Bessenplukker met schrijfkramp

Steven G. Kellman: Redemption. The Life of Henry Roth. Norton, € 26,-

Een van de meest intrigerende gevallen van writer’s block in de literatuur is dat van Henry Roth. De auteur van Call It Sleep publiceerde na dit bejubelde maar commercieel niet succesvolle debuut bijna een mensenleven lang niets meer. Call It Sleep (1934), het prototype van de immigrantenliteratuur en het begin van de joods-Amerikaanse literatuur, moest dertig jaar wachten op een herdruk in 1964 om een groot lezerspubliek te vinden en daarna nog eens dertig jaar op een opvolger.

De roman vertelt het – op Roths eigen leven gebaseerde – verhaal van een jonge joodse immigrant uit Galicië in New York aan het begin van de 20ste eeuw. Doodsbang voor zijn vader, een mislukkeling met een lange lijst van ontslagen wegens ruziezoekerij op zijn naam, en verwend door een moeder die nauwelijks Engels spreekt en die geestelijk en emotioneel nooit helemaal in Amerika is gearriveerd, groeit de protagonist, David Schearl, op in de Lower East Side, een arme, overwegend joodse wijk. In een stijl die de sterke invloed van James Joyce verraadt, vertelt Roth vanuit het perspectief van de jonge David het verhaal van een disfunctioneel gezin dat probeert te overleven in een vreemde en beangstigende nieuwe wereld. School, de kinderen op straat, het cheider (naschoolse joodse les), maar vooral de kelder in het gebouw waar het gezin Schearl woont, alles jaagt de hypergevoelige David angst aan.

Roths biograaf Steven G. Kellman bedt de geschiedenis van het gezin Roth in in die van het Amerikaanse immigratiepiekjaar 1907, toen onder anderen 150.000 Oost-Europese joden arriveerden op Ellis Island bij New York. In tegenstelling tot wat de mythe wil doen geloven, aldus Kellman, die grondig historisch onderzoek heeft verricht voor Redemption, waren joden niet altijd succesvolle immigranten. Zo’n vijf procent keerde gedesillusioneerd terug naar Europa. Maar ook onder de overgrote meerderheid die bleef, waren velen die emotioneel verbonden bleven met de oude wereld en die niet in staat waren om volledig deel te nemen aan de nieuwe.

Call It Sleep is zo sterk autobiografisch, dat het verwondering wekt dat Roth zijn protagonist David Schearl het zusje onthield dat hij zelf wel had. Pas zestig jaar later zou Roth de schaamte en het schuldgevoel hebben overwonnen die hem ertoe hadden gebracht zijn jongere zusje Rose, met wie hij als adolescent een incestueuze relatie had, weg te retoucheren uit zijn autobiografische roman. Roth zelf noemde het ‘een kanker in de ziel’, een weerzinwekkend geheim dat hij het grootste deel van zijn leven met niemand deelde. Kellman schrijft de incest toe aan ‘immigrant insecurity’. Tegelijkertijd wijst hij op Roths ‘onvolwassenheid’, die zou voortkomen uit de relatie met zijn moeder, die hem adoreerde en van wie hij emotioneel afhankelijk was. Slechts terloops vermeldt Kellman dat Roth als tienjarige een mislukte aanranding meemaakte, een verklaring die beter aansluit bij wat bekend is over daders/slachtoffers van incest.

Roths emotionele onvolwassenheid verklaart volgens Kellman ook de relatie die Roth als student kreeg met Eda Lou Walton, die literatuur doceerde aan de New York University. Toen hij met Walton ging samenwonen, betekende dat het einde van de incestueuze relatie met zijn zusje en met een nichtje. Het betekende ook het begin van de langzame afdaling in de waanzin van zijn moeder. Dat Roth de universiteit bereikt had, had hij aan zijn moeder te danken, die hem stimuleerde om door te leren, wat zijn vader overbodig vond. Maar dankzij de felheid waarmee Leah voor haar lieveling opkwam, legde Herman zich erbij neer dat de jongen voorlopig geen geld zou binnenbrengen. Walton, zelf dichteres, was mentor van veel jong literair talent. Zij onderhield Roth, waardoor hij Call It Sleep kon schrijven, maar Roth voelde zich vernederd door zijn economische afhankelijkheid van een vrouw. Roths rancune tegen Walton zou uiteindelijk hun relatie verzieken.

In 1934, terwijl zijn debuutroman persklaar werd gemaakt, werd Roth lid van de Communistische Partij. Zijn afdeling, de John Reed Club, bestond uit idealistische schrijvers en kunstenaars, onder wie veel joden, die blij waren dat het regime van de tsaar in Rusland, met zijn pogroms, ten val was gebracht. Kellman meent dat de partij voor de atheïstische Roth ook een soort synagoge was; de joodse omgeving die hij had achtergelaten toen het gezin van de Lower East Side naar Harlem verhuisde en waarnaar hij altijd nostalgisch bleef verlangen.

Roth wilde zijn literatuur in dienst van de klassenstrijd stellen. De communistische pers had Call It Sleep afgewezen als bourgeois-literatuur, en Roth beschouwde het boek later als een literaire jeugdzonde. Hij begon zich ook uit te geven voor niet-jood en gebruikte in zijn bijdragen aan de communistische pers stereotypen over joden. Hij besloot een proletarische roman te schrijven, die hij echter nooit voltooide. De hoofdpersoon was gebaseerd op een vakbondsleider die voor Roth het summum van mannelijkheid vertegenwoordigde. Toen Roth zich bewust werd van homosekuele gevoelens voor zijn romanheld, meent Kellman, verbrandde hij het manuscript, wat een writer’s block inluidde dat zestig jaar zou duren.

Roth trok zich geheel terug uit de literaire wereld, samen met zijn vrouw Muriel, een getalenteerde pianiste die hij had ontmoet in een kunstenaarskolonie in New Engeland. Hij had een eenden- en ganzenfokkerij, hij was krantenverkoper, bosbessenplukker, slotengraver, leraar Engels en verzorger in een psychiatrisch ziekenhuis. In 1964 slaagden volhardende bewonderaars van Roth erin om Call It Sleep opnieuw uit te geven als paperback. De New York Times Book Review plaatste een juichende bespreking op de voorpagina van het katern. Binnen vijf weken waren er honderdduizenden exemplaren verkocht en was het boek aan een zesde druk toe. Het enorme succes bracht Roth geld en faam, maar hielp niet om zijn writer’s block te doorbreken.

In 1965 reisde Roth naar Spanje om onderzoek te doen naar de marrano’s, joden die gedwongen waren zich te bekeren in de tijd van de Inquisitie. Uit die reis kwam een eerste verzoening met zijn joodse erfgoed voort. Het grote keerpunt komt pas enkele jaren later, na de Zesdaagse Oorlog van 1967. Roth is buiten zichzelf van vreugde na de Israëlische overwinning. Hij laat het communisme los om zijn joodse identiteit opnieuw te omarmen, maar religieus zal hij nooit worden. De verzoening met het jodendom zal Roth uit zijn literaire verlamming verlossen, hoewel het nog tot 1979 zou duren tot Roth begint te schrijven aan wat een vierdelige romancyclus zal worden, Mercy of a Rude Stream.

Kellman heeft uitgebreid onderzoek verricht, zowel literair- als sociaal-historisch. Daardoor wordt Roths levensgeschiedenis ingebed in zowel het verhaal van de grote immigratie in de VS als in de Amerikaanse literaire geschiedenis.

Als het om de persoon zelf gaat, lijkt Kellman zich echter terug te trekken van zijn onderwerp, waardoor Roth tamelijk blanco blijft. Kellman onderschat de rol die het zelfopgelegde juk van literaire dienstbaarheid aan de klassenstrijd speelde bij het ontstaan van het writer’s block. Roth wilde wel, maar kon niet over proletarische helden schrijven. Kellmans voorliefde voor adjectieven en zijn af en toe pompeuze taalgebruik doen weliswaar afbreuk aan het leesplezier, maar dat ongemak wordt meer dan goedgemaakt door de enorme hoeveelheid goed geordende informatie. Hopelijk worden bij een volgende editie de eindeloze, vaak letterlijke herhalingen geschrapt.