Niet weten

Het is niet aangenaam met lacunes in je kennis geconfronteerd te worden.

Zo schreef ik in een stukje over Parijs dat ik nooit van de ‘auteur dramatique’ Victorien Sardou had gehoord. Ik had een plaquette met zijn naam op nummer 16 van de Rue Beautreillis gezien. Enkele muziekkenners vroegen me getergd hoe dat in vredesnaam mogelijk was. Sardou! De man wiens verhalen gebruikt waren voor ettelijke opera-libretti! Dat ik niet wist dat daar een operette van Strauss en een opera van Millöcker bij waren – alla. Maar dat ik niet eens wist dat ook Tosca van Puccini op een verhaal van Sardou gebaseerd was – droevig.

Ik durfde enkele dagen niet op straat te komen uit angst voor beschimpingen door Sardou-bewonderaars, maar dat hielp niet. Collega Ward op den Brouw belde me op, hij weet weer veel van popmuziek. Hij maakte me geen verwijt, maar hij merkte wel fijntjes op: „Weet je dat op nummer 17 van de Rue Beautreillis Jim Morrison, de legendarische zanger van The Doors, gestorven is?”

Nee, dat wist ik ook al niet. Gelukkig kon ik er met stelligheid op wijzen dat dat huis geen plaquette heeft. Dat beaamde hij. Kennelijk wil men niet dat dit adres een pelgrimsoord wordt, zoals het graf van Morrison op Père Lachaise. Maar Ward wist zeker dat Morrison hier op 3 juli 1971 gestorven was – hij had het geverifieerd op de overlijdensakte van de gemeente Parijs.

De ergste vernedering moet ik nog opbiechten. Soms doet een mens er goed aan schoon schip te maken.

Ik slenterde op de Place Sorbonne langs de Librairie Philosophique van J. Vrin. Tot zover ging alles goed. Je kunt door NRC-lezers beter daar gezien worden dan voor de ingang van een bordeel rond Place Pigalle. Op de stoep stond een karretje met ramsj voor slechts twee euro per boek. Opeens viel mijn oog op een versleten pocket met de titel: They call me bacon priest. Het was een uitgave van N.V. Drukkerij De Spaarnestad in Haarlem, maar het was een Engelstalig boek en er stond een stempel in van een organisatie in Houston, Texas.

Intrigerend. Ik bekeek de cover nog eens goed. Er stond een man in een habijt op, hij had een brede, sterke kop en hij drukte lachend een varken tegen zich aan. Daaronder stond een handtekening afgedrukt: Werenfried van Straaten. Ik bladerde door het boek. Het bleek de autobiografie van deze Werenfried van Straaten, vertaald voor de Engelse markt.

„Heb jij ooit van Werenfried van Straaten gehoord?” vroeg ik mijn vrouw.

„Jij dan niet?” antwoordde ze.

Ik zweeg, vernietigd. „De spekpater”, voegde ze er achteloos aan toe.

Later vernam ik dat Van Straaten een vermaarde katholieke priester uit Nederland is geweest, die naam maakte met reusachtige geldinzamelingsacties. Zijn bijnaam dankte hij aan zijn eerste inzameling voor het ontredderde Duitse volk, kort na de Tweede Wereldoorlog. Hij vroeg de boeren in Vlaanderen geen geld, maar spek. Een boerin noemde hem daarop ‘de spekpater’. Hij stierf in 2003 op 90-jarige leeftijd, een van zijn motto’s was: „De mensen zijn veel beter dan we denken.”

Waarom wist ik het niet? Wist ik het maar.

    • Frits Abrahams