‘Veel in ons land is zelfvernietiging’

De film ‘Bug’ van William Friedkin, laat zien hoe twee mensen in hun paranoia wegzinken. De beelden uit de motelkamer zijn beklemmend. Friedkin: „De wereld is een benauwende plaats waar mensen met hun rug tegen de muur staan.”

William Friedkin (Foto Imagenet) William Friedkin, regisseur Imagenet

In een hoekje van een strandtent tegenover het Carlton Hotel in Cannes probeert regisseur William Friedkin zichzelf verstaanbaar te maken boven het lawaai van een filmfeest op het aangrenzende stranddeel uit. „Vroeger was dit nog openbaar strand”, zegt de Amerikaan. „Film is een jaloerse god. Hij heeft ook dit ingenomen.”

Hoelang de 70-jarige Friedkin ook al deel uitmaakt van de filmwereld, hij houdt de blik van de buitenstaander. Hij heeft in de jaren zeventig de razendsuccesvolle The Exorcist en The French Connection gemaakt, maar de glamour die aan sommige regisseurs kleeft is hem vreemd. Hij hijst zijn gele ribfluwelen broek tot zijn navel op en mag twintig minuten de tijd nemen voor een gesprek over zijn laatste film Bug.

Geen onverdeeld plezierige kijkervaring. De paranoïde ex-soldaat Peter (Michael Shannon) komt het droevige leven en de motelkamer van werkster Agnes (Ashly Judd) binnen. Haar zoontje is jaren geleden op onverklaarbare wijze verdwenen, haar ex-man is net uit de gevangenis en valt haar lastig. Peter is ervan overtuigd dat hij medische experimenten heeft ondergaan toen hij in Syrië gelegerd was. Volgens hem is een parasiet in zijn lichaam geplant. Hij sleept de wankelmoedige en naar iedere vorm van aandacht hunkerende Agnes mee in zijn waanzin. We zien hem met een nijptang een kies uittrekken omdat hij ervan overtuigd is dat daaronder de ‘eizakjes’ van het insect (bug) zitten.

Dat mogen we toch wel horror noemen?

„Zeker, daar heb ik geen probleem mee.”

Amerikaanse regisseurs van een genrefilm ontkennen meestal dat ze er een diepere bedoeling mee hebben, maar het kan geen toeval zijn dat u zo’n paranoïde film heeft gemaakt in dit tijdperk.

„Natuurlijk is dat geen toeval. Dit is hoe ik denk over onze tijd. Ik had deze film nooit gemaakt in de jaren tachtig. Toen zag de wereld er anders uit. In de jaren zeventig wel, trouwens. Zo voelden wij ons ook toen Nixon president was. Alsof het land stuurloos ronddobbert en niemand de baas is. Alsof machines het bewind hebben overgenomen. Niemand die ik ken is het met deze regering eens, en toch regeert ze.”

Het eerste shot is van heel hoog boven het land genomen en de camera zweeft als een mug naar het Rustic Motel toe waar vrijwel de gehele film zich afspeelt. Het Rustic Motel lijkt zo een metafoor voor een naïef land waar de kwade krachten op worden losgelaten.

„Je kunt de hele film opvatten als een metafoor. Dat is aan jou. Er zijn veel interpretaties mogelijk. Maar niet één interpretatie is helemaal sluitend. Je weet niet wat echt is en wat zich alleen in het hoofd van Peter afspeelt. Ik kijk zelf liefst naar films die vragen opwerpen dan die ze beantwoorden.”

In ‘Bug’ valt de naam van bommenlegger Tim McVeigh en van ‘dominee’ Jim Jones die zijn eigen sekteleden vermoordde.

„Er zitten ook verwijzingen in naar de UNA-bomber en naar de Branch Davidians die zichzelf hebben verbrand in Waco. Al dit soort mensen heeft model gestaan voor de persoon van Peter. Zoveel dingen in ons land hebben met zelfvernietiging te maken en voor mij is het belangrijk dat in een film te laten zien. Bug is verontrustend omdat-ie over onderwerpen gaat waar mensen het liefst niet over nadenken. Zulke films wil ik maken, uitdagend en provocerend. Daar ga je toch voor naar de bioscoop? Ook wel eens om gewoon aan alles te ontsnappen natuurlijk.”

Maar zulke films heeft u nog nooit gemaakt, voor zover ik weet.

„Nee. Nou, jawel! Mijn eerste speelfilm was puur escapisme. (Sonny & Cher in) Good Times (1967). Ken je Sonny and Cher nog, zingend echtpaar in de jaren zestig en zeventig? Nu kennen de meeste mensen alleen Cher nog. Dat was mijn eerste film na een reeks documentaires. Helemaal van dons was die.’’

Het filmen van ‘Bug’ moet bijna een claustrofobische ervaring zijn geweest. Vrijwel alles speelt zich in die ene motelkamer af.

„Al mijn films zijn claustrofobisch. Zo zie ik de wereld: een benauwende plaats waar mensen met hun rug tegen de muur staan. En zulke mensen zijn tot extreme dingen in staat. Ik heb tot ver in mijn middelbare-schooltijd in Chicago met mijn ouders in één kamer gewoond. Ik denk dat ik daarom ook enig kind ben gebleven, haha. Nu heb veel meer dan één kamer, maar wel achter een hoog hek. Dat is de tol van succes in de film. Met die ene kamer was ik vaker buiten, ik nam de metro of de trein als ik ergens moest wezen. In die tijd heb ik de meeste ideeën opgedaan. Nu stap ik alleen in de auto en doe ik de deur op slot.”

    • Bas Blokker