Te veel doden in de cel

Sinds de dood van de jonge kraker Hans Kok in een Amsterdamse politiecel, 21 jaar geleden, is de zorg voor arrestanten die een of meer nachten moeten overblijven er niet beter op geworden. Volgens onderzoek van de Rijksrecherche, gepubliceerd in het jaarbericht over 2005, is het cijfer voor het aantal doden per jaar in Nederlandse politiecellen van 1983 tot 2004 gelijk gebleven. Het jaarlijkse aantal sterfgevallen lag tussen de vijf en zeven.

Kok had nog veel nabestaanden in zijn familie en in de kraakbeweging die ophef konden maken over zijn dood, maar de meeste mensen die in de politiecel overlijden, zijn verslaafd aan drugs of alcohol of geestelijk gestoord en meestal eenzaam. Deze gevangenen zijn vaak niet geliefd in hun omgeving en om hun dood geeft niemand.

Toch zijn de nabestaanden bij een bekend sterfgeval niet altijd beter af. Ondanks de inspanningen en rechtszaken die door de familie zijn aangespannen, is nog lang niet al het materiaal over de dood van Hans Kok openbaar. Alleen de conclusie van het onderzoek van de rijksrecherche is bekend, dat Kok waarschijnlijk aan een combinatie van verdovende middelen, voorgeschreven librium, een beginnende longontsteking en de kou in de cel is overleden. Onduidelijk is nog steeds waarom geen van de bewakers heeft geconstateerd dat hij er slecht aan toe was en waarom hij pas om half twee in de middag na zijn arrestatie dood in zijn cel werd aangetroffen. Het materiaal daarover moet eindelijk openbaar worden.

Het is welkom dat de rijksrecherche eindelijk 37 dossiers over doden in de politiecel grondig heeft vergeleken en onderzocht, met het oogmerk de verzorging van gevangenen te verbeteren. Die laat te wensen over, terwijl arrestanten wegens verslaving vaak meer zorg behoeven dan de gemiddelde burger en soms zelfmoordplannen hebben. De Rijksrecherche concludeert dat er ’s nachts vaak te weinig bewakers zijn.

Gevangenen overlijden vaak door zelfmoord en door een overdosis die ze zelf voor hun arrestatie hebben ingenomen. Daar kan de politie niet zomaar de schouders over ophalen. Als een gevangene beroerd wordt, kan hij niet met de dokter bellen, maar is hij afhankelijk van zijn bewaker. Helaas worden bewakers vaak ten onrechte geroepen. Het gaat erom vals van echt alarm te onderscheiden.

De rijksrecherche pleit daarom terecht voor professionalisering van de zorg voor gevangenen. Die is beter mogelijk in grotere cellencomplexen waar de vereiste drie bewakers toezicht kunnen uitoefenen op veel gevangenen tegelijk. Nog steeds voldoen cellen niet aan de technische eisen en er worden te weinig ontruimingsoefeningen gehouden. Dat is opmerkelijk, want op Schiphol vielen vorig jaar nog elf doden door een brand in een cellencomplex.

Niet alle sterfgevallen in de politiecel zijn te voorkomen, maar het kan beter. Zeker nu het aantal gevangenen stijgt in Nederland, mag de kwaliteit van het gedwongen verblijf geen sluitpost worden.