Alle heil van het leger

Johan Ringelberg: Met de vlag in top. De geschiedenis van het Leger des Heils in Nederland (1886-1946). Buijten en Schipperheijn, 340 blz. € 22,50

Officier van de artillerie was hij, in dienst van koning Willem III. Op jonge leeftijd had hij het al gebracht tot adjudant van een generaal. Zijn vrouw was de enige erfgename van een welgestelde familie. Tot zo ver niets vreemd met het leven van Ferdinand Schoch (1837- 1917), een van de mannen die aan het eind van de 19de eeuw de Nederlandse vestiging van het Leger des Heils oprichtten.

Maar toen leerde hij Wouter Antoine Groenewoud kennen, een gewezen predikant van de Nederlandse Hervormde Kerk, zendeling in Wellington, Zuid- Afrika. Schoch kwam zo onder zijn invloed dat hij hem met vrouw en kinderen achterna reisde en ging wonen in de commune die Groenewoud daar gesticht had.

Groenewoud was een zendeling van de dominante soort. Hij bracht de vrouwen van de communeleden in nachtelijke bidstonden in trance en dwong hen om zich uit te kleden. Tegen de mannen zei hij dat ze seks moesten hebben met andere vrouwen – God wilde dat. En Schoch, de keurige militair met zijn keurige vrouw, deed wat hem gezegd werd. Het dochtertje dat daardoor geboren werd, kreeg de naam ‘zustertje’.

Schoch hield het niet vol bij Groenewoud. Hij deed een zelfmoordpoging, en daarna ging hij terug naar Nederland, met zijn eerste vrouw en de zeven kinderen die hij samen met haar had. In Amsterdam sloot hij zich aan bij de Vrije Evangelische Gemeente. Aan een familielid schreef hij dat hij nu eindelijk ‘hoopte te vinden waar hij tot nu toe tevergeefs naar had gezocht’.

Maar hij vond zijn ware bestemming pas toen er een nieuwe man in zijn leven was gekomen: William Booth, de oprichter van het Leger des Heils in Londen. Toen hij hem had leren kennen, wilde hij meteen met zijn vrouw en kinderen naar Engeland verhuizen en heilssoldaat worden. Maar William Booth vond dat hij beter in Nederland kon blijven en daar de heilsleer kon gaan verkondigen.

Het levensverhaal van Schoch staat beschreven in Met de vlag in top van Johan Ringelberg, zelf officier in het Leger des Heils. Hij promoveerde er in november 2005 op aan de faculteit Theologie en Religiewetenschappen aan de Universiteit van Tilburg.

De kracht van het proefschrift is dat het veel feiten geeft en die feiten in een historische en vooral sociologische context plaatst. Zonder de armoede van het proletariaat in het Europa van na de industriële revolutie was er nooit een Leger des Heils geweest. Dat laat Ringelberg goed zien. En hij schrijft mooi, de feiten komen tot leven en spreken tot de verbeelding.

Jammer is dat hij de feiten niet ook psychologisch interpreteert. Want waarom trok het Leger des Heils mannen als Ferdinand Schoch aan? Wat zegt dat over het Leger? Wat zegt dat over de afkeer die ‘gewone’ gereformeerden en hervormden van het Leger hadden? Maar Ringelberg is niet de aangewezen man om zulke verklaringen te zoeken. Daarvoor is hij te veel een insider.

    • Jannetje Koelewijn