Die heerlijke jaren vijftig

Joshua Livestro: De adem van grootheid. Nederland in de jaren vijftig. Bert Bakker, 293 blz. €19,95

Het aardigste aan De adem van grootheid, het boek waarmee Joshua Livestro voormalig assistent van Eurocommissaris Bolkestein, wil afrekenen met het beeld van de Nederlandse jaren vijftig als restauratief tijdperk, is de omslagfoto: zeven opeengepakte kinderen in slome kleren en wollen sokken voor een televisietoestel. Livestro (1970), schrijft dat de televisie in de jaren vijftig voor een enorme ommezwaai zorgde. De anticommunistische uitbarstingen in 1956 en de solidariteit met de Hongaarse bevolking waren mogelijk omdat de televisie de wereld bij de mensen thuisbracht.

Waarschijnlijk weet Livestro niet dat vrijwel niemand tv had in 1956. De foto op het omslag toont een beeld dat iedereen die in de jaren vijftig is opgegroeid herkent: met tien of meer kinderen keek je op woensdagmiddag bij het enige gezin in de buurt dat televisie had naar De Verrekijker. In dat jeugdprogramma werden geen beelden van de Hongaarse opstand vertoond. Er werden hoe dan ook geen televisiebeelden van die opstand in Nederland uitgezonden. De slome kleren waren afdankertjes van je broers en zusjes en die wollen sokken moesten voortdurend gestopt worden door onze afgebeulde moeders.

Het was een kneuterig, cultuurarm tijdperk waar pas halverwege de jaren zestig een einde aankwam. Livestro verlangt terug naar die tijd, waarin er dankzij politici als Willem Drees nog sprake was van nationaal zelfbewustzijn. Het Nederland van toen kende nog de ‘adem van grootheid’.

Ironisch genoeg ontleende Livestro deze ‘adem van grootheid’ aan een gedicht van Henriette Roland Holst, afkomstig uit een cyclus waarin ze juist afrekent met nationale trots en de Hollandse bekrompenheid laakt. ‘Weg is de grootheid die we in waan bezaten/ zoodra we ons deel dragen van ’t menselijk sloven;/ Holland ge biedt geen ruimte als aan den geest.’

Volgens Livestro boden de jaren vijftig in Nederland juist wél ruimte aan de geest, want ‘de oorlogsschade (was) verwerkt, de economie stond weer op de rails, het rechtsproces was hersteld en de laatste sporen van de bezetting waren – min of meer – uitgewist. Het verleden was verwerkt’.

Nu, één ding weet ik zeker: het verleden was juist niet verwerkt – daar waren de jaren zestig voor nodig, zoals ook de emancipatie van de arbeider, de seksuele bevrijding, de doorbraak van de jeugdcultuur, de invloed van de tv en de ontzuiling pas in de jaren zestig hun beslag kregen. Door al deze ingrijpende veranderingen in de jaren vijftig te situeren (zoals bijvoorbeeld de film West Side Story uit 1961) probeert Livestro zijn verhaal over de geweldige jaren vijftig, waarin van restauratie geen sprake zou zijn, rond te breien.

Ter ondersteuning van zijn stelling presenteert hij veel cijfers en opsommingen, maar geen enkel nieuw feit en ook geen poging tot analyse. Wel maakt hij veel fouten. Brave New World van Aldous Huxley uit 1932 noemt Livestro een boek waarin de Koude Oorlogsthematiek wordt uitgewerkt, het beroemde werk van Simone de Beauvoir Le deuxième sexe geeft hij een verkeerde titel en jaartal mee en hetzelfde geldt voor de vertaling van Victor Kravtsjenko’s I chose freedom.

Treurig, want ook al kun je het met de strekking van een historisch overzicht als dit niet eens zijn – als de feiten kloppen valt het nog als naslagwerk te gebruiken. Zelfs hiervoor is De adem van grootheid niet geschikt.

Een discussie tussen Joshua Livestro en Hubert Smeets, uitgezonden in het televisieprogramma Boeken&cetera, is te zien op www.boeken.vpro.nl