VVD-fractie speelt raar spel

Rond het verloren Nederlanderschap van Ayaan Hirsi Ali ontstond begin deze week al snel een dolkstootlegende. Maar ook de veronderstelde booswicht kreeg op haar beurt een mes tussen de schouderbladen: even lafhartig en ook nu afkomstig van haar eigen partijgenoten. Wat tot op dat moment binnen en buiten de VVD gegolden had als de grootste kracht van Rita Verdonk, werd nu haar zwartste zonde: de wil om iedere asielzoeker met een ijzeren consequentie op dezelfde wijze te behandelen.

Met haar maatregelen tegen Hirsi Ali deed Verdonk weinig anders dan wat zij reeds vele malen eerder had gedaan. Het feit dat daardoor nu een gewaardeerd Kamerlid getroffen werd, mocht daarbij voor haar geen verschil maken. Zij bekende dat dat haar moeite kostte, maar ook in die omstandigheden bleef zij – om die huiveringwekkende platitude maar te gebruiken – ‘recht door zee’.

In dit beleid is zij altijd ten volle gesteund door haar partij, maar daarvan was tijdens het debat niets meer te merken. Als een blad aan een boom was de VVD omgeslagen en eiste van de minister voor één keer precies dezelfde menselijkheid als die waarom haar voorganger Job Cohen door deze partij steevast wordt gehekeld. De gedachte dat Verdonks beleid ook haar kan worden aangerekend, leek haar – nu zij zelf de ongewenste gevolgen daarvan dragen moest – ten enemale vreemd.

Inderdaad verandert de situatie op slag wanneer een hard en vaak onzorgvuldig beleid plotseling een bekende treft. Nood breekt wet wanneer die laatste té dichtbij komt. Maar vooral de VVD, die de volgende ochtend alweer liet weten voor een streng asielbeleid te zijn en te blijven, laadt daarmee de pijnlijke verdenking van voorkeursrecht op zich. Zij was bereid één nachtje te schipperen terwille van een verwant Kamerlid, maar meer ook niet – en in één moeite door de minister die zij tot haar boegbeeld van standvastigheid gemaakt had, te slachtofferen. Voor het partijbestuur had dat verraad, in het kader van een lijsttrekkersdebat, dat Verdonk met haar eigenmachtige kandidaatstelling als iets democratischer had opgevat dan de bedoeling was, ongetwijfeld ook zijn voordelen.

De verbijstering die achterblijft geldt vooral dit opportunisme en de karakterloosheid waarmee de VVD de oorzaken van deze affaire overal en nergens zocht (van het nationale karakter dat niet met ‘dissidentie’ blijkt te kunnen omgaan, tot een tot ‘linkse hetze’ omgedoopte onderzoeksjournalistiek), behalve bij haar eigen politieke keuzen. Dat daaruit Verdonks conclusies over het Nederlanderschap van Hirsi Ali rechtstreeks voortvloeiden vergat zij gemakshalve maar even terwille van een wel zeer particuliere loyaliteit.

Het dieptepunt van deze ontrouw werd bereikt met de mededeling van eurocommissaris Kroes dat zij haar steun aan Verdonk als kandidaat lijsttrekker introk en zelfs haar naam van haar website verwijderd wilde zien. Van voormalig eurocommissaris Bolkestein is, als even vurige Verdonk-fan, tot nu toe nog geen woord vernomen.

Vrijwel alle andere leden van fractie en partij slepen eensgezind de messen voor hun tot voor kort bejubelde minister, in een kennelijke poging ook hier de erfenis van ‘linkse kerk’ (die met broedermoord wel raad wist) tot de hare te maken.

Wat hun eigen medeplichtigheid aan haar beleid betreft, viel alleen de eigen onschuld te vermoorden.

Ger Groot is als filosoof werkzaam aan de faculteit der wijsbegeerte van de Erasmus Universiteit Rotterdam.