Niet terechtgesteld en niet weggejaagd

In de zaak-Hirsi Ali blijven twee vragen onbeantwoord.

Waarom heeft zij haar riskante leugentjes opzettelijk openbaar gemaakt? En waarom heeft de VVD-top,die daarvan wist, haar een Kamerzetel aangeboden?

De 21ste eeuw heeft het met Nederland niet goed voor. Het kalme, kabbelende land dat zelfs door de Tweede Wereldoorlog niet wezenlijk werd aangetast, beleeft de laatste jaren schok na schok, met desastreuze gevolgen voor het maatschappelijk evenwicht.

De moord op Pim Fortuyn veroorzaakte een complete breuk in het politieke bestel en bracht een nieuwegeneratie aan het roer. De moord op Theo van Gogh lokte regelrechte paniek uit en schiep een kloof tussen autochtonen en allochtonen. Het vertrek van Ayaan Hirsi Ali uit de politiek heeft in enkele dagen tot een storm van commentaar geleid en dreigt zelfs een kabinetscrisis te veroorzaken.

Opnieuw is een oorverdovende ketelmuziek losgebarsten. Jacht op het Kamerlid, onze enige publieke intellectueel tot de aftocht gedwongen, karaktermoord en bloeddorst, mediamanipulatie en leugens, vooral, zoals ook voorheen, aan de linkse kerk toegeschreven. Neelie Kroes en Jozias van Aartsen komen van verontwaardiging nauwelijks uit hun woorden: waar is Nederland in godsnaam mee bezig? De hele wereld valt over ons heen. En inderdaad: The Wall Street Journal sprak van een 'terechtstelling'.

Dat is grote onzin. Hirsi Ali wordt niet terechtgesteld. Ze wordt alsnog afgerekend op een fout die ze ooit heeft gemaakt. Dat gebeurt inderdaad op een onbeschofte manier, maar minister Verdonk kan mensen nu eenmaal alleen maar onbeschoft behandelen. De nu zeer verbolgen VVD-top vond dat altijd prachtig, Hirsi Ali zelf voorop: kwetsen is een recht. En als ze straks haar paspoort terug heeft, wat ik hoop en verwacht dat zal gebeuren, is het Verdonk-incident gesloten.

Hirsi Ali wordt ook niet weggejaagd. Ze is al een half jaar bezig een andere baan te zoeken en is daarin geslaagd. Dat is begrijpelijk. Ze kon hier onmogelijk nog functioneren. Ze had trouwens knap genoeg van Nederland en zag haar Kamerlidmaatschap de laatste tijd eigenlijk als een bijklusbaan die ze tussen haar buitenlandse reizen door met lange tanden waarnam. Ze voert nu als reden van vertrek haar gedwongen verhuizing aan, maar ze was al veel langer bezig naar werk in het buitenland om te zien. Laten we wel precies blijven.

Toch zitten er in dit overzichtelijke drama, overzichtelijk voor wie de hoofdlijnen in het oog houdt, een paar levensgrote raadsels verstopt, die nadere aandacht vragen. Ik beperk me tot twee: het consequent roekeloze gedrag van de hoofdrolspeelster en de riskante bewegingen van de VVD-top in 2003.

Al langer bekend en besproken, maar nooit bevredigend beantwoord, is de vraag waarom Hirsi Ali de islam openlijk en continu op agressieve wijze blijft attaqueren, in woord en filmbeeld, in binnen- en buitenland.

De gevolgen kon ze weten en ze heeft toegegeven die te weten. Bovendien hebben haar vrienden, filmmaker Theo van Gogh incluis, haar voortdurend voor het letterlijk dodelijke risico van haar optreden gewaarschuwd. Toch zette ze door, tot op de persconferentie van dinsdag, waar een vervolg op Submission I werd toegezegd. Het positieve effect is verwaarloosbaar, maar het moet tot elke prijs worden doorgezet. Viel Feind, viel Ehr, zeiden de Duitsers vroeger wel eens. Is het zoiets?

Daar komt inmiddels een tweede soort roekeloosheid bij: de onbegrijpelijke openheid waarmee Hirsi Ali haar leugentjes bij het aanvragen van asiel en Nederlanderschap steeds heeft rondverteld. Je wilt Nederland in, je komt veilig door de procedures, je bent gelukkig dat alles is gelukt en vervolgens maak je carrière en vind je veel waardering.

Wat is nu vanzelfsprekender dan de manier van binnenkomen volledig te laten rusten? Waarschijnlijk zou ontdekking van het verzonnen vluchtverhaal immers gevaarlijk kunnen zijn. In de jaren negentig, toen Hirsi Ali zich hier vestigde, werden die verzinsels streng afgekeurd. Ze gaven de IND handenvol werk en ze maakten integere vluchtelingen verdacht. In de Kamer en de media regende het klachten over asielzoekers die zonder of met vervalste documenten dan wel met sterke verhalen hier onderdak zochten. Het is met name om die reden geweest dat de procedures in het vreemdelingenbeleid voortdurend werden aangescherpt.

Hirsi Ali heeft dit alles geweten. Ze sprak en las Nederlands en ze had vrienden en kennissen genoeg om op de hoogte te zijn.

Niettemin praatte ze er openlijk over. Op de persconferentie van deze week gaf ze met een soort van parmantigheid toe 'tientallen keren' haar leugens te hebben uitgevent. Nog kort geleden belde ze Verdonk om nogmaals en ongevraagd haar bedrog aan te melden.

Niemand viel haar erover lastig. De media sliepen, haar vrienden zwegen, de VVD keek de andere kant op en Verdonk, goede vriendin immers, liet het zitten. Maar nu ze toch in moeilijkheden is gekomen, is de vraag onvermijdelijk waar dit kamikazegedrag vandaan komt. Is het een psychisch trekje of is het cultureel bepaald?

Wonderlijk blijft het in ieder geval, deze hardnekkige pogingen tot politieke zelfmoord - of erger. Wonderlijk ook het begrip dat je andere mensen met dergelijke bekentenissen in de problemen kunt brengen.

Tweede raadsel: ook de kopstukken van de VVD begrepen in 2002 niet wat ze aan het doen waren. Ze werden, zoals minister Zalm deze week nog argeloos toegaf, door Hirsi Ali zelf van haar bedrog op de hoogte gesteld, maar geen moment ging er een bel rinkelen.

Geen gezond verstand aanwezig dat een klein advies van een jurist raadzaam acht. Geen gevoel dat je in de politiek met dergelijke 'vormfouten' op de koffie kunt komen. Was de zelfvoldaanheid over de streek die men de PvdA had geleverd zo groot, dat alle zorgvuldigheid uit het oog werd verloren?

Zalm zegt nu dat destijds, in 2002, nog niet automatisch gold dat dergelijke leugens met het innemen van het paspoort werden bestraft. Misschien is dat juist, maar het risico bestond wel degelijk. Afgezien daarvan is de kernvraag een andere: hoe is het mogelijk dat een partij die misbruik van asielrecht hoog opneemt, hoger dan de meeste andere partijen en die daarmee stemmen tracht te winnen - hoe is het mogelijk dat zo'n partij iemand gretig een Kamerzetel aanbiedt die dat recht heeft misbruikt en die dat nota bene openlijk toegeeft en - sterker nog - rondbazuint?

Het is allemaal erg vreemd, maar het kan nog vreemder: Hirsi Ali eiste zonder omslag de portefeuille Integratie op en kreeg na enig machteloos gespartel van fractieleider Van Aartsen haar zin. Hij had voor haar een andere portefeuille op het oog, maar het kersverse en onervaren Kamerlid maakte ogenblikkelijk bekend dat ze niet van plan was zich 'vier jaren met lantarenpalen te gaan bezighouden'. Vanuit New York (ook toen al) deelde ze mee dat hier 'kiezersbedrog' werd gepleegd. Ze speelde het spel via Neelie Kroes (ook toen al) en zette Van Aartsen en plein public op zijn nummer. Ze liet meteen weten aan het belang van de VVD geen boodschap te hebben. Van Aartsen doet alsof hij mijn werkgever is, maar dat ziet hij fout; 'Mijn werkgever is niet de VVD maar het Nederlandse volk. Ik heb het mandaat van ruim dertigduizend kiezers.'

Hier, in het eerste begin, ging het fundamenteel mis. Een Kamerlid dat op bedrieglijke wijze het land was binnengekomen en al had laten weten in moslims achterlijke mensen te zien die een misdadige pedofiel als profeet beschouwen, dat Kamerlid kreeg alle ruimte (nee: koos eigenmachtig alle ruimte) om te gaan oordelen en beslissen over mensen die zonder leugens waren geïmmigreerd maar een religie aanhingen die Hirsi Ali verachtte en uit alle macht bestreed.

Toen ik tot hier was gekomen, besloot ik, alvorens dit artikel af te sluiten, het Kamerdebat te bekijken. Maar daar bleek iets heel anders aan de hand te zijn: niet een discussie over de merkwaardige strapatsen van Hirsi Ali maar een stormloop tegen minister Verdonk, met als voornaamste doodzonde dat zij haar onderzoek al te snel had voltooid en het resultaat te weinig omzwachteld aan Hirsi Ali had meegedeeld.

Het was een verbluffend toneelstuk dat daar urenlang door nagenoeg de hele Kamer werd opgevoerd. Niet de inhoud van de zaak kwam aan de orde, maar uitsluitend de vorm. Alle oude kritiek op Hirsi Ali was verdampt, alle geblunder was vergeven en vergeten. Niet zij had een fout gemaakt, maar Verdonk.

De argeloze toeschouwer moet de indruk hebben gekregen dat de Kamerzitting bedoeld was om het strenge beleid van Verdonk - 'keihard hánd-há-ven' - eens en voorgoed aan de kaak te stellen. De oppositie haalde breed uit, de leden van de coalitiepartijen, altijd haar fans, waren op een onverklaarbare wijze plotseling wit van woede over zoveel onbarmhartigheid. Binnen 48 uur beslissen, dat was onvergeeflijk en bijna een reden om de minister naar huis te sturen.

De geïnformeerde toeschouwer zal begrepen hebben wat hier aan de hand was. Dat gewone asielzoekers na een begrijpelijke fout zonder pardon over de grens worden gezet, houdt niemand in het regeringskamp bezig.

Integendeel: regels zijn regels, onze nieuwste politieke ontdekking. Maar dat een Kamerlid even hard wordt aangepakt, dat is onvergeeflijk. Kamerleden staan een beetje boven de wet.

Natuurlijk begreep de Kamer dat dit spel kon worden doorzien. Vandaar ineens de sterke aandrang om het hele asielbeleid op de helling te zetten. Alles moest in de toekomst 'zorgvuldiger' - de meest gebruikte term in het debat. En misschien is dat de winst van die avond, een onbedoeld goed gevolg van Hirsi Ali's leugentjes die geen leugentjes mogen heten, omdat ze te groot is voor kleine verwijten. En omdat ze Kamerlid was. Maar de vieze nasmaak blijft.

J.A.A. van Doorn is socioloog