Tegen beter weten in

In zijn recensie van Tegen beter weten in van Ies Vuisje , schrijft Johannes Houwink ten Cate (Boeken, 28.04.06): `Vuijsje verwart bij uitstek pessimistische verwachtingen met feitelijke kennis`. Die woorden slaan ondermeer op Etty Hillesum. Even de gegevens uit haar dagboek. Op 29 juni 1942 schreef ze: `Het laatste bericht is, dat alle Joden uit Holland weggetransporteerd zullen worden, via Drenthe naar Polen. En de Engelse zender zei, dat er sinds verleden jaar April 700.000 Joden zijn omgekomen, in Duitsland en de bezette gebieden`. 1 juli: `[...] in Polen schijnt de uitmoordpartij in volle gang [...]`. 3 juli: `Men is op onze algehele vernietiging uit`. 11 juli: `De Joden vertellen elkaar aardige dingen: dat ze in D.land worden ingemetseld of met gifgassen uitgeroeid`.

Deze berichten, die een grote feitelijke juistheid vertonen, waren voor Hillesum reden zich direct te gaan voorbereiden op haar vertrek naar Westerbork en op haar dood. Hoewel haar toekomstverwachting de dood was, vind ik niet dat zij een pessimistische verwachting had, slechts een realistische. En ze kreeg ten volle gelijk. Ik vermoed dat Vuijsje gelijk heeft als hij stelt, dat de Nederlandse bevolking toen al heeft geweten van het treurige lot van joden, hoewel dit geen steun krijgt van de officiële geschiedschrijvers.