Secondenspel in de provincie

Olympia’s Tour is de oudste meerdaagse wielerkoers van Nederland. De 54ste editie wordt gekenmerkt door openstaande bruggen, dichte spoorwegbomen en de vraag: wie klopt eindelijk de machtige Rabo-ploeg?

Maarten Scholten

Op oranje versierde fietsjes, met toeters en vlaggetjes, stellen kinderen van basisscholen Hoekstien, Bernebrêge en it Skriuwboerd zich op bij de start van de vierde etappe van Olympia’s Tour in Surhuisterveen. Op het zonovergoten Torenplein mokken ploegleiders en renners over de rit van een dag eerder, toen de kopgroep werd opgehouden door een openstaande brug en dichte spoorbomen. „Knullig”, zegt Rabo-ploegleider Nico Verhoeven. De organisatie had de koplopers met voorsprong moeten laten vertrekken na die incidenten. Maar de rugnummers waren nog niet opgeschreven...

Olympia’s Ronde is de oudste rittenkoers van Nederland. In 1909 organiseerde de Amsterdamse wielerclub ASC Olympia de eerste editie, gewonnen door de Rotterdammer Chris Kalkman. Op de lange erelijst staan toprenners als Cees Priem, Fedor den Hertog, Roy Schuiten, Leo van Vliet en Servais Knaven. Alle groten in de Nederlandse wielersport begonnen hun carrière in Olympia’s Tour. Vanouds een koers van wind, waaiers en zenuwachtig secondenspel. Een koers oorspronkelijk voor amateurs, tegenwoordig voor de categorie renners net onder de top. De ProTour-ploegen rijden in de Giro d’Italia, langs Adriatische kust of door Toscane. Het peloton in Olympia’s Tour doet het met soms wel vier Nederlandse provincies op één dag.

De afgelopen acht jaar werd de wedstrijd gedomineerd door het rijke opleidingsteam van Rabobank. Joost Posthuma, Thomas Dekker en Stef Clement zijn de laatste drie winnaars, inmiddels alledrie prof. De kleinere ploegen zien het met argusogen aan. „De strijd met Rabo leeft wel”, zegt Jan van Velzen van Cycling Team Jo Piels. „Dit is voor ons de uitgelezen wedstrijd om publiciteit te pakken.” In Olympia’s Tour vechten de andere ploegen om aandacht, om hun bestaansrecht. Van Velzen: „Gisteren wonnen we met Marco Bos de etappe, dan voel je meteen rust in de ploeg komen.”

De organisatie kwam de kleine ploegen dit jaar te hulp. Op het laatst werd besloten de lange tijdrit uit het routeschema te schrappen. Een nadeel voor Rabobank, dat over sterke tijdrijders beschikt. „Ik kan het niet anders zien dan dat de organisatie met deze maatregel Rabo een hak heeft willen zetten”, zei bondscoach Egon van Kessel al bij de start van de proloog, zaterdag in Noordwijkerhout. Volgens de organisatie trok een aantal steden zich terug als etappeplaats. „Kwestie van een paar euro”, zegt Rabo-ploegleider Verhoeven. „Een rittenkoers van negen dagen hoort een tijdrit te hebben, of anders een ploegentijdrit of een grote finale in de Limburgse heuvels. Nu wordt het een secondenspel.” Zijn kopman Kai Reus laat het aan zich voorbij gaan. Het grote Rabotalent, dat in juli overstapt naar de profs, kiest voor de Ronde van België. Met tijdrit en heuvels.

Ook de maatregel om de leeftijdsgrens van 26 jaar te schrappen is in het nadeel van Rabobank. Nu moeten Verhoevens jonkies opboksen tegen ervaren Slovenen, die met Borut Bozic al twee ritten wonnen, en Ubbink Syntec, dat de jonge kopman Niki Terpstra ondersteunt met routiniers als Paul van Schalen, Fulco van Gulik, Peter Schep en Danny Stam. Is Rabo te kloppen? „Ik heb bewezen dat het kan”, zegt Van Velzen lachend. De 29-jarige ex-prof was in 2000 de laatste niet-Rabowinnaar.

In het secondenspel van de huidige editie is er vooralsnog geen hoofdrol voor de Raboploeg. Jonge baanrenners als Niki Terpstra (22) en Wim Stroetinga (21) zijn de blikvangers. „Ik heb er alles op gezet om in mei goed te zijn”, zegt Terpstra, die de vierde etappe start in de leiderstrui. Op het Torenplein in Surhuisterveen droomt hij al van de eindzege. „Ik sta er goed voor, waarom zou dat niet zo blijven?”

De strijd om de eindzege, Olympia’s Tour eindigt zondag in Buchten, is onvoorspelbaar. „Je kunt deze wedstrijd elke minuut verliezen”, geeft Terpstra toe. „Het is constant waaier-rijden, wringen. Nee, geen leuke koers.” Van Velzen is het met hem eens. „Zes jaar geleden vloog ik er blind in. Dat heb ik er nu niet meer voor over. Zit je achterin, gaat het op de kant en het is gedaan met je kansen.”

In de vierde rit staat de kopgroep weer eens stil voor spoorbomen. Na twee doorkomsten in finishplaats Hardenberg wil Terpstra zijn handen in de lucht gooien. Tot hij de bel hoort. Geen zege, hij moet nog een rondje. Stroetinga wint de eindsprint, Terpstra houdt wel zijn leiderstrui. Volop publiek, achter de finish rijden kinderen op cross- en racefietsen in gelikte kleding. Olympia’s Tour: secondenspel in de provincie, soms knullig maar vaker mooi.