Autonomie Stedelijk aangetast

Het sponsorcontract tussen ABN Amro en het Stedelijk verplicht het museum onder meer minstens één blockbuster tentoonstelling per jaar te organiseren, alle andere sponsorcontracten eerst ter goedkeuring aan ABN Amro voor te leggen en kosteloos deskundigen uit te lenen voor de kunstcollectie van de bank. Met de – gedeeltelijke – publicatie van dit contract deze week is duidelijk geworden dat het Stedelijk Museum in Amsterdam lijdt onder een slecht doordachte verzelfstandiging.

Kunst is net als water, elektriciteit, post, goedkope woningen en treinen terecht gekomen in het schemergebied tussen overheid en markt. Weinig politici maken zich druk om de ‘borging van het publieke belang’. Dat is de naam van een messcherp rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2000) over de verzelfstandiging van overheidsinstellingen – zoals het Stedelijk op 1 januari van dit jaar.

Algemeen belang is bijvoorbeeld schoon water voor iedereen of een interessant kunstaanbod. Publiek belang is dat deel van het algemeen belang dat niet vanzelf goed geregeld wordt: schoon water in dunbevolkte gebieden of experimentele kunst die weinig bezoekers trekt. Politici moeten bij elke verzelfstandiging nadenken over dit publieke belang en de verankering ervan.

Hebben de Amsterdamse gemeenteraadsleden dat gedaan bij de verzelfstandiging van het Stedelijk? Hebben zij dat WRR-rapport er op nageslagen? Hebben zij van het Stedelijk Museum een stevig huis gemaakt dat zijn belangrijkste doelen ten allen tijde kan verdedigen. Nee. Het lijkt er meer op dat Amsterdam het museum na een kwart eeuw verwaarlozing gretig heeft overgedragen aan ABN Amro.

Om te beginnen is de informatievoorziening willens en wetens slecht geregeld. Hoewel de gemeente Amsterdam nog altijd de grootste geldschieter is van het museum, heeft de gemeenteraad vorig jaar bewust afgezien van inzage in sponsorcontracten. Het museum is zo een zwarte doos geworden: raad maar wat erin zit. Het is dan ook heel goed dat De Volkskrant deze week het sponsorcontract met ABN Amro heeft afgedrukt – zoals Vrij Nederland eerder deed met oudere contracten.

Dat er naast ABN Amro geen andere financiële partij sponsor mag zijn, is normaal. Dat de bank alle andere sponsorkandidaten kan vetoën is dat niet. Gebruikelijk en veel beter is het model van bijvoorbeeld De Nieuwe Kerk. Bepaal zelf eerst wat sponsors mogen en kunnen krijgen en zoek daar passende kandidaten bij. Het model van het Stedelijk – als je het zo al mag noemen – tast de autonomie van het museum aan.

Is dat erg? Ja. Directeur Gijs van Tuyl zegt in een reactie dat de belangen van bank en museum parallel lopen. De bank wil elk jaar een publiekstrekker en het museum wil dat ook. Maar wat was ook al weer de ambitie van het Stedelijk? Opnieuw uit te groeien tot een spraakmakend museum voor hedendaagse kunst, dat ook internationaal weer aansluiting krijgt. Het is geweldig als de opwindende tentoonstellingen straks veel bezoekers krijgen. Maar dat is wat anders dan het vooraf inzetten op een publiekstrekker.

Je zou de ambitie van het Stedelijk het publieke belang van dit museum kunnen noemen. Hoe en waar is dat eigenlijk verankerd? De conservatoren blijken ook twintig uur per jaar voor de collectie van de bank te moeten werken. Als hun deskundigheid dan toch verzilverd moet worden, waarom dan niet volgens een regeling waarop ook TPG of KPN een beroep kunnen doen?

De raad van toezicht van het museum – nota bene onder leiding van ABN-voorzitter Rijkman Groenink – had het sponsorcontract in deze vorm niet moeten goedkeuren. Het is dan ook ongelukkig dat de hoogste baas van ABN Amro ook de hoogste baas van het museum is. Voor de zuiverheid is het beter als Groenink de raad verlaat. Dan kunnen de toezichthouders een volgend contract onbelast toetsen aan het belang van het museum. Nadat ze alsnog gedaan hebben wat politici hebben nagelaten: het statutair borgen van het publieke belang van het Stedelijk.

    • Karel Berkhout