Dubbele provisie

Hedgefondsen beweren slim te zijn. Dat is de reden dat ze in staat zijn hun klanten de befaamde ‘2 en 20’ procent provisie in rekening te brengen: 2 procent over het beheerde vermogen en 20 procent over de behaalde winst. Maar voor slimme beleggers doen ze soms domme dingen.

Neem het besluit van grote aantallen hedgefondsen om een belang te nemen in het fonds van de Amerikaanse participatiemaatschappij KKR dat onlangs voor 5 miljard dollar (3,9 miljard euro) naar de beurs ging. Meer dan eenderde van de aangeboden stukken, waarvan KKR de hoeveelheid op het laatste moment verdrievoudigde wegens de grote belangstelling bij beleggers, werd gekocht door hedgefondsen.

De vraag of de stukken redelijk geprijsd waren en of het wel zo’n goed moment in de cyclus is om te beleggen in een fonds dat zich specialiseert in bedrijfsovernames is niet relevant, evenmin als het feit dat de koers sinds de beursgang 4 procent is gedaald.

De belegging is namelijk sowieso onlogisch. Je kunt je nauwelijks voorstellen dat beleggers investeringen in een participatiemaatschappij zouden willen laten lopen via een hedgefonds. Dat is zeer inefficiënt. Bovenop de ‘2 en 20’ procent die zij aan het hedgefonds kwijt zijn, komt ook nog de vergoeding die de participatiemaatschappij voor zichzelf rekent – in dit geval 1,15 en 20 procent van de winst. Bij elkaar opgeteld gaat van de behaalde rendementen dus ruim 3 en 40 procent af.

Waarom zouden de hedgefondsen deze aandelen dan willen kopen? Volgens sommigen omdat Henry Kravis, een van de eigenaren van KKR, hun dat nu eenmaal vroeg en het moeilijk was een dergelijke icoon een gunst te weigeren. Anderen betogen dat openlijke steun aan KKR hun wellicht een voorrangspositie zou verschaffen bij beursintroducties van de participatiemaatschappij.

Maar deze rationaliseringen raken kant noch wal. Het antwoord is veel eenvoudiger. Dankzij de liquiditeitsgolf die de hedgefondsen heeft overspoeld, weten sommige fondsen van gekkigheid niet wat ze met hun geld moeten doen.

Jonathan Ford

Voor meer commentaar uit Londen:www.breakingviews.com.Vertaling Menno Grootveld