Lekkere, vette, duurzame haring

Europese maatregelen om de haring te beschermen voldoen niet altijd.

Vissers, bedrijfslevenen milieuorganisaties ontwikkelden een alternatief.

Haringetende mannen in de jaren vijftig. Foto Maria Austria Instituut Nederland, Rotterdam, jaren vijftig, groenteveiling, mannen eten haring, foto Ad Windig/Maria Austria Instituut V9 Maria Austria Instituut/Hollan>

Het gonst in Scheveningen. 'Heb je de laatste berichten al gehoord?', zegt iemand aan boord van de Koningin Juliana. 'De haring lijkt wat later dan anders dit jaar, ze is nog niet vet genoeg.'

De haring zit momenteel voor de Noorse kust en enkele lokale vissers hebben hun netten al uitgegooid om te zien hoe de vis er bij staat. Voor goede maatjesharing moet de haring zich eerst volvreten, zegt Nico de Jong, voorzitter van de Nederlandse Haringgroothandelsvereniging. Als de plankton eenmaal is gevonden, kan de haring in enkele dagen volvet zijn. Klaar om kuit te schieten. En precies goed voor Hollandse Nieuwe.

Dit weekeinde zullen ook de twee laatste overgebleven Nederlandse haringtrawlers vanuit Scheveningen naar het noorden opstomen, en op 30 mei zal weer de traditionele veiling van het eerste vaatje plaatshebben. De opbrengst gaat dit jaar naar het Diabetes Fonds, want vette vis lijkt goed te zijn voor het voorkomen van deze ziekte.

Vanaf dit jaar kan de Nederlandse haringvangst zich ook tooien met het certificaat van de Marine Stewardship Council (MSC), een waarborg voor duurzame visserij. Het label is een initiatief van het Wereldnatuurfonds (WNF) en Unilever, want 'vangstquota van de Europese Unie alleen zijn niet genoeg om visbestanden te beschermen', zegt Carel Drijver van het WNF. Waarom juist Unilever? 'Unilever is wereldwijd de grootste inkoper van vis', zegt Drijver.

Milieuactivist Drijver staat broederlijk op de brug van het visserijopleidingsschip Koningin Juliana met vertegenwoordigers van de haringvisserij als De Jong, tevens directeur van haringgroothandel Jac. den Dulk, en Gerard van Balsfoort, voorzitter van het Productschap Vis.

Terwijl de bemanning haring in de netten probeert te vangen voor een demonstratie haringkaken, geven de heren voor de Scheveningse kust hun visie op het komende haringseizoen.

Europese vangstquota voldoen niet, meent Drijver, omdat de quota hoger zijn dan de adviezen van biologen van het Europese onderzoeksbureau ICES en omdat de uiteindelijke vangsten op hun beurt soms hoger zijn dan de vastgestelde quota. Soms omdat niet voorspelbaar is hoeveel vis er in een net zal komen, soms vanwege regelrecht illegale visvangst. 'Van sommige vissoorten wordt twee keer meer binnen gehaald dan biologen adviseren', zegt Drijver van het WNF.

Met het MSC-label probeert het WNF samen met de industrie zelf tot een beter beheer van de visstanden te komen. Dat gebeurt bijvoorbeeld door onnodige bijvangsten (van vis die per ongeluk in de netten terechtkomt) te voorkomen en illegale praktijken tegen te gaan. 'Uiteindelijk willen vissers zelf ook dat er vis blijft om op te vissen', aldus Drijver van het WNF.

Voor de haringvangst in de Noordzee werkt het WNF daarbij samen met de vereniging van diepzee-vriestrawlers waarbij ook de laatste Nederlandse maatjesharingvisserij, rederij Jaczon in Scheveningen, is aangesloten. De MSC, dat inmiddels een onafhankelijk instituut is geworden, heeft geconcludeerd dat de haringvisserij in de Noordzee duurzaam functioneert.

Het enige probleem is dat de Noorse en Deense vissers geen lid zijn van de PFA, en hun vis dus buiten de certificering valt. En juist daar komt de meeste haring vandaan.

De Scandinaviërs hebben als voordeel, zo legt importeur De Jong uit, dat de haring zich voor hun kust bevindt en snel, vers op ijs aan land kan worden gebracht. Kaken op zee is niet nodig. Het bedrijf van De Jong verwerkt (kaken, zouten en invriezen) de haring dus in Denemarken en laat ze per vrachtwagen naar Nederland brengen.

De meeste Hollandse Nieuwe komt uit Denemarken via de Duitse grens het land binnen.