het meisje achter de kassa heel minutieus het bonnetje schrijft: een cola plus een cola plus een fles water plus een brood en een brood. En als je dan vluchtig wat kwanza's neerlegt en richting de dichtst bijzijnde deur van de verder lege supermarkt beent, blokkeert 'de chef' de weg en zegt: 'Dat gaat zomaar niet. Dit is de ingang.'

En als je dan door de echte uitgang naar buiten wilt lopen, staat er weer een andere 'chef' die het bonnetje uit je handen grist om die cola plus een cola plus een fles water plus een brood en een brood nog eens over te schrijven in zijn grote boek vol getallen en strepen. De chef kan je dagen bezig houden.

De ver-chef-fing van Angola is een erfenis, wordt wel gezegd, van het koloniale tijdperk. De Portugezen waren de meest bureaucratische van het stel, met een regel voor de onnozelste details. Hoe hoog de brandblusser hangen moet: een meter twintig van de vloer. Hoe ver een bureau van de muur moet staan: 2,5 centimeter. De Oost-Europese bemoeienis met dit land op het hoogtepunt van de Koude Oorlog hielp de macht van de bureaucraten ook aanzienlijk. De chefs van Angola hebben van de Stasi veel geleerd.

De chef kan je breken. Zoals de chef die ineens voor ons stond, toen we vanuit het gehavende centrum van de stad Luena in het oosten van Angola terugslenterden naar onze verblijfplaats zonder elektriciteit en stromend water. 'Middag', stelde hij zich voor. 'Justino: chef van het bureau Comunicação social.'

Justino was verbaasd ons hier zomaar op straat te zien lopen, zei hij. Hoe het kwam dat we ons nog niet gemeld hadden bij hem, de chef. We hadden eerlijk tegen Justino kunnen zijn en hem kunnen zeggen dat we nog nooit gehoord hadden van 'dé chef van Luena'. Maar op zo'n antwoord zat Justino zichtbaar niet te wachten. De chef was nu al woedend 'Morgen, acht uur, melden op het bureau van de chef. Okee?' Wij haalden onze schouders op en zeiden dag in de overtuiging Justino nooit meer te zien. Dat was dom.

Een echte chef is overal.

Op weg naar een interview met een mensenrechtenadvocaat stond hij de volgende dag als uit het niets weer ineens voor ons. Waar het zo vroeg op de ochtend heen ging, zonder hem, de chef? We lieten stoer onze accreditaties zien, die we dagen eerder in de hoofdstad van het ministerie van Comunicação Social gekregen hadden. Die perskaarten betekenden niets in de ogen van Justino niks. Die kaarten kwamen van de chef in Luanda. 'Dit is Luena en hier ben ik de chef.'

'U kunt hier alleen werken met een chef van de regering. En dat ben ik.' Omdat we zijn aanwezigheid tijdens een interview met een mensenrechtenadvocaat niet zo handig vonden, leek het ons tijd voor een nieuwe strategie. Besefte chef Justino wel hoe boos de chef in Luanda zou worden als zou blijken dat hij ons het werken onmogelijk maakte?

Om die woorden kracht bij te zetten greep ik naar de eindeloze lijst met telefoonnummers en begon demonstratief te bellen. Dat bracht Justino even van zijn stuk. Terwijl ik in het Engels begon te spreken met een medewerker van het ministerie van Informatie, begon Justino zenuwachtig aan zijn shirt te frunniken. De enige manier om autoriteiten in Angola het zwijgen op te leggen, was dreigen met meer autoriteiten, leek me. Justino onderbrak het gesprek. 'Okee, jullie kunnen gaan. Zolang je vanavond maar komt melden wat je precies hebt uitgevoerd.'

Dat vergaten we. En ook dat was stom. De chef vergeet niet. De volgende ochtend stond hij om half zes voor de deur. Woedend. 'Ik wil nu zien wat jullie in Luena hebben uitgevreten. Anders neem ik al het materiaal in beslag.' Het was tijd voor capitulatie. We maakten koffie voor Justino. We toonden ons braafste materiaal: beelden van Luena. Het Luena van de chef. Justino ging onverklaarbaar vrolijk kijken. Justino stond op en liet zijn autosleutels zien. 'Kom, ik laat jullie nog wat mooie punten van de stad zien.'

Nu zijn autoriteit eindelijk was erkend, kon de chef behulpzaam zijn.

    • Bram Vermeulen