Mama wurgt net even een kip

Diana Evans Foto Charles Hopkinson Hopkinson, Charles

Diana Evans: 26a. Vintage, 230 blz. €12,- De Nederlandse vertaling (van Wim Scherpenisse) is verschenen bij Arena, 317 blz. € 18,95

Voor hun geboorte waren Georgia en Bessi zachtpluizige diertjes die elkaar voortdurend besnuffelden om bij elkaar te blijven. Bij de snelweg ging het mis. Bessi vond dat ze die vlakte waar eekhoorns en dassen en konijnen in het teer geplet lagen, maar moesten oversteken. Georgia wist het niet zeker. Natuurlijk kwam er wél iets aan en bleven ze midden op de weg stilstaan, doodsbang kijkend naar de koplampen. De herinnering bleef toen ze vervolgens geboren werden, een tweeling, in een ziekenhuis in Londen. Dochters van een Nigeriaanse moeder met heimwee en een sociaal gehandicapte Britse vader. Er was al een ouder zusje, er zou nog een jonger zusje komen. Het gezin woont op 26 Waifer Avenue, maar de zolder waar de tweeling slaapt, is nummer 26a.

26a is de debuutroman van de Afrikaans-Britse schrijfster Diana Evans (32), helft van een tweeling. Ze schreef al eerder korte verhalen (ze is afgestudeerd in creatief schrijven aan de gerenommeerde University of East Anglia), maar heeft vooral als journalist gewerkt, voor onder meer The Observer, Marie Claire, The Daily Telegraph en The Independent. Evans hoopte altijd dat ze ooit een boek zou schrijven, zei ze in een interview, en de tragische gebeurtenis die in 26a is verwerkt leverde het materiaal voor deze autobiografisch aandoende roman. Ze heeft succes: 26a werd genomineerd voor de Guardian First Book Award en de Whitbread First Novel of the Year Award, en won de Orange Award for New Writers. In de Britse pers werd ze al ‘de nieuwe Zadie’ (Smith) genoemd, waarschijnlijk ook vanwege haar mooie lichtbruine huid en afrohaar.

Maar Diana Evans schrijft dromeriger dan Zadie Smith. 26a is doordrongen van religieus en kinderlijk magisch denken. Het begint met de suggestie dat de tweelingzusjes gereïncarneerde hamsters zijn, maar het zit ook in de manier waarop ze naar de huwelijksvoltrekking van Prince Charles en Lady Di op tv kijken – met de intense hoop dat hun ouders zich weer herinneren dat ze ook getrouwd zijn en dus weer van elkaar gaan houden. En in grootmoeder Nne-Nne, die altijd bij hun moeder is als die behoefte heeft aan advies, of heimwee, ook al woont ze in Afrika. Het zit ook in het griezelige mythologische verhaal over het lot van tweelingen, dat het gezin te horen krijgt als vader weer een paar jaar als expat in Nigeria moet werken.

Maar het zit vooral in de Evans’ prachtige puntige stijl, met magie op alle goede plekken, die zeker bij de passages in Nigeria aan Ben Okri doet denken (in de Nederlandse vertaling is de magie er helaas een beetje uit verdwenen). Als de Afrikaanse kinderhulp de meisjes in bad doet, schrijft Evans: ‘The reflection of Nanny Delfi’s clinical frown, with which she met nudity could be seen on their torsos’ (‘je zag Delfi’s zakelijk-norse gezicht, dat ze opzette als er iemand naakt was, in hun lijf weerspiegeld’). En het vluchtverhaal van de moeder van de meisjes begint met de zin: ‘When Thomas Afegba came for her, she was in the kitchen strangling a chicken’ (‘Toen Thomas Afegba haar kwam opeisen, was ze in de keuken een kip aan het slachten’, terwijl het voelt als ‘ze stond net een kip te wurgen’).

Het vluchtverhaal zou sowieso iedereen nu moeten lezen om een idee te krijgen over hoe dat is, vluchten naar een onbekend land omdat je vader je wil uithuwelijken aan een enge oude man – dezelfde vader die later zegt dat dochters geen echte kinderen zijn. En de rest van het boek om je te herinneren hoe het was om als kind te denken en dan langzaam volwassen te worden.