Voorlopig geen rivierramp graag

Europese rivieren overstromen steeds vaker.

Een Nederlands-Duits computersysteem om daar iets tegen te doen, vergt nog de nodige verbeteringen.

Door overvloedige regenval stijgt de Rijn bij Düsseldorf naar gevaarlijke hoogten. Een dijkdoorbraak bij Bislich zet het Duitse Wesel en Kleve onder water.

Op diverse beeldschermen breidt de blauwe vlek zich langzaam uit richting het lager gelegen Gelderland. In het zenuwcentrum van de rampbestrijding in de Veluwse legerplaats Oldebroek wordt door betrokken partijen als brandweer, politie en rijkswaterstaat druk overlegd; evacueren of niet? Tegelijkertijd proberen de Duitse rampbestrijders in Wesel en Kleve, die virtueel al met hun voeten in het water staan, er vanachter hun beeldschermen nog het beste van te maken.

Tijdens de Nederlands-Duitse oefening waaraan de voorbije dagen ruim 150 rampbestrijders deelnamen, worden beslissingen over evacuaties genomen op basis van een nieuw Europees informatiesysteem: Fliwas. Als ver stroomopwaarts bij Karlsruhe het waterpeil in de Rijn stijgt, informeert Fliwas direct het Waterschap Rivierenland in Tiel, of de burgemeester van Arnhem. De gevolgen voor het Nederlandse stroomgebied worden berekend en de noodzaak van evacuaties aangegeven.

Duitse en Nederlandse waterbeheerders sturen elkaar boodschappen via een beveiligd systeem. Bovendien koppelt Fliwas alle relevante databases van bijvoorbeeld Rijkswaterstaat met de Regionale Operationele Teams, die bij rampenbestrijding worden ingezet, en de Duitse regionale overheden.

Dat is in ieder geval de bedoeling. Tijdens de evaluatie na afloop blijkt dat er veel mis is gegaan. „Wij hebben er meer last dan plezier van gehad. We kregen het evacuatieonderdeel niet onder de knie, want dat is nog niet erg gebruiksvriendelijk. Volgens mij is er veel geld geïnvesteerd in een ontwerp dat niet meer is dan een veredeld checklistje”, zegt een hoge politiefunctionaris over de evacuatiemodule in Fliwas.

In Oldebroek werd een uitgeklede versie van het systeem getest, waarin ook de evacuatiemodule nog niet volledig werkt. In ‘Fliwas-light’ speelt vooral het communicatiesysteem een belangrijke rol, maar ook hierover klonken kritische geluiden. Zoals van Coen Lubberts van het Waterschap Veluwe. „De communicatie met de Duitsers was lastig. Dat ging vooral nog via de telefoon en niet via Fliwas.”

Adri Janssen van de provincie Gelderland, een van de hoger verantwoordelijken voor het nieuwe systeem, schrikt niet van de scepsis waarmee het ontwerp door sommigen wordt ontvangen. „Vandaag mag er van alles mis gaan. Alle ervaringen nemen we mee. Alleen door veel te oefenen kunnen we de rampenbestrijding in Nederland naar een hoger niveau tillen”, zegt hij.

Desondanks is een groot deel van de aanwezigen wél overtuigd van de mogelijkheden van Fliwas, dat met Europees geld is ontwikkeld door Nederlandse en Duitse regio’s. Na een jaar vertraging wordt het in Nederland en Duitsland begin 2007 ingevoerd. Landen als Ierland, Frankrijk, Engeland, Schotland en Polen zijn als waarnemer bij het project betrokken en willen het systeem op den duur ook gebruiken. In de voorbije jaren is Europa door meer dan honderd overstromingen getroffen, waarbij honderden slachtoffers vielen. Het besef leeft dat maatregelen geboden zijn omdat klimaatveranderingen steeds vaker tot wateroverlast zullen leiden.

Oefenleider Peter Leenders denkt dat het nieuwe systeem, ondanks alle haperingen, daarbij goed kan helpen. „Bij de overstromingen van 1993 en 1995 kreeg ik als operationeel leider in Gelderland Zuid van acht kanten informatie over hoog water, en ook nog allemaal verschillend. Dat zal met Fliwas voorbij zijn.”

De Rijn en de Donau moeten het meeste water afvoeren naar zee. NRC 180506 / RB / Bron: ministerie van Verkeer en Waterstaat

Rectificatie / Gerectificeerd

Bij de kaart van Europa die is afgedrukt bij het artikel Voorlopig geen rivierramp graag (18 mei, pagina 10) is het ministerie van Verkeer & Waterstaat als bron genoemd. De kaart is gemaakt door Mapping Worlds.

    • Wilmer Heck