'Wad is laatste wildernis'

Voldoen de kabinetsplannen om gaswinning in de Waddenzee toe te staan, wel aan de Europese regels voor vogel- en natuurbescherming? Deze vraag heeft europarlementariër Dorette Corbey (PvdA) deze week voorgelegd aan de Europese Commissie. Op haar verzoek gaat de Commissie de Nederlandse plannen toetsen aan de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn.

Waarom bent u bang voor de gasboringen zoals die gepland zijn?

'Ik ben sowieso tegen gasboringen in de Waddenzee. De boringen zullen bodemverzakkingen veroorzaken. Terwijl de Waddenzee de laatste grote wildernis van Europa is. Bovendien is het economisch belang niet zó groot. We kunnen het Waddengas beter bewaren als appeltje voor de dorst, voor wanneer we het in de toekomst echt nodig hebben.'

Uit berekeningen blijkt dat de boringen een half procent van de zandplaten in het winningsgebied zullen kosten. Wat is nou een half procent?

'Eigenlijk weinig. Maar je weet niet om welke zandplaten het gaat, en hoe significant ze zijn. Bovendien dreigt een cumulatie van effecten, waarbij onduidelijk is hoe groot deze zijn en wat de gevolgen zullen zijn. De zeespiegel stijgt snel, door smelting van het Noordpoolijs. Er zijn ook geologische ontwikkelingen. Scandinavië komt omhoog, terwijl Nederland daalt. Dat gaat slechts om enkele millimeters per jaar, maar alles bij elkaar kunnen zulke ontwikkelingen er wel toe leiden dat meer dan een half procent van de zandplaten verdwijnt.'

De boringen zullen plaatsvinden 'met de hand aan de kraan': als er ongewenste gevolgen voor het milieu optreden, wordt de gaswinning gestaakt.

'Ja, maar voordat de kraan dichtgaat, moet je een causaal verband aantonen tussen bodemdaling en gaswinning. Door alle verschillende factoren die een rol spelen, wordt dat dus moeilijk.'

Het zand dat verdwijnt, kun je toch kunstmatig aanzuiveren?

'Inderdaad, dat zou kunnen. Maar dan moet je het zand ergens anders vandaan halen. Tot nu toe hebben we dat wel kunnen bijhouden, maar je weet niet of dat ook op grotere schaal lukt.'

    • Mark Schenkel