Film ontketent fel politiek debat in Marokko

De film Marock, die spot met geloofsdrift, drank en seks, is een cultfilm in Marokko. Maar er is ook een heftig debat over ontbrand. De grootste oppositiepartij houdt zich in, met het oog op regeringsdeelname.

Rijen voor de bioscoop Megarama in Casablanca, politiebewaking bij de ingang, applaus na afloop. Marock, de debuutfilm van de Marokkaans-Franse regisseur Laila Marrakchi (30), zorgde de afgelopen dagen voor ophef, maar werd omarmd als een cultfilm door een publiek van vooral adolescenten.

Een slag in het gezicht van de Parti de la Justice et du Développement (PJD), Marokko’s fundamentalistische oppositiepartij die in brede kring wordt getipt als de winnaar van de volgend jaar te houden parlementsverkiezingen. Want zoals De Da Vinci Code de rooms-katholieke kerk de gordijnen heeft ingejaagd, zo herkennen de fundamentalisten van de islam in Marock hun vijand.

Hoofdpersoon Ghita, slechts gekleed in shorts en hemdje, reageert vol ontzetting als ze haar broer biddend aantreft op een kleedje in de woonkamer. „Wat is hier aan de hand? Ben je op je hoofd gevallen? Word je nu opeens een baard?” Zelf is ze verliefd geworden op een joodse jongen. Er wordt volop gedronken en geflirt door de jongeren in de betere kringen die in de film worden neergezet.

Spot met geloofsdrift, drank en seks: als het aan de PJD lag, had de film nooit de bioscoop gehaald. Het aan de partij gelieerde dagblad At-Tajid sprak een twee pagina’s tellende banvloek over de film uit. Er werd tegen geprotesteerd dat Marock de filmkeuring heeft kunnen passeren. Een aanslag op de islam, aldus het protest.

„Marokko is een islamitisch land. Alles wat indruist tegen het geloof kunnen we met de wet in de hand verbieden”, meent Mohamed Boulif (41). We zitten op het hoofdkantoor van de PJD in een buitenwijk van Rabat. Als parlementsafgevaardigde voor het district Tanger kreeg Boulif al eind vorig jaar een voorproefje toen de film op het filmfestival van Tanger voor een rel zorgde.

Naar eigen zeggen heeft Mohamed Boulif 17 minuten van de film gezien. Genoeg om te concluderen dat het hier een „een heel, heel slechte film” betrof. „In één scène staat ze op het punt om die jongen te zoenen, terwijl ze naast een moskee lopen waar de oproep tot het gebed klinkt. Je ziet die beelden elkaar afwisselen. Onaanvaardbaar”, aldus Boulif.

Met vrijheid van meningsuiting heeft dat niets te maken. „Er is een joodse lobby die je voor de rechter sleept als je iets zegt over de Holocaust. Maar mij kan iemand straffeloos in mijn geloof beledigen. Dat is selectieve vrijheid”, aldus het parlementslid. Maar laat de regisseur niet simpelweg een deel van de werkelijkheid van de Marokkaanse jeugd zien? „Wat weet dat meisje nu van Marokko”, schampert Boulif. „Ze woont in Frankrijk, la petite.”

Marock werd het middelpunt van een verhit debat. Libération, het dagblad van de socialisten, sprak van „een haatcampagne van ongekende omvang” van de PJD. „De fundamentalisten, vijanden van de kunst en het leven”, kopte een commentaar in het onafhankelijke dagblad Al-Ahdat al-Maghribia. „Moeten we wachten tot jongeren bepakt met bommen hun onvrede over de film uitdrukken om ons er rekenschap van te geven dat degenen die zich als ‘gematigd’ presenteren daar in werkelijkheid ver vanaf staan?”

Die laatste vraag begint te dringen nu het er naar uitziet dat de PJD volgend jaar mogelijk een regering kan gaan vormen. Een recente peiling voorspelde dat de partij 47 procent van de stemmen krijgt. De PJD doet zijn best om zo gematigd mogelijk over te komen, zeker sinds – na de aanslagen in Casablanca op 16 mei van 2003 – de jacht op het fundamentalisme in Marokko is ingezet. Partijleider Saâdedine el-Othmani groeide uit tot het democratische en diplomatieke gezicht van de partij. Othmani over Marock: „Er is altijd een grote afstand tussen kunst en macht, tussen schepping en censuur.”

De tirades tegen zedenverwildering en het decadente Westen zijn nu ook weer niet zo zwaarwegend, zo klinkt het de laatste tijd uit het partijkader. Er zijn belangrijker problemen: werkloosheid, armoede en de massale trek naar de steden.

Met zijn veelvuldige reizen en contacten probeert Othmani de Verenigde Staten en Frankrijk – Marokko’s internationale steunpilaren – ervan te overtuigen dat hij als fundamentalist juist past in de democratiseringsstrategie voor islamitische landen. Daarin lijkt de PJD-aanvoerder aardig geslaagd. „Persoonlijk denk ik dat het hier een redelijk gematigde partij betreft”, aldus een Amerikaanse diplomaat.

Maar achter de officiële, gematigde partij van Othmani schuilt de ‘Beweging voor eenheid en hervorming’ (MUR), formeel een onafhankelijke sociaal-religieuze beweging, in praktijk de strenge bewakers van fundamentalistische ideologie. Met het dagblad At-Tajid als spreekbuis ageren zij tegen alcohol en drugs, en vooral vele soorten seks als ongewenste import uit het Westen.

Ondanks alle ophef bleven de sit-ins of protestmarsen tegen Marock tot dusverre uit. De filmpremière viel vrijwel samen met de herdenking van de aanslagen in Casablanca. Er is weinig voor nodig om de PJD zich te laten realiseren dat de partij toen te verstaan heeft gekregen haar toon te matigen. Drie jaar later lijkt de partij in dat laatste redelijk geslaagd. PSD-parlementslid Boulif sluit protest evenwel niet uit. „Het volk wil deze film niet. Er zitten vrouwen en meisjes in de zaal. Dat kan problemen geven.”

‘Marock’ draait zaterdag 3 juni in Cinerama in Rotterdam in het kader van het Arabisch filmfestival.