Europese ambities

Stel: aanstaande zondag spreken de bewoners van Montenegro zich in hun officiële referendum met een ruime meerderheid uit voor afscheiding van Servië en voor onafhankelijkheid als Balkan-staat. Moet dit landje (620.000 inwoners) dan lid worden van de Europese Unie? Als 55 procent van de bevolking voor is, erkent Brussel de onafhankelijkheid van Montenegro, dat zich in dat geval ongetwijfeld tot het EU-bestuur zal wenden met het verzoek om lidmaatschap.

Behalve de voorwaarden waaraan de Montenegrijnen moeten voldoen om deel te mogen uitmaken van de Unie, is er niets dat hun ambitie in de weg staat. Ieder land met Europese aspiraties kan in principe EU-lid worden. Dat geldt voor de kandidaat-leden Roemenië en Bulgarije; voor Turkije, dat weliswaar nog lang moet antichambreren maar toch kans maakt en graag Europees wil zijn, en dat zou dus ook voor Montenegro gelden. Of het gewenst is, is een tweede. Europa is nog niet eens bekomen van de laatste uitbreiding, die met acht Oost-Europese landen plus Cyprus en Malta. Maar de carrousel draait gewoon door. Als de Roemenen en de Bulgaren de komende maanden hun best doen, zijn ze begin volgend jaar EU-leden. Dat werd deze week met zoveel woorden nog eens bevestigd door de voorzitter van de Europese Commissie.

Die laatste toetreding kan nog als het automatisme worden gezien dat in zwang was voordat in Frankrijk en Nederland de kiezers tegen Europa rebelleerden met hun afwijzing van de EU-grondwet. Alle seinen staan nu op rood. Nationale regeringen en politieke partijen, en ook de bestuurders in Brussel zelf, hoeden zich ervoor te pleiten voor een grotere Unie. Het is goed dat dit automatisme tegenwoordig in twijfel wordt getrokken. Het heeft tot gevolg gehad dat nu in ieder geval wordt gedebatteerd over de vraag waar de grenzen van Europa liggen.

Blijkens een enquête die het kabinet via internet heeft laten uitvoeren, is een meerderheid van de Nederlanders tegen uitbreiding van de EU met landen als Albanië, Servië, Macedonië, Oekraïne en Turkije. En ook het lidmaatschap van de nieuwkomers Roemenië en Bulgarije wordt afgewezen. Veel mensen is een groter Europa te amorf – en vooral te bedreigend. De vraag is nu wat nationale politici met de resultaten van dergelijke onderzoeken gaan doen. De Roemeense en Bulgaarse toetredingen kunnen niet meer worden gestopt. Hoe betreurenswaardig dat ook is. Beide landen zijn in wezen nog ver van lidmaatschap verwijderd; verder in ieder geval dan 1 januari 2007.

De gerechtvaardigde vrees voor wéér nieuwe uitbreidingen en het politieke onvermogen om hier een antwoord op te geven, zijn ook symptomen van een kwaal waaraan veel EU-lidstaten lijden, waaronder Nederland: het totale gebrek aan ideeën hoe het verder moet met Europa na de afwijzing van het grondwettelijk verdrag. Deze stuurloosheid begint ondraaglijke vormen aan te nemen. Duitsland laat onder zijn nieuwe bondskanselier zien hoe het bij gebrek aan grote visies ook in kleine stappen kan. Dat verdient navolging.