Schoften, maar softe schoften

Edward van de Vendel Foto Chris van Houts Houts, Chris van

Edward van de Vendel: Ons derde lichaam. Querido, 304 blz, € 13,95

Edward van de Vendel: Chatbox, de gedichten van Tycho Zeling. Querido, 48 blz. €12,50

Gevoeligheid is een goudmijn voor de schrijver. Zoals een snelle fotofilm de kleinste lichtschicht in het donker vast legt, zo registreert de gevoelige ziel een wereld die voor de minder gevoeligen ongezien blijft. De sensitiviteit van Tycho Zeling, hoofdpersoon van Ons derde lichaam, is zo groot dat schrijver Edward van de Vendel zijn jongste jeugdroman heeft gebouwd op diens ervaringen en waarnemingen.

Tycho kennen we nog van De dagen van de bluegrassliefde. In deze tragische liefdesgeschiedenis kreeg Tycho in Amerika een relatie met de Noor Olivier, die uiteindelijk niet voor zijn homoseksualiteit kon uitkomen. De Gouden Zoen voor dit boek in 2000 was een bevestiging van Van de Vendels status als een van de belangrijkste jeugdboekenschrijvers van dit moment. Nu is er een vervolg, dat mede is geïnspireerd op Van de Vendels ervaringen met het songfestival in Riga (2003).

Ons derde lichaam is een eigentijdse en ambitieuze roman, over de manier waarop nieuwe media en vooral mediahypes inwerken op jonge mensen. De inmiddels 19-jarige Tycho woont weer in Nederland en deelt een woning met de danser Moritz en de zangeres Vonda. Hun levens komen in een stroomversnelling als ze gedrieën het nationale songfestival winnen. Ons derde lichaam wordt dan een snelkookpan waarin de gekte die gepaard gaat met plotselinge bekendheid, de spanningen tussen de vrienden Vonda en Tycho en Tycho’s liefdesverdriet om Olivier 300 pagina’s lang opkookt.

Ruzie met Vonda, een avontuurtje in een homobar, een herinnering aan Olivier – het hakt er allemaal flink in bij Tycho. Hij overdenkt en doorvoelt alles in mijmeringen, gesprekken, gedichten, mails, verhalen en liedteksten. Dit eindeloos herkauwen van boosheid, verdriet, angst en gekwetstheid hoort bij de manier waarop pubers lijden. Van de Vendel maakt op deze manier ook invoelbaar hoe zeer moderne mediaverschijnselen jonge mensen kunnen ontregelen. Huiveringwekkend is bijvoorbeeld de paniek en afkeer die Tycho bevangen als hij na een optreden de opdringerige berichtjes over hem op een website bekijkt.

Dergelijke krachtige momenten zijn helaas schaars in Ons derde lichaam dat een nogal wee boek is. Tycho is geen scherp observator van de buitenwereld, maar een schrikachtige seismograaf van zijn binnenwereld. Hij is een lieve jongen die alles wat bij hem binnen komt – opmerkingen, personen – registreert met de vraag: is het eng of is het geruststellend? Tycho voelt zo wel veel, maar ziet heel weinig. Het songfestival in Riga biedt niet meer dan zangers die poseren en elkaar zoenen – en dat terwijl Van de Vendel destijds vrijelijk materiaal kon verzamelen in de coulissen van het festival in Letland.

De weergave van personen en gebeurtenissen is bovendien heel indirect – tot aan verslagen voor een jongerenblad en gesprekken waarin geheimen worden onthuld. Van de Vendel is daarbij erg wijdlopig. Tycho krijgt van zijn ouders eerst de waarschuwing dat journalisten gaan vragen naar zijn homoseksualiteit, krijgt vervolgens inderdaad vragen over zijn geaardheid en vertelt dan aan zijn ouders dat ze gelijk hebben gekregen. Hier had de redacteur van de uitgever nuttig werk kunnen verrichten. Elders in het boek ook trouwens. Zo volgt de lezer het hele boek Tycho die opvallend weinig tobt met zijn homo zijn, terwijl Olivier die wel een innerlijk conflict uit blijkt te vechten, grotendeels uit beeld blijft. Van de Vendel had bovendien hulp kunnen gebruiken bij het koesteren van zijn eigen schatten. Want schatten zitten er zeker in dit boek. Zangeres Vonda is een prachtig personage, een sterke vrouw met zwarte gaten in haar geest. Er is een sterke scène, waarin Tycho, ziek van zijn eigen lievigheid, sinaasappels gooit naar Vonda.

Dat Van de Vendel heel goed kan observeren en tonen, blijkt ook uit enkele gedichten in Chatbox, de bundel van Tycho Zeling die samen met Ons derde lichaam is verschenen. Hierin beschrijft Tycho de virtuele wereld – ‘Jij bent mijn interlove, mijn/ bytesverschijnsel , nikspapier’ – en de grote stad: ‘Iedereen staat in de fik./ Navelmeisjes lopen langs/ met van die glimmervlammen rond hun mondhoek’.

Sterk is het vers De plot, waarin de ik de stad beleeft als een film: ‘Ik wil dat alle jongens schoften zijn,/ maar softe schoften. Ik wil dat meisjes wijze keizers zijn, aanraakbaar en genaakbaar.’ Met dezelfde scherpte en bondigheid had Van de Vendel Ons derde lichaam kunnen inkoken tot een grootse roman.

    • Karel Berkhout