Het atelier is overal

De kunstenaar heeft zich aan het isolement van zijn atelier ontworsteld, laat de tentoonstelling ‘Mapping the studio’ zien. “Mijn atelier is de plek waar ik mij bevind.”

Als je jezelf als kunstenaar beschouwt, en je bent geen schilder die aan het werk gaat met doek en verf, wat doe je dan in je atelier? Je zit in een stoel, je drinkt koffie of je loopt wat rond. En dan komt de vraag op: wat is kunst?

Aldus de Amerikaanse kunstenaar Bruce Nauman (1941) in een interview aan het eind van de jaren zestig. Op de door hemzelf gestelde vraag: wat is kunst, gaf hij het beroemd geworden antwoord: art is what an artist does. Kunst is wat een kunstenaar doet: rondhangen in zijn atelier.

Wat dit betekent laten Naumans videofilmpjes uit die tijd zien. Hij speelt gedurende tien minuten enkele langgerekte tonen op de viool. Hij stuitert met een balletje. Hij zit een uur lang in verschillende houdingen op de grond (Wall/floor Positions). De filmpjes spelen zich af in real time, net zo lang als de handeling zelf.

Een paar jaar geleden was Nauman gefrustreerd omdat hij geen nieuwe ideeën had. Hij had al vier jaar lang geen werk meer gemaakt. Hij bedacht dat hij maar iets zou maken met wat gewoon voorhanden was in zijn atelier. Er was een kat en een muizenplaag, veel rommel en één videocamera. Nauman besloot om de camera ’s nachts te laten draaien, om te zien wat kat en muizen deden. Iedere keer draaide hij de camera een stukje totdat de hele ruimte in kaart was gebracht, in totaal 42 uur film over een periode van vier maanden. Dit werd Mapping the Studio, een installatie van zes uur film, verdeeld over zeven gelijktijdige projecties. Zittend op een bureaustoel is de kijker omringd door Naumans atelier. Muizen schieten tussen de rommel heen en weer, de zwarte kat kijkt verveeld toe. Er klinkt wat gestommel, in de verte blaft een hond. Het is een prachtig werk, tenminste voor wie het lukt om op te houden iets te verwachten. Het kunstwerk legt niets op, is stil, meditatief, het scherpt het bewustzijn.

In de afgelopen decennia heeft Nauman op een indringende manier de vraag naar de noodzaak van kunst gethematiseerd. De angst dat die noodzaak er wellicht niet is, dat het wachten en rondhangen in het atelier tot niets meer zullen leiden, maakt hij tastbaar. Als er geen noodzaak tot kunst meer is, wat is dan nog de betekenis van ons bestaan?

Heiligdom

Mapping the studio is het uitgangspunt voor een tentoonstelling in het Stedelijk Museum met dezelfde titel. De tentoonstelling wil laten zien hoe kunstenaars omgaan met hun atelier. Rond 1970 leidden ontwikkelingen in de kunst, zoals conceptuele kunst en Land Art, ertoe dat het traditionele kunstobject niet langer meer centraal stond. Kunstenaars, ook Nauman, verlieten de beslotenheid van het atelier. De tentoonstelling gaat over deze omslag in de periode 1965-1975, en besteedt ook aandacht aan het werk van enkele jonge kunstenaars.

Het atelier als heiligdom waar het creatieve genie zijn wonderen werkt, zoals het geïroniseerd wordt door Nauman, is ontstaan in de Romantiek. Een van de eersten die zich terugtrokken achter een gesloten deur en een strikt onderscheid maakten tussen privé en openbaar, was Delacroix. Baudelaire heeft beschreven hoe hij de schilder bezocht op zijn atelier en zich een indringer voelde. Van die andere grote schilder van de Romantiek, Caspar David Friedrich, bestaan mooie portretten, aan het begin van de negentiende eeuw gemaakt door Georg Friedrich Kersting. Friedrich staat of zit aan zijn ezel, in de hand palet en steunstok. De ezel staat aan het raam, zonlicht valt naar binnen, erachter een wijde blauwe lucht. Het atelier is leeg en kaal, de bebaarde schilder is zeer eenvoudig gekleed. Hij heeft niets meer nodig dan het visionaire landschap waar hij aan werkt.

De ivoren toren van het atelier belichaamt de breuk tussen kunstenaar en maatschappij. Sinds de Romantiek is de kunstenaar een bohémien, een onbegrepen zonderling, een geïnspireerde ziener die een zelfverkozen bestaan leidt in de marge van de samenleving.

In 1961 richtte Claes Oldenburg zijn atelier in New York in als een winkel waar hij etenswaren en kledingstukken van gips verkocht. Hij maakte zijn spullen in de werkruimte erachter. Bedoeld of onbedoeld herinnerde hij aan de kunstpraktijk in de Renaissance, toen de kunstenaar schilderde en beeldhouwde in zijn atelier en aan de straatkant allerlei nuttige waar verkocht, van riemgespen tot liturgisch gerei. Oldenburg probeerde zich te onttrekken aan het commerciële galeriecircuit, en het isolement van het atelier te doorbreken.

In korte tijd ontwikkelden kunstenaars talloze nieuwe vormen om zich te bevrijden uit dit isolement, zoals performance, happening, en Land Art. Voor Land Art-kunstenaars was niet langer het geschilderde landschap het kunstwerk, maar het landschap zelf. Landschap in de breedste zin van het woord: cityscapes en industriële gebieden net zo goed als natuurpanorama’s. Een van de indrukwekkendste voorbeelden is Spiral Jetty (1970) van Robert Smithson. In het zoutmeer van Utah bouwde Smithson van aarde en basaltblokken een reusachtige spiraal. Hij maakte een film van het project, deels vanuit een helikopter die de vorm van de spiraal volgt. We zien de schaduw van de hefschroef in het water, en de kunstenaar die over de spiraal holt, afgewisseld met close-ups van modder en zoutkristallen die op hun beurt in spiraalvormen groeien. Spiral Jetty is gaandeweg in het Salt Lake verdwenen. Toen het meer een paar jaar geleden droogviel, werd Smithsons werk weer zichtbaar en is het gerestaureerd.

„Verlossing van de beperkingen van het atelier bevrijdt de kunstenaar in zekere zin van de valstrikken van het vakmanschap en van het onderworpen zijn aan creativiteit”, meende Smithson. De Franse kunstenaar Daniel Buren (1938), bekend van de markiezenstrepen, dacht er net zo over. Volgens hem krijgt het kunstwerk pas buiten de context van het atelier betekenis, en is dan in feite ontheemd. Het kunstwerk moet daarom daar gemaakt worden waar het ook wordt getoond. Buren produceert zijn werk alleen nog maar in situ en heeft dus geen atelier meer nodig: „Mijn atelier is de plek waar ik mij bevind.”

Post-studio

Sinds de jaren zeventig bevindt de kunst zich in het post-studio tijdperk. Airport artists leiden een nomadisch bestaan en maken overal ter wereld ter plekke hun werk. Site specific installaties, ontmoetingskunst en collectieve projecten bepalen het aanzien van de hedendaagse kunst. Op de tentoonstelling in het Stedelijk is de beperkte keuze van enkele hedendaagse projecten (onder andere van Atelier van Lieshout en Rirkrit Tiravanija) dan ook nogal willekeurig. Misschien was het beter geweest om de aandacht volledig te richten op de jaren zestig. Dan was er ook ruimte geweest voor Europese ontwikkelingen, van bijvoorbeeld de Situationisten, Fluxus, Marcel Broodthaers. Nu ligt de nadruk zwaar op de Amerikaanse kunst. Ook is het een groot gemis dat er geen verwijzing is naar de kunst die zich institutionele kritiek noemt (met Andrea Fraser als bekendste vertegenwoordiger). Desondanks is Mapping the Studio een inspirerende tentoonstelling, waar veel interessant en zelden getoond werk is te zien.

Natuurlijk hebben ook hedendaagse kunstenaars nog steeds een plek om te werken nodig, maar die krijgt steeds vaker het karakter van een kantoor of studeerkamer. De opvatting over het atelier is onlosmakelijk verbonden met de opvatting van wat kunst is. De muren van het atelier zijn transparant geworden. Alle kunstenaars, van de jaren zestig tot nu die het atelier als een beperking ervaren, verwerpen het beeld van de eenzame romantische kunstenaar en zoeken naar een nieuwe betekenis voor de kunst, in politiek-maatschappelijke zin. Het zegt veel over hun ideeën over ethiek en esthetiek; maar over de kwaliteit van het werk zegt het niets. Ook uit de benauwenis van het atelier kan nog steeds grote kunst voortkomen, zoals Nauman laat zien. Hoe je het ook wendt of keert, binnen het atelier of daarbuiten – kunst is wat een kunstenaar doet.

Mapping the Studio, tentoonstelling in het Stedelijk Museum CS, Oosterdokskade 5, Amsterdam. Tot 20 augustus. Dagelijks 10-18 uur. www.stedelijk.nl.