in de marge

Wat er tegenwoordig de mond kan binnenkomen, past al bijna niet meer in een modaal tuinhuisje. Aan de schappen mondhygiëne van welke drogisterijketen ook ontvouwt zich een verticaal landschap van: tandenborstels, elektrische en handmatige, tandenstokers idem, tongschrapers, ‘interdentale’ ragers, de waterpik, flosdraad in rollen van vijftig meter of ingeklemd tussen minikatapultjes. En dan zwijgen we nog over de apparaatjes waarmee je je tandvlees kan masseren, pasta’s, gels, de antibacteriële mondwaters en -spray’s.

Enter de combi floss-tandenstoker.

Als de verpakking the message is, dan is de Etos combi floss-tandenstoker (CFT) bad news . De blisterverpakking die de 24 witte, plastic CFT’s omhult, opent zo dat je altijd draad of stoker moet aanraken. Dat begint dus onhygiënisch.

De CFT is een hard stuk wit plastic met aan de ene kant een venijnig puntje en aan de andere kant een beflost minikatapultje.

Wie een houten tandenstoker gewend is, laat de CFT onmiddellijk links liggen. Hout plooit zich lichtelijk naar de ruimte tussen de tanden, iets wat een plastic stokertje nooit zal doen.

Dan maar flossen. Dat begint redelijk. Anders dan het werk met de flosdraad kan dit apparaat met één hand worden gehanteerd. In gezelschap kan hierdoor, tijdens het flossen nog enigszins – een heel klein beetje – de schijn van fatsoen worden opgehouden.

Eenmaal flossend doet zich echter al snel een intiem probleem voor. De draad doet wat hij moet doen, maar wat doen we nu met wat aan de draad zit? Bij een lange floss is dat eenvoudig, je zoekt een schoon stukje draad en flost verder. Maar bij zo’n klein stukje katapultdraad van Etos, Jordan of Oral B of wie dan ook, is niet naar een schoon stukje te zoeken.

Kortom, in het tuinhuisje voor tandonderhoud hoeft geen plek te worden ingeruimd voor de CFT.

Hans Moll

    • Hans Moll