Kan dat land niet anders?

MVRDV: KM3. Actar, 1415 blz.€ 69,50

Even leek het alsof er een einde was gekomen aan de mode van de superdikke architectuurboeken. Nadat Rem Koolhaas in 1995 zijn 1.296 bladzijden omvattend epos S,M,L,XL had gepubliceerd, maakten ook Nederlandse bureaus als MVRDV (FARMAX, 1998, 754 bladzijden) en UN Studio (Move, 1999, 736 bladzijden) boeken die bijna net zo dik als breed waren. Vervolgens sloeg Rem Koolhaas in het begin van de 21ste eeuw terug met een serie boeken over onderwerpen als shopping en Chinese steden die elk een 40-urige werkweek vergden om te lezen. De laatste jaren was het stil aan het super-dikkeboekenfront. Maar nu is dan toch het het dikste aller architectuurboeken verschenen: KM3 van MVRDV. Het omvat 1.415 bladzijden met tekst en plaatjes plus een bijgevoegde cd-rom.

De ambities van MVRDV, het architectenbureau dat wereldberoemd werd met de Villa VPRO in Hilversum en het Nederlandse paviljoen op de Wereldtentoonstelling van 2000 in Hannover, zijn dan ook torenhoog. Terwijl veel van hun collega-architecten regelmatig klagen dat hun vak wordt gereduceerd tot dat van decorateur, kiezen de drie architecten van MVRDV, Winy Maas, Jacob van Rijs en Nathalie de Vries, voor de vlucht naar voren. Ze laten zich niet terugdringen in de rol van gevelontwerper, maar beschouwen de hele wereld en zelfs de kosmos tot het werkveld van de architect. Zoals de titel KM3 al aangeeft, zijn ze niet tevreden met kubieke meters, maar met kubieke kilometers.

In KM 3 zijn niet alleen gerealiseerde en ongebouwde ontwerpen opgenomen, maar vooral studies over de toekomst van steden als Barcelona, regio’s als het Ruhrgebied, landen als Zwitserland en planeten als de aarde. Hierin gaat MVRDV, al dan niet geholpen door studenten van de onderwijsinstellingen waar de drie van MVRDV les geven, steeds op dezelfde wijze te werk. Eerst vragen ze zich af of bijvoorbeeld Zwitserland niet heel anders ingericht zou kunnen worden dan nu het geval is. Vervolgens verzamelen ze een kolossale hoeveelheid statistische gegevens over bebouwing, bewoners, energievoorzieningen, landbouw, industrie, enzovoorts. Tot slot wordt hun eigen vraag steevast beantwoord met een volmondig ‘ja, het zou allemaal heel anders kunnen’. Meestal komt het erop neer dat allerlei voorzieningen en activiteiten die nu naast elkaar bestaan, boven op elkaar worden gestapeld, net als de verschillende Nederlandse landschappen in het paviljoen voor de Wereldtentoonstelling 2000. Voor de planeet aarde laat MVRDV bijvoorbeeld zien dat er 5.100 miljard mensen kunnen wonen als zijzelf plus al hun activiteiten worden ondergebracht in kubussen van 5x5x5 kilometer die verspreid over alle continenten liggen in een raster van 100 vierkante kilometer. Overbevolking is geen punt. ‘So there is space!’, schrijft MVRDV optimistisch.

MVRDV’s benadering van de inrichting van de wereld en de kosmos doet denken aan het oude functionalisme van stedenbouwkundigen als Cornelis van Eesteren, de ontwerper van de Westelijke Tuinsteden in Amsterdam en Lelystad. Ook Van Eesteren ging de wereld te lijf met statistieken en dacht dat hij hiermee de toekomst kon vormgeven. Dat bleek een vergissing: van Van Eesterens ‘wetenschappelijke’ verwachtingen zijn bijna allemaal niet uitgekomen. Zo had hij bijvoorbeeld niet voorzien dat de helft van de bevolking van de tuinsteden nu bestaat uit immigranten van de eerste, tweede of derde generatie. Van Eesterens ‘wetenschap’ was boterzacht met als gevolg dat nu, nog geen halve eeuw na de bouw, een groot deel van de naoorlogse wijken in Nederland alweer wordt afgebroken.

MVRDV heeft zich niet laten afschrikken door het fiasco van de Westelijke Tuinsteden of de mislukking van de Sovjet-Unie, het grootste planningsexperiment van de 20ste eeuw. Integendeel, in KM3 ontpoppen ze zich als superfunctionalisten, die de wereld vorm geven op basis van een hoeveelheid statistische gegevens waar Van Eesteren alleen maar van kon dromen. Hun ongebroken geloof in planning in een tijd waarin het geloof in de maakbaarheid van de samenleving bijna op de mestvaalt van de geschiedenis is beland, rechtvaardigen de drie van MVRDV met de computer en internet. Die maken het mogelijk dat een ontwerper niet alleen beschikt over een onnoemelijk aantal gegevens maar die ook gemakkelijk aan elkaar kan koppelen. Zo geeft de computer weer greep op de wereld.

Helaas is het juist KM3 zelf dat het moeilijk maakt om het geloof van MVRDV in planning en de computer te delen. Het boek bestaat grotendeels uit afgedrukte computerplaatjes, die laten zien dat de combinatie van gebruiksgemak en eindeloze mogelijkheden die de computer biedt, fatale gevolgen kan hebben. KM3 is oeverloos: alle teksten, statistische gegevens en afbeeldingen zijn, ogenschijnlijk zonder enige redactie, in het boek gezet. Het is alsof MVRDV al hun bestanden blindelings op de 1.415 pagina’s heeft gekieperd. Niet alleen vergt het eindeloos voortkabbelende proza veel geduld van de lezer, maar ook is het boek herhaaldelijk letterlijk onleesbaar door de minuscule weergave van computerbeelden of door witte letters op een lichte ondergrond. Als KM3 zelf een voorbeeld is van MVRDV’s hyperfunctionalistische computerplanning, dan is te hopen dat de wereld toch minder maakbaar is dan MVRDV betoogt.