Van Gansewinkel boekt lagere winst

Afvalinzamelaar Van Gansewinkel heeft last van de sterk gestegen prijzen voor het verbranden van afval. Mede hierdoor is de nettowinst van het op één na grootste Nederlandse afvalbedrijf vorig jaar met 42 procent gedaald tot 10,5 miljoen euro. Het bedrijfsresultaat daalde met 35 procent tot 22 miljoen euro.

Dat heeft Van Gansewinkel gisteren bekendgemaakt. De prijzen van afvalverbranding stegen door gewijzigde regelgeving in Duitsland. Doordat afvalbedrijven hun afval daar sinds medio 2005 niet meer mogen storten, zitten de Duitse verbrandingsovens overvol en zijn de tarieven voor afvalverbranding er sterk gestegen.

De export van Nederlands afval naar Duitsland is hierdoor niet meer interessant en kwam de afgelopen maanden vrijwel tot stilstand. Doordat dit afval nu in Nederland blijft, hebben ook Nederlandse verbranders hun tarieven flink kunnen verhogen. Van Gansewinkel, dat met name actief is op het gebied van inzameling, zag zijn kosten daardoor flink stijgen.

Het bedrijf slaagde er wel in een deel van die prijsstijging door te berekenen aan afnemers. De omzet steeg mede daardoor met 2 procent tot 530 miljoen euro. Voor dit jaar verwacht Van Gansewinkel een verdere omzetstijging tot boven de 600 miljoen euro, dankzij een aantal overnames.

Energiebedrijf Essent, tot vorig jaar grootaandeelhouder van Van Gansewinkel, verkocht zijn belang van 45 procent vorig jaar terug aan de oprichter van het bedrijf, Leo van Gansewinkel, en de participatiemaatschappij van de ING Bank.