IND deed constatering nationaliteit vaker

Al voordat over Hirsi Ali werd geconstateerd dat zij eigenlijk nooit Nederlandse is geworden, trok de IND een dergelijke conclusie.

Rotterdam, 18 mei. - De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van het ministerie van Justitie bekijkt tientallen keren per jaar of het Nederlanderschap wel daadwerkelijk is verkregen. Dat gebeurt bijvoorbeeld naar aanleiding van het verzoek tot naamswijziging in de gemeentelijke basisadministratie.

„Na geruime tijd, bijvoorbeeld als het gevaar voor familie in het land dat men is ontvlucht is geweken, willen vluchtelingen vaak weer de eigenlijke achternaam voeren”, zegt advocaat F. Koers. Hij is de advocaat van een Iraaks gezin in Doetichem dat dit in 1999 ook deed. De IND kreeg er lucht van, wilde met de familie praten en besliste vervolgens dat ze zich van een valse naam had bediend in Nederland en dat de acht gezinsleden dus nooit Nederlander waren geworden. Ze heten in werkelijkheid Naif en niet Zakholi, zoals ze hadden opgegeven bij binnenkomst in 1992 in Nederland. Op die naam waren ze in 1997 ook genaturaliseerd. Het gezin vocht de beslissing tot aan de Hoge Raad aan. In dat arrest, van 11 november 2005, wordt bevestigd dat de gezinsleden inderdaad nooit Nederlander zijn geworden.

De kwestie rondom de naturalisatie van Ayaan Hirsi Ali was dan ook geen „bijzonder geval” voor de IND. Dat was de reden, zegt een ingewijde in Den Haag, dat de IND afgelopen maandagmorgen aan verantwoordelijk minister Verdonk (Vreemdelingenzaken, VVD) kon melden dat Hirsi Ali eigenlijk helemaal geen Nederlander was geworden. Dat was drie dagen na de uitzending van het tv-programma Zembla waarin zijzelf toegaf dat ze een foute geboortedatum en naam had opgegeven. Ze heette niet Ali maar Magan en aan die persoon was het Nederlanderschap nooit verleend.

Juristen op het ministerie van Justitie hebben zich die maandag, opnieuw volgens een ingewijde, ook nog eens over het dossier-Hirsi Ali gebogen. Ze kwamen tot hetzelfde oordeel. Verdonk heeft de afgelopen dagen herhaaldelijk benadrukt dat ze het in het belang van de Tweede Kamer achtte dat deze snel wist dat een van de leden de Nederlandse nationaliteit nooit was toegekend, en daarom al maandagavond de Kamer per brief informeerde. Elk moment waarop de minister met die gevoelige bericht naar buiten was gekomen was fout geweest, was het oordeel van haar ambtenaren.

Ook advocaat Koers zegt dat op basis van jurisprudentie (het arrest van de Hoge Raad inzake zijn cliënt) de minister niet anders kon oordelen. Want in het geval van identiteitsfraude is het Nederlanderschap niet op verkeerde gronden verkregen – het is feitelijk helemaal niet verleend. Het is, benadrukt advocaat H. van Asperen, wel de eerste keer, sinds in 2003 artikel 14 (intrekking van de verkrijging of verlening van het Nederlanderschap door de minister) is toegevoegd aan de Rijkswet op het Nederlanderschap, dat dat principe zo duidelijk is vastgelegd.

Van Asperen is de advocaat van een Iraans gezin dat de Nederlandse nationaliteit nooit zou hebben bezeten. De man, een vluchteling, vroeg in 1993 in Nederland asiel aan. In 1994 werd hem de asielstatus verleend. In 1998 kreeg hij de Nederlandse nationaliteit. In 2004 leverde hij, in verband met een voorgenomen huwelijk, zijn geboorteboekje in bij zijn woongemeente. Uit de vertaling van dat Iraanse document blijkt dat zijn officiële voornaam iets uitgebreider is dan de naam die hij altijd heeft gebruikt en in Nederland heeft opgegeven (Alireza in plaats van Reza).

Ook blijkt volgens Van Asperen dat hij ruim een jaar ouder is dan hij dacht. Iran heeft een andere jaartelling. Iraniërs leven in 1385, de Iraanse jaartelling (en bepaalde islamitische) begint op 622 na Christus, het jaar dat de profeet Mohammad en volgelingen zich terugtrekken uit Mekka naar Medina. Bij eerste aanmelding in Nederland is een omrekenfout gemaakt. De ambtenaar van de gemeentelijke basisadministratie corrigeert zonder problemen zijn personalia. De IND vindt dat sprake is van fraude in plaats van onzorgvuldigheid en laat in maart 2006 weten dat hij nooit Nederlander is geweest. Hij moet zijn Nederlandse paspoort inleveren en, als hij in Nederland wil blijven wonen, een nieuwe verblijfsvergunning aanvragen. „Hoe het komt”, zegt Van Asperen, „dat de personalia niet helemaal kloppen, is voor de besluitvorming dus niet relevant.”

Van Asperen: „Op grond van artikel 14 van de Rijkswet op het Nederlanderschap moest de minister de belangen van de staat en de belangen van de betrokkenen afwegen in dit soort zaken. En het was dus ook heel goed mogelijk dat de minister besliste dat intrekking niet nodig was.” Nu kan bij identiteitsfraude, op basis van het arrest, het naturalisatiebesluit alleen niet worden ingetrokken in gevallen waarin de opgegeven naam of andere persoonsgegevens een kennelijke verschrijving bevatten of als gevolg van transcriptieproblemen zijn verbasterd, of waarin de opgegeven naam een naam is waaronder de naturalisandus (ook) bekendstaat en die door hem – volgens het toepasselijke recht – bevoegdelijk is gevoerd.

    • Froukje Santing