Beurs daalt

Oude zekerheden sterven langzaam. Zekerheden als: de beurs loopt negen maanden vooruit op de economie. Of, vragenderwijs: de Nederlandse economie herstelt, maar de Amsterdamse beurs verliest in een paar dagen 8 procent, hoe kan dat?

Dat komt doordat de beurs met de economie tegenwoordig een vergelijkbare relatie heeft als een kapotte klok met de echte tijd. Twee keer per dag wijst de klok de juiste tijd aan. Maar dat is toeval.

De beurs, zeg maar: de financiële economie van aandelenkoersen en effectenhandel, heeft een vergelijkbare verhouding met de werkelijke economie van banen, lonen en bestedingen. Soms sporen zij met elkaar, meestal niet.

Tot aan de jaren tachtig was de financiële economie een afgeleide van de reële economie. Toen zijn de verhoudingen radicaal gewijzigd. Liberale politici (Thatcher, Reagan, Ruding) liberaliseerden hun financiële markten en hun financiële sector. Gevolg: een explosie van spaar- en beleggingsmogelijkheden, de wonderbaarlijke vermenigvuldiging van handelaren die als een financiële kudde de markt bestieren en een aan verslaving grenzende gretigheid om eigen én geleend geld in te zetten.

De werkelijke economie is nu een dreumes. Alleen al de handel in vreemde valuta is een veelvoud van de wisseltransacties die nodig zijn om de wereldhandel te betalen. De rest is speculatie.

De financiële economie reageert op dezelfde prikkels als de echte economie: angst en hebzucht. Maar waar een ondernemer tijd nodig heeft om mensen aan te nemen of een fabriek te bouwen, reageert de financiële kudde direct. De 24-uurs economie bestaat niet, 24-uurs handel wel. Er is altijd wel ergens een financiële markt open.

Angst en hebzucht komen in beweging als de prijzen veranderen. Net als in de echte economie, maar zonder vertraging. Een prijsverandering van arbeid werkt met tussenpozen door in acties van werknemers en werkgevers.

Vier prijzen maken op de financiële markten de dienst uit. De prijs van goederen (inflatie). De prijs van geld (rente). De prijs van valuta (wisselkoers). En de prijs van de financiële bezittingen zelf, zoals aandelenkoersen.

Geen prijzen en markten zonder mensen en hun sentiment. Op de markt is het ieder voor zich, en het collectieve samenspel van verwachtingen voor ons allen. Het sentiment regeert het karakter van het financieel bezit: als de prijzen laag zijn, wil niemand ze hebben, maar als de prijzen stijgen, verdringen beleggers, handelaren, speculanten en meelopers zich om een graantje mee te pikken.

Deze week liep de financiële kudde de beurskoersen weer onder de voet. Een kleine wijziging in de prijs van goederen, zorgde voor een omslag in het sentiment. Angst voor meer prijsverhogingen nam toe, van de rente bijvoorbeeld. De financiële kudde reageert zoals bij het brandalarm in een warenhuis. Iedereen wil er uit.

    • Menno Tamminga