Brechtje leest ondeugend

De Nijmeegse Brechtje Boerma (11) is buiten adem van opwinding, als zij hoort dat zij de Nationale Voorleeswedstrijd 2006 heeft gewonnen. „Ik vind het geweldig”, zegt ze, „maar ik vraag me af hoe dat kan; alle kinderen lazen zo goed voor”.

Brechtje Boerma leest voor en wint de Voorleeswedstrijd foto Gerlinde de Geus Geus, Gerlinde de

Tijdens de voorleeswedstrijd, afgelopen woensdag, las Brechtje het hoofdstuk Het verhaal van Meester Jaap en de Potloodventer voor, uit het boek Meester Jaap . Dat is geschreven door Jacques Vriens. „Het verhaal gaat over een potloodventer die steeds zijn jas open doet in het park, als er kinderen voorbij komen. Dan staat hij in zijn blootje.” Meester Jaap vindt dat het wel welletjes is en besluit met alle kinderen uit zijn klas deze potloodventer maar eens op te zoeken. „Als de potloodventer zijn jas open doet, roepen alle kinderen óóóóh en dan schrikt hij.”

Brechtje vindt de boeken van Jacques Vriens fijn om te lezen omdat „het soms net lijkt of je er zelf bij bent. Het gaat om dingen die je zelf kunt meemaken.” Dat Brechtje zich goed had ingeleefd in het verhaal bleef bij de jury niet onopgemerkt. Het juryrapport luidde: „De manier waarop Brechtje dialogen voorleest is geweldig, een beetje ondeugend, maar toch subtiel en met een perfecte mimiek.” De ondeugd zat niet alleen in de wijze van voorlezen, maar zeker ook in de keuze van het verhaal. „De beste zin van Potloodventer is

de eindzin”, vindt Brechtje.

„Daar zegt Benjamin, als de potloodventer opgepakt is door de politie: ‘Maar nu zien we hem niet meer. Jammer.’ Dat is leuke humor...”

Het opvallende is dat Brechtje voor de wedstrijd niet zoveel ‘had’ met lezen, laat staan met voorlezen. „Mijn broertje en mijn vader lezen ook niet goed. Heel af en toe leest mijn vader Jan Terlouw voor. Vanaf een bepaalde leeftijd wordt er gewoon minder voorgelezen. Zelfs op school.” Waarom dat is weet Brechtje niet maar zij vindt dat dat best mag veranderen.

Brechtje heeft voor de wedstrijd anderhalve week lang geoefend. „Elke dag las ik Potloodventer voor aan mijn vader en moeder. Als ze kritiek hadden, las ik het nog een tweede keer. Voorlezen is leuk, maar je moet het ook weer niet té vaak doen.”

Dit jaar deden 72.000 basisscholieren mee aan de Nationale Voorleeswedstrijd, een initiatief van Stichting Lezen in samenwerking met Stichting CPNB.

    • Jitka Buschman