Maalstroom van armen

Robert Suermondt, ‘Exe’ (2006, olieverf op doek, 2 maal 195 x 200 cm)

Ook een kunstenaar moet wat met alle beelden die iedereen dagelijks in de media voorgeschoteld krijgt. Beeldhouwer Helmut Smits liet vorige week op Art Amsterdam een setje kleurige verfrollers zien alsof het microfoons op een persconferentie waren. Op een poëtische manier benadrukte het de leegheid van zulke vertoningen.

Schilder Robert Suermondt heeft een vergelijkbaar moment gekozen voor één van de werken op zijn expositie After Morel bij galerie Annet Gelink in Amsterdam. Op het omvangrijke tweeluik Exe staat een maalstroom van armen, microfoons en camera’s en ze wijzen allemaal naar een punt iets links van het midden. Daar zoekt de hectiek een rustpunt, maar er is helemaal niets te zien. Geen mens of hoofd of wat dan ook. Waar de centrale nieuwsmaker zou moeten staan, beginnen de gestrekte microfoons uit andere richtingen. Een grote spanning om niets.

Robert Suermondt (1961, Genève, Rijksakademie 1990-1992) is een echte schilder met doeken en olieverf. Dat hij ook een eigentijdse schilder is, bewijst hij met meer dan enkel de keuze voor dit onderwerp. Dat zit ook in zijn behoefte de kijker fris te laten kijken, te wapenen in de strijd tegen de beeldenstroom. Niet op een belerende manier, maar door langer kijken te belonen met esthetisch genot.

Typerend voor Suermondt is dat hij altijd delen van het canvas ongebruikt laat. Op Exe houdt de voorstelling op terwijl de onderschets nog even doorloopt. De rest is ondergrond gebleven, of haastig zalmroze gekalkt. Het echte schilderen gebeurt in de voorstelling zelf, die van dichtbij uiteenvalt in een werveling van losse elementen. Hij verft open met vervloeiende streken in krachtige tinten.

Suermondt wil je zo snel mogelijk de voorstelling laten vergeten om je mee te voeren naar de kleurige wereld van de details. Een gestrekt arm in overhemd wordt een besneeuwde helling, een camera een drillend stuk levende materie en de microfoondoppen zijn van dichtbij kleurige, gedeukte ballonnen. Nooit letterlijk, maar het zou kunnen.

Het voorbeeld is altijd een persfoto. Niet dat hij die naschildert, maar als iets dat hem inspireert tot afwijkingen in de details. Daar leeft hij zich uit. Door op Exe de centrale figuur weg te laten, versterkt hij het idee dat het om kijken gaat, niet om betekenis geven.

Zodra je het nadert komt Exe niet meer tot rust. De donkere kleuren blijven tollen. Dat het werk in een hoek hangt, de panelen staan haaks op elkaar, vergroot de kracht waarmee het je aanzuigt en opneemt. Tussen die twee momenten in, dat is precies waar de schilder je wil hebben. Kijken zonder het beeld haastig te consumeren. Genieten van wat je ogen zien, zoals de slow food-beweging wil dat je geniet van voedsel dat je moet kauwen.

Robert Suermondt ‘After Morel’. T/m 18 juni in Galerie Annet Gelink, Laurierstraat 187, Amsterdam. Di-vr 10-18, za 13-18 uur. Inl.: 020-330 2066