Keulen locuta, causa finita

Milli Görüs is verdeeld geraakt over de vraag of je als Turk definitief voor de Nederlandse samenleving moet kiezen, schrijft het onlangs afgetreden bestuurslid Haci Karacaer.

Afkomstig van het platteland van Centraal-Anatolië, had ik me in Nederland voorgenomen om zo snel mogelijk te integreren en een maatschappelijke carrière op te bouwen.

Halverwege de negentiger jaren van de vorige eeuw. Ik zie mezelf nog zitten in dat Volkswagenbusje. „Geef de integratie ruimte”. En: „Buurtbewoners? Wij zijn buurtbewoners”. De man die de leuzen door de luidspreker riep was ik. Dat waren de dagen van ongelooflijke saamhorigheid. Iedereen had maar een doel: onze plannen realiseren op het Riva-terrein in Amsterdam.

Het ging om een oude Opelgarage, waarin Milli Görüs de Aya Sofya-moskee had gesticht en waarover tien jaar lang gestreden is tussen een aanvankelijk ongeëmancipeerde in zichzelf gekeerde Turkse gastarbeidersclub en een sterk afhoudende overheid. Op dit terrein staat over een paar jaar het complex van de Westermoskee. De moslimorganisatie die de moskee aan het bouwen is weet zich onderdeel van de hoofdstroom van de Nederlandse samenleving. Met dezelfde overheid waarmee toen strijd gevoerd werd, is nu een reeks van samenwerkingsverbanden opgezet. Allemaal bedoeld om emancipatie en participatie te bevorderen en om de sociale cohesie in de buurt te versterken.

In de context van het conflict rond het Riva-terrein kwam ik bij Milli Görüs terecht. Men vroeg me om hen bij te staan in de strijd. Ik ben een gelovige moslim. Maar ik had intussen elke vorm van nationalisme van me afgeschud. Ik kon het niet uitstaan als Turken zich opsloten in een eng soort nationalisme, terwijl ze het bestaan van Koerden ontkenden. Of nog erger.

In dit opzicht was Milli Görüs voor mij een warm bad. Daar telden het geloof en de zorg voor elkaar, maar niet de afkomst. Ik heb de vraag om hen te helpen dus positief beantwoord. Zo ben ik min of meer toevallig de woordvoerder geworden van Milli Görüs in Amsterdam-West. Met de steun van het bestuur, uiteraard.

In die dagen was er geen ruimte voor meningsverschillen. We wilden onze moskee op het Riva-terrein behouden. Het conflict met het Stadsdeel De Baarsjes, dat van mening was dat het bestemmingsplan voor het terrein geen vestiging van een moskee toestond, escaleerde.

Tegelijk gebeurde er nog iets anders. Tijdens een demonstratie van de Milli Görüs-aanhang in de binnenstad van Amsterdam, met een gemeenschappelijk gebed op het Beursplein, had stadsdeelvoorzitter Freek Salm de moed om de demonstranten toe te spreken. Dat was voor ons ongehoord! In Turkije zou een dergelijke demonstratie door de oproerpolitie uit elkaar zijn gedreven. Maar in Nederland mochten we – onder toeziend oog van het stadsbestuur – niet alleen demonstreren, maar ook nog eens in de openbare ruimte bidden.

Bij velen van ons is toen een knop omgegaan. De vrijheid van geloof, zagen we, is bij een seculiere democratie in betere handen dan in welk islamitisch land ook. Als je naar de inhoud van de rechtsstaat kijkt, met zijn gezondheidszorg, vrijheid van onderwijs, vrijheid van meningsuiting en van godsdienst en met zijn sociale voorzieningen, is Nederland in feite een islamitischer land dan het Turkije waarin veel van onze leden geboren werden.

De kern van de grote veranderingen die Milli Görüs ondergaan heeft, ligt in deze dagen. We hadden een conflict, maar los daarvan vonden we de weg naar samenwerkingsverbanden met de overheid om de emancipatie van onze leden, vooral de vrouwen, te bevorderen. En dat was goed zo. Juist omdat we zoveel deden, en zoveel aandacht van de media kregen, bleken we op eens ook in heel veel adresboekjes te staan. We zijn niet naast onze schoenen gaan lopen. We hebben altijd geweigerd namens dé Turken of dé moslims te spreken. We zijn een vereniging gebleven, die enkel namens haar leden spreekt. Soms sprak dat aan. Zoveel dat ik ‘het’ gezicht van Milli Görüs werd.

Milli Görüs is ontstaan als een alternatieve gastarbeidersbeweging. De leden zijn hoofdzakelijk afkomstig van het Turkse platteland, of van families die van dat platteland naar de buitenwijken van de grote steden in Turkije zijn getrokken. Ze voelen zich nauwelijks aangesproken door de Turkse staatsislam, en al helemaal niet door nationalistische organisaties die al dan niet onder dwang hun Turkse nationaliteit wensen te onderstrepen.

In Turkije zelf was er inmiddels een parallelle islam ontstaan, die naast het opzetten van moskeeën vooral zorgde voor maatschappelijk werk, en die in staat bleek corruptie aan te pakken. In Turkije resulteerde dat in de Welvaartspartij van Necmettin Erbakan, die voor de in het buitenland levende Turken verwante organisaties opzette. Dat werd Milli Görüs, tegelijkertijd een sociale en een religieuze beweging. Het Europese centrum kwam in Keulen. Vandaar uit werden in andere Europese landen filialen gesticht.

Daarna gebeurde er iets wat in die tijd niemand kon voorzien. De leden van Milli Görüs in Nederland, en vooral die in Amsterdam, hadden er na verloop van tijd geen zin meer om vermalen te worden tussen twee culturen. Ze waren best trots op hun Turkse achtergrond. Mar ze ademden met evenveel trots elke dag de vrijheid in van de Nederlandse democratie. Ze besloten hun eigen weg te gaan, niet tot vreugde van iedereen.

De kern van het huidige conflict binnen Milli Görüs is dat Amsterdam definitief besloten heeft tot de hoofdstroom van de Nederlandse samenleving te willen horen, met alle confrontaties en uitdagingen van dien. Anderen kiezen ervoor zich onzichtbaar te koesteren in de warmte van hun eigen vertrouwde omgeving.

Hier komt nog bij dat de beweging waar Milli Görüs oorspronkelijk uit voortkomt, zelf verdeeld wordt door een generatieconflict met wortels in Turkije. Grofweg gezegd: tussen de Turkse koers van oprichter Erbakan, die als mens nog steeds gerespecteerd wordt, aan de ene kant en de Europese koers van de huidige, eveneens zeer gerespecteerde Turkse premier Recep Tayyib Erdogan aan de andere. De waterscheiding in Nederland ligt echter niet bij deze beide stromingen, maar tussen mensen die Turkije als hun kompas blijven zien en mensen die hun eigen toekomst in Nederland willen bepalen.

Dit conflict brengt velen in verwarring. Het ingrijpen van ‘Keulen’ wordt door de één niet als een coup ervaren of een ruk naar rechts, terwijl de andere er het eind in ziet van een zinderende omgang met de rest van de Nederlandse samenleving.

Het beleid van Milli Gorus Nederland kende tot vorige week geen retoriek over integratie en participatie, maar concrete gedragingen. Ik ben een progressieve moslim, een vurig pleitbezorger van een progressieve islam. Vanuit mijn geloof ben ik een warm voorstander van de scheiding van kerk en staat, van democratie, van mensenrechten, van de rechtsstaat. Ik geloof niet dat de vrouw ondergeschikt is aan de man. Ik vind dat moslims wanneer ze dat willen uit de islam kunnen stappen zonder consequenties.

Onder mijn leiding hielden Milli Görüs-imams iedere maand een brainstormsessie. De laatste keer ging die over geloofsafval. In sommige islamitische landen staat daarop de doodstraf. Aan het einde van die sessie zijn ongeveer vijftien imams van Milli Görüs het erover eens geworden dat geloofsafval in de islam wel is toegestaan.

Ik vond dat een doorbraak. Helaas heb ik die, door het gedoe met onze Duitse broeders, nog niet naar de buiten toe kunnen uitdragen. Nu ben ik benieuwd of de nieuwe voorzitter dit standpunt openlijk durft te verdedigen en zelf naar buiten te communiceren. En ook, of hij de plannen voortzet die we hadden om, in samenwerking met de Liberale Joodse Gemeente in Amsterdam, een gezamenlijke reis te organiseren van een groep joden en Turken via Istanbul naar Israël.

Steunt het nieuwe bestuur ons plan voor een koor, bestaande uit Turkse en joodse jongeren? En ziet het een rol voor zichzelf in de clash tussen moslimjongeren en homo’s?

Wat we de afgelopen weken hebben meegemaakt, kan zich elders in Europa ook voordoen. Het aan banden leggen van autonome Milli Görüs-afdelingen waardoor verbondenheid met de lokale democratische gemeenschappen op de tocht kan komen te staan.

Het nieuwe bestuur moet de samenleving uitleggen waar het conflict over gaat. Het is niet erg geloofwaardig als Milli Görüs Duitsland het oude bestuur weg heeft gestuurd omdat er geen draagvlak zou zijn voor mijn beleid, terwijl het nieuwe bestuur blijft herhalen dat ze mijn beleid voort willen zetten. Anders is het: Keulen locuta, causa finita.

Mijn afscheid als directeur van Milli Görüs is een persoonlijke keuze geweest. Ik wil terug naar mijn bronnen en vooruit naar nieuwe horizonten.

Haci Karacaer stapte onlangs op als voorzitter van de islamitische federatie Milli Görüs Noord-Nederland.

    • Haci Karacaer