Olivier

Temidden van scharen, touw, linten, lijm, tangen en lakens zat Olivier op de grond in zijn kamer. Hij werkte aan een cadeau voor zijn meester, meester Mo, van groep zes.

Binnenkort was meester Mo jarig, op 2 juni. Ze gingen het met de hele klas vieren, met toneelstukjes, raps, voordrachten, lekkere hapjes. Er zou zelfs iemand viool spelen met een vogel op haar kop! En er moesten cadeautjes komen, natuurlijk. Olivier wilde iets speciaals geven. Iets echt bijzonders. Iets zelfgemaakts, waar de meester wat aan hád. Hij had iets verzonnen…

Vanochtend was het weer zover geweest: meester Mo was te laat. Precies om half negen rinkelde op de gang de bel van de conciërge. Alle kinderen kropen op hun plaats in de lokalen, alle ouders haastten zich van het schoolplein af, juffen en meesters klapten schoolborden open en gingen zitten. Maar de tafel en stoel van de meester in groep zes bleven leeg. Al gauw sprongen kinderen op om het bord vol te tekenen, anderen verdrongen zich rond de tafel van Achmed waarop een tijdschrift lag met iemand van tv in haar blootje, weer anderen voetbalden met een tas en één iemand, de dikke Amrita, huilde (want het was haar tas). Te midden van dit alles was Olivier zomaar op een idee gekomen. Bedachtzaam begon hij aan een ontwerp op een leeg vel in zijn multomap.

Zijn vriend Eddy was naast hem komen staan. ‘Wat doe jij nou?’ ‘Ik vind een uitvinding uit’, had Olivier trots geantwoord. ‘Voor meester Mo.’ Aan Eddy kon hij het wel vertellen. Eddy was zelf een soort ontdekker. In de weekends ging hij het bos in met een schetsblok en tekende, heel precies, de vogels na die hij tegenkwam. ‘Wat wordt het dan? Waarvoor is dat touw?’ Eddy wees op Oliviers tekening.

‘Het is een Wekmachine’, fluisterde Olivier. ‘Een machine om op tijd mee op te kunnen staan. Kijk, hier bij het plafond hangt een wekker. Daaronder staat een bed, met daarin de meester. Als de wekker afgaat, kan de meester hem niet zomaar uitzetten. Hij moet hem omlaag takelen, met dat touw, dat over die katrol loopt. Maar het andere eind van dat touw zit…’ ‘Vast aan het dekbed!’ jubelde Eddy. ‘Het dekbed wordt opgehesen! Geniaal, Ollie.’ Op dat moment was meester Mo binnengekomen, zijn haren nog nat van de douche.

Het ontwerp voor de wekmachine klopte echt, dacht Olivier die middag tevreden. Hij had alle spullen voor zijn uitvinding al bij elkaar gezocht, en ook de ladder naar zijn kamer gezeuld. Boven zijn bed moest een haak komen. Echte uitvinders testten hun uitvindingen immers altijd… Meteen bij de eerste klap die Olivier met de hamer gaf, viel er een stuk kalk van het plafond. Een groot stuk. Nou ja, dacht hij en sloeg nog eens. Wat zou meester Mo blij zijn, met een echte wekmachine!

JUDITH EISELIN

Volgende week in Groep Zes: Shiva