Shakespeare

Het is, anders dan uw recensent J.J. Peereboom meent (Boeken, 28.04.06) wel degelijk mogelijk dat Sir Henry Neville, een Elizabethaans parlementariër, ambassadeur en hoveling, de eigenlijke auteur is van het oeuvre dat traditioneel aan William Shakespeare wordt toegeschreven. Het boek van James en Rubinstein, The Truth Will Out, is een uitmuntende aanzet voor een hernieuwd debat over het auteurschap van Shakespeare. Het boek schreeuwt om verder literair onderzoek en om speurwerk naar verdere brieven en documenten van, aan en over Neville.

De schrijver van het Shakespeare-oeuvre heeft zonder enige twijfel gereisd, in Schotland en in continentaal Europa, en moet, behalve Latijn, een aantal vreemde talen beheerst hebben. Er is nooit enig bewijs gevonden dat Shakespeare verder dan tussen Stratford en Londen gereisd heeft. In de tijd van Elizabeth was een paspoort nodig voor reizen naar het Europese continent. Alle details over paspoortafgiften uit die tijd zijn nog zorvuldig bewaard in de Engelse staatsarchieven. En hoe heeft Shakespeare - afgezien van Latijn en Grieks, vakken die hij tot zijn twaalfde jaar op school kreeg - Frans, Italiaans en Spaans geleerd, talen die nodig waren om de vele bronnen van het oeuvre te lezen die toen nog niet allemaal in het Engels vertaald waren?

Neville daarentegen had na zijn studie in Oxford een reis van vier jaar door Europa gemaakt. Hij werd begeleid door Sir Henry Savile, zijn academische mentor, met wie hij vele grote Europese geleerden en intellectuelen heeft ontmoet.

Verder is de gevangenschap van Neville, evenals zijn dreigend bankroet, voor het eerst een duidelijke reden waarom het oeuvre zo plotseling van toon verandert in 1602-1603, van toegankelijke komedies naar diepe en donkere tragedies, iets waarvoor in het leven van Shakespeare nooit een verklaring gevonden is.

Zo zijn er nog talloze `toevalligheden` en `overeenkomsten` die kunnen verwijzen naar een verband tussen het Shakespeare-oeuvre en Sir Henry Neville.The Truth Will Out is zeker niet het einde van de discussie over het auteurschap, maar wel een werk dat uiterst relevante vragen opwerpt, die wetenschappelijk beantwoord moeten worden.

    • John William Wolters