Het boek ook niet, zeiden de critici

The Da Vinci Code als boek werd door recensenten ook bekritiseerd. Te ‘simpel’.

Maar niemand ontkent dat het wel razend spannend is.

De een noemt het boek een sensatie, de ander gruwt ervan, vooral vanwege het simpele taalgebruik. Essayist en recensent Arnold Heumakers behoort tot de laatste categorie. Na nog geen tien bladzijden legde hij The Da Vinci Code van de Amerikaan Dan Brown terzijde.

„Clichématig proza, houterige zinnen, bordkartonnen taal. Ik vond er niets aan. Maar mensen geven kennelijk niet om mooie zinnen. Als het verhaal maar spannend is.” En dat het verhaal spannend is, ontkent niemand. Heumakers vrouw en kinderen, „lazen het boek in een ruk uit”.

Wereldwijd staat de teller inmiddels op veertig miljoen verkochte exemplaren. In Nederland en België zijn er 1,3 miljoen exemplaren verkocht. Maar veel meer mensen hebben het boek gelezen. Veel lezers geven hun exemplaar door, en er circuleren tienduizenden illegale kopieën.

De controverse die het boek oproept, heeft een grote rol gespeeld bij het verkoopsucces. De katholieke kerk uitte felle kritiek op het boek, evenals vele (kunst)historici. En Opus Dei, een conservatieve stroming binnen de katholieke kerk, werd gedwongen haar deuren te openen voor buitenstaanders.

The Da Vinci Code is mede zo succesvol omdat het een brede doelgroep aanspreekt, zegt Lisa Kuitert, hoogleraar boekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. „Het biedt ieder wat wils; het is een avonturenroman, een detective, een puzzelboekje en een introductie in de kunstgeschiedenis ineen.”

Ook Kuitert wijst op de eenvoud van het taalgebruik: „Het is schrijversvakschoolproza, keurig volgens de regels”. Die eenvoud maakt óók dat het verhaal begrijpelijk is - „zeker voor mensen die niet vaak lezen.”

En dan, zegt Kuitert, zijn er de media. Hun aandacht gaat tegenwoordig uit naar slechts een of twee boeken, die daardoor meer worden verkocht. Die hogere verkoopcijfers leiden weer tot meer media-aandacht.

Toch, er zijn meer eenvoudig geschreven, heel spannende thrillers op de markt verschenen. Van Robert Ludlum bijvoorbeeld, of Tom Clancy. Maar die verkochten geen veertig miljoen exemplaren.

Het onderwerp van The Da Vinci Code speelt zeker een belangrijke rol. „Het verhaal van Jezus is een bepalende cultuurfactor; een groot deel van de wereldbevolking wordt daar nog altijd mee opgevoed. Het spreekt veel mensen aan”, zegt Jan Willem Wits, hoofd communicatie van de Nederlandse bisschoppenconferentie. Niet dat hij het boek goed vindt. „Ik heb theologie gestudeerd en schoot op iedere pagina in de lach. De dingen die hij aan elkaar plakt!” Desondanks worden deze ‘feitelijke onjuistheden’ verslonden.

Overigens bestrijdt Dan Brown zelf fel de opvatting dat zijn boek een groot verzinsel zou zijn. „Alle beschrijvingen van kunstwerken, architectuur, documenten en geheime rituelen in dit boek zijn waarheidsgetrouw”, schrijft hij in het voorwoord. En in een van zijn spaarzame interviews zei de schrijver dat „als ik een non-fictie boek zou schrijven, ik niets zou veranderen”.

Waar of niet, één enkel boek heeft de katholieke kerk in de verdediging gedrongen. En katholieken wereldwijd reageren daarop verschillend. In Ierland bijvoorbeeld, trekken ze langs scholen om een „geestelijke waarschuwing” te geven voor boek en film. In Singapore is de film verboden voor kijkers onder de zestien jaar.

Dat The Da Vinci Code een eigen, onontkoombare dynamiek heeft, hebben ze dus binnen en buiten de kerk begrepen. Er zijn tientallen boeken over The Da Vinci Code gepubliceerd en er worden speciale Da Vinci Code-reizen georganiseerd; het Louvre, waar een belangrijk deel van het boek zich afspeelt, trok vorig jaar een recordaantal bezoekers: ruim 7,3 miljoen. En filmmaatschappijen stellen hun releases uit in afwachting van de film die een kaskraker dreigt te worden.

Hoogleraar Lisa Kuitert gaat zeker kijken. Ze lacht: „Eindelijk een film die beter is dan het boek.”

    • Yaël Vinckx