Zoenen aan Zee

Zoen jij ook altijd in de lente? Nou, ík kan er geen genoeg van krijgen. Maar in het begin wist ik nog niet goed hoe het moest. Zoals die keer dat ik met de buren mee mocht naar hun zomerhuisje aan zee.

Zo was het tussen Michel en Ellen FRANCE, SOUTHERN CORSICA (2A) PROPRIANO, BROTHER AND SISTER ON THE BEACH HEMISPHERES_IMAGES

De zon scheen, de wind blies de witte wolken uiteen. Ik speelde de hele dag op het strand. En toen gebeurde het. In de verte zag ik haar... ze was zo leuk dat ik – patsboem! – verliefd op haar werd. Zoenen, dacht ik, ik wil zoenen, op haar wangen, op haar neus, op haar ogen. Want in films zag dat er altijd zo fijn uit. Ik schopte mijn voetbal naar haar toe en ja hoor, ze schopte hem terug. Daarna speelden we iedere dag samen op het strand. En toen ik na een week naar huis ging, kreeg ik een zoen van haar op mijn wang, die ik daarna niet meer wilde wassen. Ellen heette ze.

Thuis kon ik niet slapen van geluk. „Wat is er gebeurd?” vroeg mijn moeder ongerust. „Ben je ziek?” „Nee,” zei ik, „het is dat meisje van het strand. Ik ben verliefd.” Mijn moeder zweeg.

Toen ik een maand later weer met de buren mee naar zee mocht kwam ineens Edith op me af, een meisje waarmee ik, voordat ik Ellen kende, ook wel eens op het strand speelde, maar dat ik een beetje saai vond. Ze draaide en zwierde om me heen en zei: „Je mag me best zoenen, hoor. Je bent toch verliefd op me?” „Hoe kom je daar nou bij?” riep ik geschrokken, want ik wilde helemaal niet met haar zoenen. En waar was Ellen? „Vind je haar niet leuk?” vroeg de buurvrouw toen ik weer in het huisje kwam. „Wie?” vroeg ik. „Edith natuurlijk. Je moeder vertelde het me vorige week.”

Ellen heb ik nooit meer terug gezien, maar de rest van de vakantie had ik de hele dag Edith achter me aan. Ze wilde iets van me dat ik ineens helemaal niet meer zo fijn vond.