Zus

Na een lange dag stap ik de bus in, en zie mijn zus ergens achterin zitten. Ik kijk haar aan, glimlach en loop naar haar toe. Als ik bijna bij haar ben, zie ik dat ik mij vergist heb. Ik ga wel naast de vrouw zitten, er zijn weinig stoelen vrij.

Ik begin een boek te lezen, en merk dat de vrouw me een beetje bevreemd aankijkt. Mijn blikken op haar hebben haar misschien een ongemakkelijk gevoel gegeven.

„Ik dacht dat je mijn zus was”, zeg ik daarom ter geruststelling. Het helpt weinig. De vrouw lijkt nu echt in verwarring.

Een paar haltes later bedenk ik me hoe dat komt: mijn zus is geadopteerd uit Korea.

Bijdragen van lezers zijn welkom via een formulier op www.nrc.nl/ik.

    • Robbert Nix