Minder Brussel in milieubeleid

De greep van Brussel op het Europese milieubeleid wordt zwakker, signaleert het Milieu- en Natuur Planbureau. Dat heeft gevolgen voor Nederland. Vier vragen en antwoorden.

Het Europese milieubeleid is aan het ‘renationaliseren’, signaleert het Milieu- en Natuur Planbureau (MNP) in de onlangs verschenen Nationale Milieuverkenning voor de periode 2006-2040. Lidstaten mogen en moeten steeds vaker zelf maatregelen nemen om hun land schoon te houden.

Waar blijkt de renationalisatie uit?

Nederlandse bestuurders, onder wie staatssecretaris Van Geel (Milieu, CDA), hebben steeds vaker de neiging om voor een schoner Nederland aan te willen kloppen in Brussel. De onderzoekers vragen zich af of dat effectief is. „Nederland zal niet vanzelfsprekend kunnen rekenen op Europese bronmaatregelen voor de realisatie van nationale milieukwaliteitdoelen”, aldus het onderzoek. Voorbeeld is het verzoek van Van Geel aan Brussel om een roetfilter voor auto’s vervroegd verplicht te stellen. Dat verzoek werd afgewezen.

Bovendien is de aard van de Europese regelgeving aan het veranderen. Er wordt steeds meer vrijheid gelaten aan de lidstaten, vooral als het gaat om ecologische kwaliteit. Wordt er in de oude Nitraatrichtlijn bijvoorbeeld nog gesproken van vijftig milligram nitraat per liter water, in de nieuwe Kaderrichtlijn Water mogen de Europese lidstaten zelf bepalen welke wateren onder welke normen vallen.

Vanwaar deze renationalisatie?

Die is volgens het Milieu- en Natuur Planbureau het gevolg van de uitbreiding van de Unie. Het was al moeilijk om met vijftien landen overeenstemming te bereiken over bijvoorbeeld schone auto’s. Met de uitbreiding is het maken van afspraken alleen maar ingewikkelder geworden. „Landen als Polen hebben veel moeite gedaan om aan Europese normen te voldoen, en vinden het nu wel voldoende”, zegt onderzoeker Jos Notenboom van het Milieu- en Natuur Planbureau.

Heeft de renationalisatie te maken met scepsis van de burgers jegens Europa?

Ja. Behalve de uitbreiding noemen de onderzoekers ook de kritische houding van burgers over Europese samenwerking. Daarnaast speelt de versterkte oriëntatie van de EU op economisch beleid een rol.

Moet Nederland z’n strategie in Brussel nu veranderen?

Nederland wil strenge Europese maatregelen. Maar door de renationalisatie is de kans op „afbreukrisico” bij deze lobby groter, stellen de onderzoekers. Bovendien is Nederland niet altijd even geloofwaardig, omdat Nederland terughoudend is bij het voeren van een eigen milieubeleid.

Het maakt volgens de onderzoekers geen sterke indruk dat Nederlandse ambtenaren in Brussel de ene dag vragen om extra bronmaatregelen zoals voor auto’s, om een dag later niet thuis te geven als er voldaan moet worden aan kwaliteitsnormen, bijvoorbeeld voor schoon water.

Annemarie van Wezel, projectleider Milieuverkenning: „Het eerste wat Nederland deed bij de implementatie van de Kaderrichtlijn Water was er ‘pragmatisch’ mee omgaan, zodat de doelen pas later bereikt zullen worden. Dat is legitiem, maar het zal in Brussel niet worden opgevat als een grote ambitie. Wij denken dat de vraag om een scherp Europees bronbeleid meer kans maakt als je in eigen land ook werk maakt van kwaliteitsbeleid.”

    • Arjen Schreuder