De Brown Beheksing

Volgens de makers van ‘The Da Vinci Code’ is hun film entertainment, geen theologie. Maar met zijn uitleg van de Bijbel creëert Dan Brown zijn eigen sekte: het genootschap der Decodisten.

Sommige complotten zijn zo eenvoudig te doorzien, dat het bijna beledigend is ze te onthullen. Vergeef me.

De rooms-katholieke kerk is de rots waarop Jezus Christus nu al bijna twee millennia na zijn dood steunt. Dacht u werkelijk dat die niet tegen een stootje kon? Dacht u echt dat een gemeenschap met zo’n 1,2 miljard leden bang was voor een boek dat in totaal maar 40 miljoen lezers heeft weten te bereiken? Of voor een film die deze week wereldwijd in niet meer dan 20.000 bioscoopzalen te zien is? Kunt u één goede reden verzinnen waarom de kerk de film The Da Vinci Code zou willen verbieden? En gelooft u echt dat, áls de kerk vertoning van die film al had willen verhinderen, kardinaal Francis Arinze, vorig jaar nog een serieuze kandidaat voor de opvolging van paus Johannes Paulus II, geen probater middel had kunnen bedenken dan een interview?

Toen keizer Hendrik IV op eigen houtje bisschoppen ging benoemen, toen Galileo Galilei publiekelijk begon te beweren dat de aarde rond de zon draait, of toen Maarten Luther de hervorming inluidde, ja tóen was de kerk in gevaar. Gaven de respectievelijke pausen van die dagen interviews om het gevaar te keren? Natuurlijk niet, ze dwongen die mannen eenvoudigweg voor hen te verschijnen op straffe van excommunicatie. Hendrik knielde in de sneeuw voor het pauselijk paleis en schreeuwde zijn spijt uit. Galilei gaf toe dat hij zich had vergist en dat de aarde inderdaad het onbeweeglijke middelpunt van het heelal was. Luther kon alleen ontkomen met hulp van machtige vorsten. Al hun opvattingen heeft de kerk letterlijk te vuur en te zwaard bestreden.

Hebt u schrijver Dan Brown of regisseur Ron Howard al met as op het hoofd en knielend op rauwe erwten bij de paus gezien? „Hier staan we, we kunnen niet anders?”

Nou dan.

De hele ophef is een opzetje. Ik wil er niet al te veel over vertellen, maar er zijn machtige organisaties bij betrokken. Weet dit: als niet meer dan 40 miljoen mensen naar deze film gaan kijken, is-ie geflopt. En waarom zou Opus Dei niet meeprofiteren van de recente hausse in de geloofsbranche? Meer zeg ik niet.

Woensdagavond ging de verfilming van Dan Browns mega-seller in première op het festival van Cannes. De hal van het paleis is volgehangen met afbeeldingen van de Mona Lisa. Op het strand is een zwarte piramide opgetrokken, verwijzend naar een van de sleutellocaties in de film. The Da Vinci Code moet en zal de film van het jaar worden.

’s Middags voor de première gaven regisseur Howard en zijn hoofdrolspelers een persconferentie. Nadat Tom Hanks de verrassende vraag „Waarom houdt u van IJsland?” professioneel had beantwoord („Het is er heerlijk kamperen”), kwam een Griekse journalist tot de kern van de zaak: „Gelooft u dat Jezus getrouwd was?” Hanks: „Ik was er niet bij.” Howard: „Ik wil mensen niet in de war brengen met mijn eigen mening.” En Sir Ian McKellen die de Britse edelman Leigh Teabing speelt, zei: „Het betekent in elk geval dat Jezus niet homoseksueel was.”

De mantra van alle mensen die daar voor de film achter de tafel zaten was: het is maar entertainment, geen theologie. „Het is summer enjoyment”, zei Howard. „Er zitten mooie locaties in.” En McKellen liet zich bijna per ongeluk ontvallen dat er toch ook niemand had geprotesteerd toen het boek uitkwam, waarom dan nu ineens wel bij de film? Omdat deze film wel wat ophef kan gebruiken bijvoorbeeld.

De kerk is al duizenden jaren vertrouwd met geheime codes en genootschappen. De schijnbare tegenstelling van simpele zinnen en diepe betekenis heeft van de Bijbel het wijdst verspreide boek ooit gemaakt (vorig jaar nog was de nieuwe vertaling het bestverkochte boek in Nederland). Maar in die discrepantie tussen tekst en betekenis schuilt ook een gevaar voor het geloof. De bijbeltekst is subversief als elke vorm van goede kunst; het gaat niet om wat geschreven staat, maar om wat gelezen wordt.

Daarom goochelt elk kerkgenootschap altijd met uitleg en exegese. Zo houden zij hun gelovigen op het rechte pad. In de wirwar van de Heilige Schrift kan de leek de weg gemakkelijk kwijtraken. Met enkele strategische aanwijzingen krijgt de gelovige het gevoel dat-ie zelfstandig precies het mysterie oplost dat de kerk ontsluierd wil hebben en niets meer. Daarbuiten is het speelterrein voor sektariërs, die hun volgelingen weer precies daarheen leiden waar zíj ze willen hebben.

De Schrift is kneedbaar als klei en verhardt pas door de uitleg van profeten, rabbijnen en dominees. Dan Brown is een uitlegger par excellence. Hij maakt niet alleen de Bijbel, maar ook de kunsthistorische verbeelding ervan ondergeschikt aan zijn eigen uitleg. Dat is niet het werk van een kunstenaar, dat is het werk van een sektariër. Na de Tempeliers en de vrijmetselaars krijgen we nu het genootschap der Decodisten. De rechter die zich moest uitspreken over de vraag of Brown plagiaat had gepleegd, raakte meteen in de ban en verstopte in zijn vonnis een codetje van eigen hand. Brown werd vrijgesproken door een noviet.

In het puzzel/reisboek dat The Da Vinci Code is, verbindt Dan Brown louter bekende plaatsen, gebouwen en voorwerpen aan eeuwenoude geruchten. Hij verstopt aanwijzingen in anagrammen en rijmpjes. Dat doet hij zo eenvoudig dat iedere geoefende puzzelaar het doorheeft, nét voor de hoofdpersonen het doorhebben. Dat geeft ons een plezierig gevoel van superioriteit. Kijk eens aan, weet die professor in de symbolenleer nou nóg niet dat die rozige bol met zaadjes die bij Isaac Newton hoort, een appel moet zijn? Ja hoor, hèhè, nu heeft de professor het ook door, ík wist het allang.

Een typerende passage in het boek is het moment waarop Graal-deskundige Leigh Teabing demonstreert welke codes verborgen zitten in Da Vinci’s fresco Het laatste avondmaal. Zoals de personages zijn gerangschikt, de kleuren van hun kleren, de gebaren die ze dragen, alles is geladen met een enkelvoudige betekenis die tot een eenduidige uitkomst leidt. In de film worden de figuren op het fresco digitaal naar believen verduisterd, verlicht en verplaatst. Hier is de goochelaar heel druk met balletje-balletje in de weer.

In The Da Vinci Code kom je werkelijk niets tegen dat je niet al kende, om de simpele reden dat de truc dan niet meer zou werken. Als je een puzzel moet oplossen en je weet niet wat het eindresultaat betekent, is de lol er gauw af. De oplossing van de puzzel van The Da Vinci Code moet even onmiskenbaar goed zijn als een compleet ingevulde sudoku.

Dat is het grote verschil met die andere mystieke bestseller, uit de jaren tachtig, Umberto Eco’s De slinger van Foucault. Dit boek ging net als The Da Vinci Code over geheime genootschappen die een eeuwenoud geheim bewaarden en andere geheime genootschappen die erop joegen. Tempeliers, rozenkruisers, Opus Dei, katholieken, kathedralen, Newton – alles wat Dan Brown gebruikt, gebruikte Eco ook, en veel meer. De slinger van Foucault werd destijds wel de minst gelezen bestseller genoemd, doordat lezers al snel het spoor bijster raakten in Eco’s over elkaar buitelende verwijzingen en het boek teleurgesteld weglegden.

Umberto Eco kan niet alleen veel beter schrijven dan Dan Brown, hij toont ook weldadige zelfspot in zijn boek. Hij staat als schrijver boven alle gepuzzel en ziet ons als mieren door zijn labyrint lopen, terwijl wij werkelijk de weg kwijt zijn. Dit is een citaat dat Eco’s superieure houding typeert:

„Heren” zei hij, „ik nodig u uit dat hokje op te gaan meten. U zult dan zien dat de lengte van de plank 149 centimeter is, dat wil zeggen een honderdmiljardste van de afstand tussen de Aarde en de Zon. De hoogte achter gedeeld door de raambreedte komt op 176/56=3,14. De hoogte voor is negentien decimeter, dat wil zeggen gelijk aan het aantal jaren van de Griekse maancyclus. De som van de hoogten van de twee voor- en de twee achterribben is 190x2 + 176x2 = 732, oftewel de datum van de slag bij Poitiers. De dikte van de toonbank is 3, 10 centimeter en de breedte van de raamlijst is 8,8 centimeter. Als je de hele getallen vervangt door de corresponderende letters uit het alfabet, krijg je C10H8, de formule voor naftaleen.”

„Fantastisch”, zei ik. ”Heeft u het nagemeten?”

„Nee”, zei Agliè. „Een zekere Jean-Pierre Adam heeft het met een ander hokje gedaan. Ik neem aan dat alle loterijhokjes zo’n beetje dezelfde afmetingen hebben. Met getallen kun je doen wat je wilt.”

Voor de Bijbel geldt hetzelfde. Overigens gelden voor kabbalisten de boeken met de joodse Wet als niet meer dan een verzameling gecodeerde getallen waarachter de Waarheid schuilgaat.

Een passage als die van Eco zou Dan Brown nooit kunnen schrijven. Daarmee zou hij zijn goocheltruc verraden en meer dan die truc zit er niet in. The Da Vinci Code is op dezelfde manier kunstig als de etsen van Esscher. Eerst raak je overbluft door de raadselachtige perspectieven, bij de tweede keer kijken zie je het, denk je ‘knap’ en dan hoef je het ook nooit meer te zien om precies te weten wat het was. Er valt niet meer in te zien dan wat er staat. Het lijkt wel stof tot nadenken, maar je kunt in feite niet langs andere lijnen denken dan die de auteur heeft uitgezet. Anders kom je nooit bij zijn eindpunt uit.

Cultuur bestaat bij de gratie van het wankele evenwicht tussen datgene wat iedereen kent en datgene wat alles eens flink op zijn kop zet. Meestal heeft het element van herkenbaarheid meer invloed op de verkoop van een boek, een film of een kunstwerk. Dus loont het op de korte termijn meestal meer om het publiek niet al te zeer te verrassen.

Toen Dan Browns boek uitkwam in 2003 is het boek niet eens in deze krant gerecenseerd. De Nederlandse vertaling van zijn eerdere boek, Het Bernini-Mysterie, werd pas besproken toen The Da Vinci Code in de Verenigde Staten een enorm succes bleek. Nu hebben 40 miljoen mensen het boek gekocht en is er een film die de bioscopen bestormt. En ja, nú staat The Da Vinci Code op alle voorpagina’s. Als niemand het boek had gelezen, was er nooit een film van gemaakt, was-ie nooit besproken en had u er misschien nooit van gehoord. En toch was het hetzelfde boek geweest. Het gaat niet om wat geschreven staat, maar om wat gelezen wordt.

Op deze plaats vorige week stond een stuk over Gilbert en George, twee Britse kunstenaars die hun zoveelste tentoonstelling hadden. Ze zijn twee van de bekendste kunstenaars ter wereld en ze hebben zichzelf en soms hun uitwerpselen de afgelopen twintig, dertig jaar pontificaal op doeken of glas-in-lood gezet.

Waarom stonden deze overbekende mannen op de voorpagina van het Cultureel Supplement? Omdat ze een tentoonstelling in Maastricht hadden? Het hielp vast dat hun kunst bol stond van de mystieke, half en half religieuze symbolen. De illustratie bij het artikel was een groot werk van dertig panelen dat Heterodoxy heette, afwijking van het geloof. Er stonden drie pontificale kruisen op waaraan wezens hingen met kleurige lendendoeken. Heidense symbolen – duivelse symbolen, zou inspecteur Bezu Fache uit The Da Vinci Code zeggen – werden hier brutaal gemengd met christelijke iconografie. Het is net vreemd genoeg om kunst te zijn en net herkenbaar genoeg om gerust te stellen.

Om publiek lekker te maken noemden ze hun tentoonstelling Sonofagod Pictures, met de ondertitel Was Jesus heterosexual? Natuurlijk heeft iemand daarop de bisschop van Roermond gebeld om te vragen wat die daarvan vond. In verhouding tot de reacties op The Da Vinci Code stelt het niet veel voor, maar het was toch aardig voor de publiciteit. Gilbert en George speelden in het krantenartikel de vermoorde onschuld. „Als we afbeeldingen met appels hadden gemaakt (zou) de minister van Landbouw dan roepen: hé, wat doen jullie met mijn appels?”

Dacht u dat het toeval was dat Gilbert en George juist een appel noemden, dat symbool van de ultieme menselijke zonde, nieuwsgierigheid? Alle toeval kun je de wereld uit praten in redeneringen die sluiten als syllogismen. Het enige wat ik niet snap: hoe wisten zij vorige week al wat Sir Ian McKellen op die persconferentie van woensdag over de seksuele geaardheid van Jezus zou zeggen?

Alles wijst op een complot.

    • Bas Blokker