De wurggreep van de Israëllobby

Noch strategische belangen noch morele overwegingen verklaren de enorme steun van de Verenigde Staten voor Israël – dat komt door de Israëllobby. Nadat de Amerikaanse hoogleraren John J. Mearsheimer en Stephen M. Walt dit hadden geschreven in hun essay ‘The Israel Lobby’, ontstond er een enorme controverse. De Amerikaanse historicus Tony Judt constateerde bijvoorbeeld dat het in de VS nog steeds ,,onmogelijk (is) een open debat over Israël te voeren.” Vandaag op Opinie een samenvatting van de tekst van Mearsheimer en Walt en enkele reacties. Morgen in het Zaterdags Bijvoegsel onze correspondenten in Washington en Jeruzalem over dit ongekend felle debat.

De afgelopen decennia, en met name sinds de Zesdaagse Oorlog in 1967, heeft het Amerikaanse Midden-Oostenbeleid gedraaid om de relatie met Israel. De combinatie van onwrikbare steun voor Israel en de daarmee samenhangende pogingen om ‘democratie’ in de regio te verspreiden heeft de Arabische en islamitische publieke opinie in vuur en vlam gezet en niet alleen de veiligheid van de Verenigde Staten zelf, maar ook die van een groot deel van de rest van de wereld in gevaar gebracht. Deze toestand kent zijn gelijke niet in de Amerikaanse politieke geschiedenis. Waarom zijn de VS bereid geweest hun eigen veiligheid en die van veel van hun bondgenoten op het spel te zetten, teneinde de belangen van een andere staat te bevorderen? Je mag veronderstellen dat de band tussen de twee landen gebaseerd is op gezamenlijke strategische belangen of morele imperatieven, maar geen van beide motivaties kan het opmerkelijke niveau van de materiële en diplomatieke steun verklaren die de VS bieden.

Integendeel: de drijvende kracht achter het Amerikaanse beleid in de regio wordt grotendeels gevormd door binnenlands-politieke factoren, met name de activiteiten van ‘de Israëllobby’. Ook andere specifieke belangengroepen zijn erin geslaagd het buitenlands beleid te beïnvloeden, maar geen enkele lobby heeft dat beleid zó ver kunnen afbuigen van wat het nationale belang zou influisteren, en tegelijkertijd de Amerikanen ervan weten te overtuigen dat de belangen van de VS en die van het andere land – in dit geval Israël – in wezen identiek zijn.

Sinds de Oktoberoorlog van 1973 heeft Washington Israël gesteund op een manier, in vergelijking waarmee de steun aan andere staten in het niet valt. [...] Israël ontvangt ieder jaar ongeveer 3 miljard dollar aan directe hulp, ruwweg één-vijfde van het budget aan buitenlandse hulp. Jaarlijks betekent dat een hulpbedrag van 500 dollar voor iedere Israëliërs. Deze vrijgevigheid is zo treffend omdat Israël nu een rijke industriestaat is met een inkomen per hoofd van de bevolking dat ruwweg overeenkomt met dat van Zuid-Korea of Spanje. [...]

Deze buitengewone gulheid zou nog te begrijpen zijn als Israël een cruciaal strategisch belang zou vertegenwoordigen, of als er een dwingend morele reden zou zijn voor de Amerikaanse steun. Maar geen van beide verklaringen is overtuigend.

Je zou kunnen beweren dat Israël tijdens de Koude Oorlog een nuttige functie vervulde. Door na 1967 als gevolmachtigde van de VS op te treden, hielp het land de Sovjet-expansie in de regio in te dammen en bracht het vernederende nederlagen toe aan Sovjet-cliënten als Egypte en Syrië. [...]

Vanaf begin jaren negentig, en nóg meer na 9/11, werd de Amerikaanse steun gerechtvaardigd door de bewering dat beide staten worden bedreigd door terreurgroepen uit de Arabische en islamitische wereld, en door ‘schurkenstaten’ die deze groepen steunen en proberen massavernietigingswapens in handen te krijgen. [...] Israël wordt gezien als een essentiële bondgenoot in de Oorlog tegen de Terreur, omdat zijn vijanden ook die van de Verenigde Staten zijn. In feite is Israël juist een blok aan het been in de Oorlog tegen de Terreur en de bredere inspanningen om af te rekenen met de schurkenstaten. [...] De stelling dat Israël en de VS worden verenigd door een gezamenlijke terreurdreiging keert het oorzakelijk verband om. De VS hebben vooral een terreurprobleem omdat ze zo nauw met Israël samenwerken, en niet andersom.[...]

Israëls strategische waarde is niet de enige kwestie. De pleitbezorgers van Israël betogen eveneens dat het land onvoorwaardelijke steun verdient, omdat het zwak is en door vijanden wordt omringd; omdat het een democratie is; omdat het joodse volk in het verleden zwaar heeft geleden en daarom een speciale behandeling verdient; en omdat Israëls gedrag moreel superieur is geweest aan dat van zijn vijanden. Bij nadere beschouwing overtuigt geen van deze argumenten. Er valt veel voor te zeggen om Israëls bestaansrecht te ondersteunen, maar dat verkeert niet in gevaar. Objectief gezien vormt Israels gedrag in verleden en heden geen morele basis om het land voor te trekken boven de Palestijnen. [...]

Een derde rechtvaardiging is de geschiedenis van het joodse lijden in het christelijke Westen, met name tijdens de Holocaust. Omdat joden eeuwenlang zijn vervolgd en zich alleen veilig voelden in een joods thuisland, geloven veel mensen nu dat Israël een speciale behandeling van de VS verdient. De stichting van de staat was ongetwijfeld een geëigend antwoord op de lange reeks misdaden tegen de joden, maar bracht ook een serie nieuwe misdaden met zich mee tegen een grotendeels onschuldige derde partij: de Palestijnen. [...]

Dus als zowel strategische als morele verklaringen tekortschieten ter rechtvaardiging van de Amerikaanse steun aan Israël, hoe kunnen we die steun dan duiden?

De werkelijke verklaring is gelegen in de ongeëvenaarde macht van de Israëllobby. We zullen de term ‘lobby’ gebruiken ter aanduiding van de losse coalitie van individuen en organisaties die zich actief inzetten om het Amerikaanse buitenlandse beleid in een pro-Israëlische richting te sturen. Daarmee willen we niet suggereren dat de lobby een verenigde beweging zou zijn met een centraal leiderschap, of dat de individuen die er lid van zijn het altijd overal over eens zijn. Niet alle joodse Amerikanen maken deel uit van de lobby, omdat Israël voor velen van hen geen urgente kwestie is. [...]

Joodse Amerikanen verschillen ook van mening over specifieke Israëlische beleidsonderdelen. Veel sleutelorganisaties in de lobby, zoals het American-Israel Public Affairs Committee (AIPAC) en de Conference of Presidents of Major Jewish Organisations, staan onder leiding van hardliners die over het algemeen de expansionistische politiek van de Likud Partij steunen, inclusief de vijandigheid jegens het vredesproces van Oslo. Het grootste deel van de Amerikaanse joden is daarentegen eerder geneigd tot concessies aan de Palestijnen, en een paar groepen – zoals de Jewish Voice for Peace – bepleiten zulke stappen krachtig. Ondanks deze verschillen zijn zowel gematigden als hardliners vóór onwrikbare steun aan Israël. [...]

Er is niets onoorbaars aan de pogingen van Amerikaanse joden en hun christelijke bondgenoten om het Amerikaanse beleid te beïnvloeden: de activiteiten van de lobby zijn geen samenzwering van het soort dat wordt beschreven in teksten als de Protocols of the Elders of Zion. Voor het grootste gedeelte doen de individuen en de roepen die er deel van uitmaken slechts wat andere belangengroepen ook doen, zij het veel en veel beter. [...]

De lobby hanteert grofweg twee strategieën. In de eerste plaats geniet zij aanzienlijke invloed in Washington en zet zij zowel het Congres als de uitvoerende macht onder druk. Wat de ideeën van een individuele beleidsmaker ook mogen zijn, de lobby probeert het steunen van Israël als een ‘slimme’ keuze te presenteren. In de tweede plaats probeert zij ervoor te zorgen dat Israël in de publieke opinie in positieve zin naar voren komt, door mythen over de stichting van de staat te herhalen en de gezichtspunten van Israël in beleidsdiscussies te benadrukken. Het doel is te voorkomen dat kritische stemmen een eerlijk onthaal ten deel valt in de politieke arena. Het beheersen van de publieke discussie is van cruciaal belang voor het garanderen van de Amerikaanse steun, omdat een onbevooroordeeld debat over de Amerikaans-Israëlische betrekkingen wel eens tot een andere beleidsvoorkeur zou kunnen leiden. [...]

Gezien de toewijding van de neo-conservatieven aan Israël, hun obsessie met Irak en hun invloed in de regering-Bush is het niet verrassend dat veel Amerikanen vermoedden dat de oorlog was bedoeld om de Israëlische belangen te bevorderen. Vorig jaar maart erkende Barry Jacobs van het American Jewish Committee dat het geloof dat Israël en de neoconservatieven hadden samengezworen om de VS betrokken te laten raken in een oorlog in Irak ‘alomtegenwoordig’ was in de inlichtingengemeenschap. Toch wilden weinig mensen dat in het openbaar zeggen, en degenen die dat wel deden – waaronder Senator Ernest Hollings en Afgevaardigde James Moran – werden op hun vingers getikt. Michael Kinsley schreef eind 2002 dat „het gebrek aan publieke discussie over de rol van Israel ... een buitengewoon potsierlijke indruk maakt.” De reden voor de aarzeling om erover te beginnen, zo merkte hij op, was de angst om voor antisemiet uitgemaakt te worden. Er is weinig twijfel dat Israël en de lobby sleutelfactoren waren in de beslissing om ten strijde te trekken. Het was een besluit dat de VS zonder hun inspanningen waarschijnlijk veel minder snel zouden hebben genomen. En de oorlog zelf was slechts als eerste stap bedoeld. Een kop op de voorpagina van de Wall Street Journal, kort na het begin van de oorlog, somt het allemaal al op: „De droom van een president: niet alleen een regime veranderen, maar een hele regio; een pro-Amerikaanse, democratische regio is een doel met Israëlische en neoconservatieve wortels.” [...]

Kan de macht van de lobby aan banden worden gelegd? [...] AIPAC en zijn bondgenoten ontmoeten geen serieuze tegenstand bij hun lobbywerk. Zij weten dat het tegenwoordig moeilijker is geworden om Israëls zaak te bepleiten, en zij reageren door personeel aan te nemen en hun activiteiten uit te breiden. [...] De invloed van de lobby veroorzaakt problemen op diverse fronten. Zij vergroot het terreurgevaar voor alle staten – inclusief de Europese bondgenoten van de VS. Zij heeft het onmogelijk gemaakt het Israëlisch-Palestijnse conflict te beëindigen, een toestand die extremisten een krachtig recruteringsinstrument in handen geeft, de hoeveelheid potentiële terroristen en sympathisanten vergroot en bijdraagt aan het islamitische radicalisme in Europa en Azië.

Even verontrustend is het gegeven dat de campagne van de lobby voor regimewisseling in Iran en Syrië ertoe zou kunnen leiden dat de VS deze twee landen aanvallen, met mogelijk desastreuze gevolgen. We hebben geen behoefte aan een tweede Irak. [...]

Er is hier eveneens sprake van een morele dimensie. Dankzij de lobby hebben de VS de Israëlische expansie in de bezette gebieden de facto mogelijk gemaakt, waardoor zij medeplichtig zijn geworden aan de misdaden tegen de Palestijnen. Deze toestand ondermijnt de pogingen van Washington om de democratie in het buitenland te bevorderen en zorgt ervoor dat het een hypocriete indruk maakt als het andere staten onder druk zet om de mensenrechten te eerbiedigen. [...]

Bovendien is de campagne van de lobby om de discussie over Israël de kop in te drukken schadelijk voor de democratie. Het tot zwijgen brengen van skeptici door zwarte lijsten en boycots te organiseren – of door te suggereren dat de critici antisemieten zijn – is in strijd met het beginsel van het open debat, waarop de democratie is gebaseerd. Het onvermogen van het Congres om een echt debat over deze belangrijke kwesties te voeren, verlamt het hele proces van democratische beraadslaging. De pleitbezorgers van Israël moeten de vrijheid hebben hun zaak naar voren te brengen en degenen die het niet met hen eens zijn, uit te dagen, maar pogingen om het debat door middel van intimidatie te smoren moeten ronduit worden veroordeeld. De invloed van de lobby is tenslotte ook slecht geweest voor Israël. Het vermogen om Washington ertoe over te halen een expansionistische agenda te ondersteunen, heeft Israël ontmoedigd kansen te grijpen, zoals een vredesverdrag met Syrië en een onmiddellijke en volledige tenuitvoerlegging van de Oslo-akkoorden – hetgeen Israëlische levens zou hebben gered en de aantallen Palestijnse extremisten zou hebben verminderd.

John J. Mearsheimer is bijzonder hoogleraar Politieke Wetenschappen aan de Universiteit van Chicago. Stephen M. Walt is hoogleraar Internationale Betrekkingen aan Harvard University’s John F. Kennedy School of Government.

www.nrc.nl/weblog/wereld: links naar volledige tekst, reacties in het debat en repliek van de auteurs

Morgen in het Zaterdags Bijvoegsel: De Israëllobby is een taboe.

    • Stephen M. Walt
    • John J. Mearsheimer