Iraanse hervormers zuur over brief president

De brief van de Iraanse president Ahmadinejad aan zijn collega Bush verraste ook de Iraniërs. Zijn voorbeeld Khomeiny wilde niets weten van contacten met de VS.

Een muurschildering van een vrijheidsbeeld met een doodshoofd, de tekst Down with America en een getekende herinnering aan de door de Verenigde Staten in 1988 neergeschoten Iraanse Airbus. De beschilderde buitenmuren van het gebouw van de voormalige Amerikaanse ambassade in Teheran zijn een permanente tentoonstelling van Iraanse haat jegens de VS.

Wie zich afvraagt of de recente brief van de Iraanse president Ahmadinejad aan zijn Amerikaanse collega Bush gaat leiden tot een warme relatie tussen de twee landen, vindt hier het antwoord van de grondlegger van de islamitische republiek Iran. „De dag dat de Verenigde Staten ons prijzen, is de dag waarop de natie moet rouwen”, staat op een van de muren. Het is slechts een van de vele uitspraken van wijlen ayatollah Khomeiny over aartsvijand Amerika.

Khomeiny maakte de afkeer tegen Amerika tot een haast religieuze stut van de islamitische republiek. „Iran heeft geen relaties met dat land nodig want ze zijn als de omgang tussen een plunderaar en een slachtoffer”, zo vond hij. Het lot van het regime is in de loop der jaren zo nauw verbonden met woede tegen Amerika, dat normale omgangsvormen vrijwel onmogelijk zijn geworden zonder gigantische veranderingen in het Iraanse systeem.

Dat nu juist de voorman van Irans neo-conservatieven een brief heeft geschreven aan de ‘Grote Satan’, is voor veel Iraniërs opmerkelijk. „President Ahmadinejad houdt van stunts, zoveel is nu wel duidelijk”, zegt Naser Hadian, hoogleraar internationale betrekkingen aan de universiteit van Teheran. „Hij probeert te regeren in de stijl van de profeet, die schreef ook brieven aan de wereldleiders van zijn tijd”, legt Hadian uit.

De verrassing over zijn actie, is in Iran in sommige kringen vervangen door irritatie over de religieuze inhoud van de brief. Het schrijven had nog het meest weg van een politieke preek.

„Ahmadinejad moet beseffen dat hij een president is en geen religieuze leider”, zegt Ali-Reza Alavitabar, een van de ideologen van de Iraanse hervormingsbeweging. „De brief refereerde niet aan de huidige problemen en was daardoor zinloos als het doel was tot direct contact met de Amerikanen te leiden.” Voor de Iraanse hervormers zit er een zure bijsmaak aan de actie van de president. Jarenlang probeerden ze zelf de relaties met de VS te normaliseren. De haviken zaten hen daarbij altijd dwars. „Toen Khatami in 2000 naar New York afreisde om de Verenigde Naties toe te spreken zou hij daar Clinton ontmoeten”, vertelt Alavitabar. De Iraanse revolutionaire garde schreef toen een brief waarin werd beloofd dat een ieder die relaties met Amerika wilde aanknopen „eerst over een zee van bloed zou moeten stappen”.

Khatami zag af van een ontmoeting met de toenmalige Amerikaanse president. „Dit is slechts een van de vele mogelijkheden die we hadden”, zegt Alavitabar. „Maar Khatami’s regering was bang voor spanningen binnen de samenleving, haviken bedreigden ons en sommige hervormers wilden niet afwijken van de anti-Amerikaanse lijn van Khomeiny.”

Volgens professor Davoud Hermidas Bavand is het zelfmoord voor het Iraanse regime om nu verdere relaties aan te gaan. „Het zou fantastisch zijn voor de Iraanse economie, maar rampzalig voor degenen die willen vasthouden aan de overwinning van de revolutie”, zegt deze docent internationaal recht van de universiteit van Teheran. Relaties met de VS zouden de kern van het regime aantasten en het karakter ervan veranderen. „De Iraanse culturele revolutie tegen westerse invloeden zou dan bijvoorbeeld mislukt zijn. Meer relaties met Amerika, betekent ook meer invloed van dat land in Iran.”

Volgens Bavand heeft de grootste groep van de revolutionairen zich allang aangepast aan de veranderde tijden. „De opstandelingen van toen zijn bourgeoisie geworden. Het is in hun belang om relaties met de VS aan te knopen”, zegt hij. Verbetering van het lot van de armen, een van de hoofdeisen van de revolutie (1979), is naar de achtergrond verdrongen.

In Iran wordt ex-president Rafsanjani alom gezien als vertegenwoordiger van de nieuwe bourgeoisie. Al in 1983 richtte hij zich in een toespraak tot de Amerikanen om te melden dat Iran met ieder land relaties kon hebben, behalve met Israël. De huidige president Ahmadinejad geeft juist leiding aan een nieuwe groep conservatieven die terug wil naar een oerwaarde van de revolutie: beter leven voor de armen.

„De brief van Ahmadinejad zou ook een manier kunnen zijn om pogingen van Rafsanjani contacten aan te knopen met Amerikaanse leiders de pas af te snijden”, zegt Bavand. „Je weet in Iran nooit wat er achter de schermen gebeurt.”

Bavand denkt dat mede daarom Ahmadinejads brief zo dubbel was in taalgebruik. „De schrijver heeft er alles aan gedaan om niet af te dingen op de islamitische revolutionaire waarden. Het is nu een gebaar gericht op een vreedzame oplossing van het atoomconflict. Niets meer dan dat.”

Maar hervormer Alavitabar vindt dat dankzij Ahmadinejads brief een historisch taboe is doorbroken. „Na deze brief zal niemand meer angst hebben voor een dialoog met de VS”, zegt hij. „Degenen die het meest tegen relaties met Amerika waren, hebben nu zelf de eerste stap gezet. Voor komende regeringen is een gigantisch obstakel weggenomen.”

    • Thomas Erdbrink