Chinese gentherapie

Kankerpatiënten kunnen naar China voor door de staat goedgekeurde gentherapie. Maar werkt het? En is het veilig?

Een geneesmiddel op basis van gentherapie bestaat sinds twee jaar - in China. Het is Gendicine, van biotechfirma SiBiono (www.sibiono.com). Gendicine is een genetisch veranderd virus. De genen waarmee het virus zichzelf kan vermeerderen zijn eruit gehaald; en het kanker onderdrukkende gen p53 is erin gezet. Een intact p53-gen zorgt ervoor dat cellen met genetische fouten - zoals kankercellen - tot geprogrammeerde celdood besluiten. In meer dan de helft van de kankercellen werkt dat p53-gen niet. De virussen in Gendicine infecteren de kankercellen en leveren er een werkend p53 af, zodat de kankercel alsnog zelfmoord kan plegen.

Westerse artsen zijn daar niet enthousiast over. Ze stellen dat over de helende werking van Gendicine weinig bekend is en dat het alleen laat zien hoe gemakkelijk het is om in China met gentherapie op de markt te komen.

Is dat de kift?

In het westen stagneert de ontwikkeling van gentherapie na ernstige bijwerkingen. Er is één proefpersoon overleden en drie kinderen kregen leukemie na experimentele gentherapie. De situatie is nu zo onzeker dat een gentherapeuticum dat voor veel kankerpatiënten geschikt zou zijn, eerst bij duizenden patiënten zal moeten worden onderzocht.

Gendicine is in China bij 120 mensen uitgeprobeerd en toen goedgekeurd. Bijwerkingen waren geen probleem, schreef Zhaohui Peng, de baas van SiBiono, in het enige in het westen gepubliceerde wetenschappelijke artikel over Gendicine, een bespreking in Human Gene Therapy van september 2005. Onderzoeksverslagen verschenen alleen in Chinese vakbladen. Gendicine is in China geregistreerd voor mensen met plaveiselcel-carcinoom in het hoofd- en halsgebied. Van de proefpersonen zouden er na drie jaar 15 procent méér in leven zijn dan in een groep patiënten die alleen de traditionele bestralingen kreeg. Peng schrijft dat de werking bij een serie andere kankers inmiddels is aangetoond. Om die reden trekken al westerse kankerpatiënten naar China.

In Nederland baart dat de COGEM, de organisatie die de vergunningen voor de aanmaak van genetisch gemanipuleerde organismen verleent, zorgen. Dat schreef de COGEM deze maand aan staatssecretaris Van Geel (milieu). In China behandelde patiënten komen terug naar Nederland. Wellicht kunnen hun therapievirussen terugmuteren naar virussen die zich weer wél in de gastheer kunnen vermeerderen. De COGEM wijst erop dat eind 2005 een tweede gentherapie in China is toegelaten, op basis van een virus dat zich nog wel in zijn gastheercel kan vermenigvuldigen.

Wim Köhler beschrijft in deze rubriek de werking en risico's van een medicijn.

    • Wim Köhler