Gecombineerde zorg helpt bij Alzheimer

Intensieve begeleiding van Alzheimer-patiënten via de huisartsenpraktijk vermindert hun gedrags- en psychologische problemen merkbaar. Dat werd al wel gedacht, maar in de Amerikaanse studie die vorige week in de Journal of the American Medical Association verscheen, is het effect van zo’n geïntegreerd en omvangrijk programma met bijzondere degelijkheid vastgesteld. De patiënten en hun verzorgers (meestal echtgenoot of kind) hadden elke een of twee maanden een persoonlijk gesprek met een geriatrisch verpleegkundige.

Als dat nodig was kregen ze ook speciaal ontwikkelde brochures met praktische tips, bijvoorbeeld over hoe met stress of depressie om te gaan, of over vragen als ‘hoe blijft de patiënt in beweging?’ en ‘hoe regel ik nu de financiën?’. Ook de huisartsen kregen hulp: wekelijks overleg met een geriatrisch team en een online patiëntendossier.

Patiënten die een jaar die begeleiding kregen, hadden daarna duidelijk minder psychologische klachten en gedragsproblemen, vergeleken met een controlegroep die niet meedeed. Het ging onder andere om angst, slaapproblemen en agressie. De verzorgers waren minder gespannen en waren vaker tevreden met de zorg. De aanpak remde de Alzheimer niet. Dat was ook niet de bedoeling: de nadruk lag op het verbeteren van de zorg. De patiënten die aan het multidisciplinaire programma meededen, leefden dus niet langer dan de anderen en konden ook niet langer thuis blijven wonen. Ook hun verstand verslechterde even snel. Veel medici vinden het vertragen van dementie überhaupt niet positief, omdat het veelal betekent dat de patiënt langer ziek is.

Multidisciplinaire zorg zoals de geriaters van de Indiana-universiteit in Indianapolis ontwikkelden, is ook volgens de Gezondheidsraad belangrijk voor zowel patiënt als verzorger. Het rapport Dementie (2002) noemt goede communicatie, emotionele en praktische hulp. In Nederland zijn patiëntenverenigingen zoals Alzheimer Nederland actief op dit gebied. De Gezondheidsraad vindt dat artsen de verzorgers op zulke initiatieven moeten wijzen, en niet moeten wachten tot verzorgers zelf hulp komen vragen.

In het Amerikaanse programma waren de consulten ingeroosterd. Hoewel het de bedoeling was dat de Amerikaanse patiënten zoveel mogelijk zonder Alzheimer-medicijnen geholpen zouden worden, slikten ze er juist meer. De onderzoekers denken echter niet dat die ‘cholinesteraseremmers’ veel bijdroegen aan het slagen van het programma. Het nut is omstreden; in Nederland worden ze niet aangeraden.