Iran gebruikte Chinees UF 6

Iran heeft zijn recente succes met de verrijking van uranium waarschijnlijk niet helemaal op eigen kracht bereikt. Westerse diplomaten in Wenen berichten dat Iran vermoedelijk Chinese uraniumverbindingen heeft gebruikt als uitgangsmateriaal. Iran zelf zou nog niet in staat zijn dat materiaal voldoende zuiver te produceren.

Vorige maand maakte Iran met enige ophef bekend dat het er met behulp van zijn gascentrifuges in was geslaagd natuurlijk uranium tot 3,5 procent te verrijken. Het internationale atoomenergie agentschap IAEA in Wenen heeft de verrijkingsgraad later bevestigd. Westerse analisten werden door de bekendmaking verrast, omdat Iran veel problemen zou hebben met de productie van het uitgangsmateriaal. Dat is het vluchtige uraniumhexafluoride (UF6) dat via een tussenstap (uraniumtetrafluoride, UF4) uit het vermaarde yellow cake (U3O8) wordt bereid.

Een half jaar geleden werd bekend dat Iran deze ‘conversie’, die plaatsvindt in Isfahan, nog niet onder de knie heeft. Het weekblad Science berichtte op 13 januari dat Irans UF4 nog sterk met molybdeen en andere zware metalen is vervuild. Mede daardoor zouden in het te verrijken UF6 stoffen kunnen ontstaan die de centrifugeapparatuur snel zouden beschadigen. De verwijdering van molybdeen werd als een groot technisch probleem beschreven. Science suggereerde dat China of Rusland de helpende hand zouden kunnen bieden.

Volgens de laatste berichten heeft Iran een andere oplossing gekozen: het zou eenvoudigweg een grote partij Chinees hexafluoride, die in 1991 in het geheim was aangeschaft, hebben aangesproken. Het bestaan van die partij (1000 kilo UF6, 400 kilo UF4 en nog andere uraniumverbindingen) heeft Iran in februari 2003 aan het IAEA bekend gemaakt. Het UF6 bleek te zijn ondergebracht in één grote en twee kleine metalen cilinders die in Teheran werden aangetroffen. Er bleek 1,9 kilo UF6 zoek te zijn. Volgens Iraanse autoriteiten was het er onbedoeld uitgelekt.