Geleende emoties

Bij de verwoording van banale emoties bepalen vorm en stijl het literaire gehalte.

Volgens die maatstaf is 'De Weduwnaar' geen literatuur.

In de literatuur kunnen banale emoties de vorm krijgen van unieke ervaringen die nooit eerder als zodanig zijn verwoord. Niet de emotie zelf, maar de vorm en de taal bepalen het literaire gehalte. Volgens deze maatstaf is De weduwnaar van Raymond van de Klundert (1964) geen literatuur. Net als in Komt een vrouw bij de dokter, banaliseert de schrijver herkenbare gevoelens van liefde, schuld en rouw tot een platvloerse soap. De uitdrukking van de emoties sluit aan bij de beleving van lezers die de verwoording van zulke emoties vooral kennen uit B-films en tv-series.

Kluun, zoals de schrijversnaam van Van de Klundert luidt, valt naar eigen zeggen vrijwel samen met Stijn uit zijn geromantiseerde autobiografie. Hij komt uit Brabant waar hij is opgegroeid met het carnaval als jaarlijks cultureel hoogtepunt en maakt - eenmaal volwassen - furore in die andere maskerade: de reclame. Zijn belangrijkste wapenfeiten in het leven: een 'eigen zaak' en een huis in Amsterdam-Zuid van 400 vierkante meter. O ja, en hij heeft een vrouw van 36, Carmen, een dochter van 3 en een heleboel vriendinnen met wie hij 'vreemdgaat'. Maar dan krijgt zijn vrouw kanker en vervolgens gaat ze dood.

Het enige interessante aan het vervolg De weduwnaar is het milieu dat er in wordt beschreven. Kluuns personages zijn ordinair tot op het bot, met als enige referentiekader de wereld van 'Bekende Nederlanders' zoals beschreven in de roddelpers, waarin alles om uiterlijkheden draait. Van de begrafenis van zijn vrouw die natuurlijk in een witte lijkwagen wordt weggebracht, herinnert Stijn zich vooral dat hij zijn 'witte Joop!-pak' aanhad.

Helaas waren er geen camera's bij om dat te filmen. Alhoewel, je kunt altijd doen alsof die camera's er wél zijn. 'Ik heb twee jaar de tijd gehad om me op dit moment voor te bereiden en nog voelt het alsof ik in een film ben beland,' denkt de weduwnaar tijdens de uitvaart. Stijn, met zijn onbenullige leven en geleende emoties, beschouwt zichzelf als ster in een hedendaagse soap. Hij bekijkt zichzelf met de ogen van de tv-consument. 'Als ik zelf niet de pineut zou zijn, zou ik bijna respect kunnen opbrengen voor degene die dit script heeft verzonnen: hedonist wordt verliefd, trouwt, krijgt kind, gaat vreemd, vrouw wordt ziek en overlijdt, hedonist blijft over met dochter en een vraagteken over de zin van dit alles. Zo verzin ik ze zelf niet hoor.' Het pijnlijke is dat dit geen pastiche is, maar de als normaal ervaren onmacht zelf iets te voelen en daar de woorden voor te bedenken.

Het ligt voor de hand om het boek van Kluun te vergelijken met de persiflages van Heleen van Royen op de aloude bouquetreeksromans, maar daarmee zou ik Van Royen tekort doen. Anders dan Kluun beschikt zij over zelfspot. Bovendien afficheert zij haar boeken niet als autobiografische romans met zichzelf als diep ontroerend personage in de hoofdrol. Literaire pretenties hebben geen van beiden, maar Van Royen schrijft in elk geval lopend Nederlands. Kluun klungelt maar wat aan. Hij weet niet dat herinneren een wederkerig werkwoord is en krijgt zinnen uit zijn pen als: 'Het voelde niet goed. Ik voelde me schuldig naar Carmen toe, alsof ik geen verdriet heb.'

De weduwnaar bevat borrelpraat van een platte boender uit Brabant die na het zien van Turks fruit dacht dat het in Amsterdam voortdurend carnaval is. En in de kringen waarin hij verkeert lijkt dat ook zo te zijn: dure kleren, drank, coke en domme lekkere wijven. Wat ontbreekt is drama en het vermogen drama te onderkennen en te ervaren. En dan wordt Kluun opeens een drama in de schoot geworpen, een 'script' zoals hij zelf nooit had kunnen verzinnen.

Wat doen de verwijzingen naar Turks Fruit van Jan Wolkers in deze lectuur? Wel, ook die roman gaat over de dood van een geliefde. Niet 'waar gebeurd', maar wél echt. Om dat verschil draait in de literatuur alles.

Kluun: De weduwnaar.

Podium, 265 blz. euro15,-