48 uur in (nu het weer kan) Tripoli

De Verenigde Staten hebben deze week hun relatie met Libië hersteld. Gerbert van der Aa over de alcoholvrije geneugten van Tripoli, de hoofdstad van Libië

WELKOM: posters van de nu 64-jarige dictator Gadaffi sieren nog altijd het straatbeeld van Tripoli. A banner of Libyan leader Moamer Kadhafi is hanged up on the wall of a building at the Green Place in Tripoli 31 August 2000. AFP

Waarom nu gaan?

Libië was jarenlang een terroristenstaat, maar het is nu weer bijna helemaal normaal. Het internationale luchtvaartembargo, gevolg van de Libische betrokkenheid bij de aanslag op een Amerikaans vliegtuig boven het Schotse Lockerbie, is opgeheven. De website van de Libische vertegenwoordiging bij de Verenigde Naties opent tegenwoordig met een animatiefilmpje waarop de Libische leider Muammar al-Gaddafi hartelijk de hand schudt van de Amerikaanse president George W. Bush. Westerse toeristen zie je nog nauwelijks in Tripoli, maar volgens de Libische overheid zijn ze van harte welkom.

Wat te doen?

Een van de eerste dingen die opvallen in Tripoli zijn de metershoge portretten van de grote leider, ze sieren de gevels of zijn op billboards afgedrukt. Interessant is het telkens wisselende uiterlijk van de inmiddels 64-jarige Gaddafi, die geen leider maar gids genoemd wil worden. Op de meest recente portretten staat de excentrieke dictator afgebeeld met een donkere zonnebril en kijkt hij arrogant voor zich uit. Op oudere portretten is hij ook wel eens lachend te zien.

De omgeving van het Groene Plein, met aan de westkant het oude Ottomaanse medina en aan de oostkant het door de Italianen gebouwde koloniale deel, is toeristisch het meest interessant. In de medina, met zijn smalle kronkelende steegjes, hebben talloze handwerkslieden hun werkplaats. In het koloniale stadsdeel, met statige Italiaanse huizen uit de eerste helft van de vorige eeuw, kun je op een van de vele terrassen een prima cappuccino drinken of een waterpijp roken.

Aan de noordrand van de medina zijn archeologische overblijfselen uit de Romeinse tijd te vinden. Een indrukwekkende ereboog voor keizer Marcus Aurelius is nog grotendeels intact. In het nationale museum, even verderop, zijn Romeinse kunstschatten te zien. Met name in de tweede en derde eeuw na Christus, toen het Romeinse rijk een aantal keizers had uit Libië, werd veel geld besteed aan verfraaiing van de Afrikaanse provincie. De mooiste ruïnes zijn te bewonderen in Leptis Magna, 120 kilometer ten oosten van Tripoli.

Voor interessante moderne architectuur moet je naar het Volkscongresgebouw, dat geïnspireerd is op een nomadentent. Ook op andere plaatsen in Libië zijn overheidsgebouwen in de vorm van een tent te vinden. De bouwstijl is een persoonlijk idee van Gaddafi. Hij werd geboren in een nomadengezin en verloochent zijn afkomst niet. Nog steeds brengt hij zijn tijd het liefst door in een tent in de woestijn. Als de Libische leider op staatsbezoek gaat, logeert hij niet in een hotel maar laat hij ergens in een park een groot kampement verrijzen.

Welke taal spreken?

Arabisch is de nationale taal in Libië. Een klein aantal mensen spreekt Engels, andere westerse talen worden nauwelijks gesproken. Dat is onhandig omdat Libiërs graag met toeristen praten. Overal waar je komt wordt je gastvrij onthaald. In andere Noord-Afrikaanse landen worden buitenlandse bezoekers achtervolgd door types die om cadeaus vragen. Maar in Libië, dat gemeten naar het gemiddeld inkomen per inwoner het rijkste land van Afrika is, geldt het omgekeerde. Daar krijgen toeristen juist cadeaus aangeboden.

Waar eten en drinken?

Disco's zijn er niet in Tripoli. Libië is een conservatief land waar mannen en vrouwen in het openbare leven veelal strikt gescheiden zijn. Sinds de jaren zeventig geldt de islamitische wet en is alcohol verboden. Maar Gaddafi, die in Libië vrijwel absolute macht heeft, neemt de sharia niet op alle punten even nauw. Vrouwen kunnen zonder problemen zonder hoofddoek over straat. Amputaties en stenigingen komen niet voor.

Restaurants zijn er volop in Tripoli. In het centrum zijn op bijna iedere straathoek eethuisjes waar hamburgers en pizza's te koop zijn. Een andere lokale specialiteit is gebraden kip. Tripoli herbergt ook een aantal chique restaurants, waar veelal Marokkaanse koks werken. Want de Marokkaanse keuken staat in hoog aanzien in Libië. Tajines en couscous zijn er in alle soorten en maten.

Een aanrader is het visrestaurant in de haven, een paar kilometer ten oosten van het Groene Plein. Op tafeltjes liggen daar talloze soorten vers gevangen vis uitgestald. Klanten kiezen een vis uit, die daarna wordt gebakken. Op het strand staat een aantal tafeltjes waar de de vis geserveerd wordt, gegarneerd met salade en friet.

Welke souvenirs kopen?

De leukste souvenirs die je in Tripoli kunt kopen zijn horloges en sleutelhangers met een afbeelding van Gaddafi. Vooral aan horloges is grote keus. In de winkels langs Sharia al Mukhtar ligt een tiental verschillende modellen uitgestald in de etalages. Ook zijn er ansichtkaarten te koop waarop een jonge Gaddafi gekleed in een Adidas-trainingspak een balletje hoog houdt.

Hoe er te komen?

Westerse bezoekers hebben een visum nodig voor Libië, dat Nederlanders kunnen aanvragen op de ambassade in Den Haag. Een schriftelijke uitnodiging van een Libische staatsburger of touroperator is doorgaans verplicht. Diverse Nederlandse reisorganisaties hebben georganiseerde reizen naar Libië in hun pakket. KLM vliegt drie keer per week rechtsreeks op Tripoli.

    • Gerbert van der Aa